Snel, sneller, supersnel Maar nu even niet

Het kon niet snel genoeg op de bobbaan // Tot vier jaar geleden een rodelaar omkwam // Nu is de baan in in Sotsji langzamer én veiliger

Een flits, meer is het niet. Een nummer, een naam of zelfs maar een kleur valt niet te onderscheiden als de slee met donderend geraas door de laatste bocht scheert. Het scorebord meldt dat het Armin Zöggeler moet zijn: veertig jaar oud, Italiaan en tweevoudig olympisch kampioen rodelen.

Sneller, hoger, sterker is de ontembare oerdrang van elke sporter. Maar op de besneeuwde hellingen van de Kaukasus worden wel grenzen gesteld. De dood van rodelaar Nodar Koemaritasjvili in Whistler, op de openingsdag van de Spelen van Vancouver vier jaar geleden, ligt nog vers in het olympische geheugen. „Deze baan is bewust veel minder moeilijk gemaakt dan die van Whistler”, zegt bobsleepilote Esmé Kamphuis bij de finish van het Sanki Sliding Center. Sterker: „Voor mij hadden ze hem wel wat moeilijker mogen maken.”

Traumaheli staat alvast klaar

In 2007, toen Sotsji de Winterspelen binnensleepte, was het nog de bedoeling de snelste baan ter wereld te ontwerpen. Maar die ambitie werd na het gruwelijke ongeluk van de Georgiër in Whistler geschrapt op aandringen van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Toenmalig voorzitter Jacques Rogge noemde de dood van Koemaritasjvili later de zwartste bladzijde uit zijn twaalfjarige ambtstermijn.

Veiligheid was voor het IOC de hoogste prioriteit bij de aanleg van het Russische ijskanaal, dat als een kolossale slang tegen de bergwand boven het wintersportresort Krasnaja Poljana ligt, zo’n veertig kilometer ten oosten van het olympische epicentrum aan de Zwarte Zee. Een bemande helikopter onderaan de finish toont aan dat de organisatie klaar is voor een medische evacuatie, mocht dat nodig zijn.

Maar door het ontwerp van de baan vallen de snelheden mee, zegt Kamphuis na haar training met remster Judith Vis in de tweemansbob. „Het gaat niet zo hard hier, met topsnelheden van 130 kilometer per uur. In de baan zitten drie stukken waar je bergop gaat, om je slee een beetje af te remmen”, zegt Kamphuis, die in Whistler knap achtste werd.

Het is de laatste jaren een groeiend dilemma in de topsport. Net als sporters zoekt ook het IOC de grenzen op om jongeren, toeschouwers, sponsors en media te blijven prikkelen. Spectaculaire sporten waarin de risico’s net een paar tandjes hoger zijn, trekken meer aandacht dan sporten die honderd jaar geleden ontstonden. Het verklaart het succes van het Amerikaanse evenement X-Games, met extreme sporten als kitesurfen, skicross, BMX en high diving van de rotsen.

Niet voor niets debuteren bij elke Spelen een aantal nieuwe sporten, zoals het skicross, en nu in Sotsji het adembenemende slopestyle.

En sporters doen er zelf aan mee: bobsleeërs testen hun materialen tegenwoordig in windtunnels en werken samen met Ferrari of BMW om nog sneller de berg af te razen. „Als we niet van snelheid hielden, waren we wel schaker geworden”, zei de Bulgaarse rodelaar Ivan Papoektsjev vier jaar geleden na de dood van zijn Georgische collega in Whistler.

Maar die ontwikkeling leidde mogelijk wel tot het fatale ongeluk in 2010. De bobsleebaan van Whistler moest weer sneller en uitdagender zijn dan die van Turijn, vier jaar eerder. „Er was een soort wapenwedloop ontstaan, een snelheidsrace”, zei de Amerikaanse bobber Todd Hays vorige week tegen AP. „Elke baan wilde de hoogste snelheden hebben en de engste bochten. Iedereen wilde een beetje van de fear factor inbrengen.” Hays moest zelf stoppen met de sport nadat hij in 2009 in Winterberg hersenletsel had opgelopen bij een crash.

143 kilometer per uur

Nodar Koemaritasjvili crashte vier jaar geleden tijdens een trainingsafdaling. De jonge rodelaar verloor de controle over zijn slee en sloeg met een snelheid van 143,3 kilometer per uur met zijn hoofd tegen een paal naast de baan. Tien meter voor de finish.

Helemaal onverwacht was het ongeluk niet. De dag voor zijn dood was er al een Roemeense bewusteloos geraakt bij een crash. In Nederland werd bobsleepiloot Edwin van Calker in sommige kringen – onder meer vanuit zijn eigen bond – weggehoond omdat hij het onverantwoord vond de viermansbob naar beneden te sturen.

In de maanden na de Spelen werd uit onderzoeken duidelijk dat de organisatie intern ook twijfels had over de veiligheid van de baan. De beruchte bocht 13 had van de olympisch bobsleekampioen van Vancouver, de Amerikaan Steven Holcomb, niet voor niets de bijnaam fifty-fifty gekregen – naar de kans op kleerscheuren.

In de bergen boven Sotsji is nu alles anders. Ook in de andere bergsporten. Toen de Noorse slopestyle-snowboarder Torstein Horgmonog voor de openingsceremonie zijn sleutelbeen brak, werd het parcours aangepast.

En de Sanki-baan is lang niet de snelste van de wereld geworden, maar met 2.013 meter en zeventien bochten wel de langste. Bovenal: één van de veiligste ter wereld, volgens de bouwers. Bobbers, skeletonners en rodelaars vinden het ijskanaal – zo zegt de manager, Alexander Kovalenko – „de tsaar van alle banen”.