Waarom doet Herman Finkers de oudejaarsconference?

Nadat Herman Finkers in 2000 noodgedwongen stopte met optreden omdat er chronische lymfische leukemie bij hem werd ontdekt, kreeg hij diverse prijzen en onderscheidingen. „Terwijl ik helemaal niks deed”, zei hij in 2007 in zijn comebackprogramma Na de pauze. „Ik vroeg me af waar ik me die twintig jaar jaren daarvoor zo druk om had gemaakt.” Weer zeven jaar later kan hij dezelfde redenering van stal halen. Jaren niet optreden en hup, de Vara vraagt hem voor de oudejaarsconference van 2015. En die conference is toch, in de woorden van Pieter Derks, de heilige graal van het cabaret.

Een nieuwe show van Finkers is een mooi geschenk, maar waarom zou je hem in het keurslijf van de oudejaarsconference duwen? De vorm staat vast: bizarre nieuwtjes en politieke uitglijders in herinnering roepen en daar scherp en gevat commentaar bij leveren. Maar Finkers is allesbehalve een cabaretier bij wie je denkt aan geselende grappen op de actualiteit en de politiek. In Na de pauze doet de Twent één poging in die richting: „Balkenende is een man die staat voor wat hij niet had moeten zeggen.” Dat kan pittiger.

In de jaren tachtig en negentig maakte Finkers naam als droogkomiek, met een speelse, onverwachte omgang met taal en logica als belangrijkste wapen. Zijn ontregelende taalgrapjes ontstaan door listige omkeringen en absurde verbindingen. Soms is dat trefzeker en effectief, soms niet meer dan aardig bedacht en soms melig. Neem een voorbeeld uit Kalm aan en rap een beetje (ook te vinden op de vorig jaar verschenen verzamelbox Alle dvd’s) waarin Finkers vertelt dat hij op zijn voeding moet letten: „In één sinaasappel zitten evenveel vitaminen als in zestig zakken patat, heeft de dokter me uitgelegd. Toen kwam ik erachter dat ik veel te weinig patat at.”

Waarschijnlijk is de blijvende populariteit van Finkers de reden om hem te vragen. De vier tv-uitzendingen de afgelopen jaren van Na de pauze trokken drie keer meer dan twee miljoen kijkers. Op Twitter komen er nog elke dag citaten en referenties aan het werk van Finkers voorbij.

In Na de pauze stelt Finkers dat de tijdgeest hem ontglipt. Niettemin heeft hij er drie versjes over. Misschien ligt in die versjes de kiem voor een carrièreswitch. Hoor maar: „Niets klinkt verwender dan jongelui op een commerciële zender. Ik zie zoiets en denk meteen: daar moet een oorlog overheen. Bijvoorbeeld Wereldoorlog Eén. Niks geen huis vol camera's en kicken en fun. Nee, met tyfus in een loopgraaf onder spervuur in Verdun. Met je afgeschoten been in het prikkeldraad, vol modder. En daarna praten we verder, als volwassenen, bij Big Brother.”