Plasterk wist al in november dat hij verkeerde informatie verstrekt had

De ministers Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken (rechts) en Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie).
De ministers Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken (rechts) en Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie). Foto ANP / Martijn Beekman

Minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk wist al in november dat hij verkeerde informatie aan de Kamer en in de media had gegeven over de onderschepping van telefoongegevens. Dat schrijft Plasterk vandaag in antwoord op een serie Kamervragen.

In de brief staat dat al op 22 november uit onderzoek bleek dat niet de Amerikaanse NSA, zoals Plasterk had beweerd, maar de Nederlandse inlichtingendiensten verantwoordelijk waren voor het registreren van 1,8 miljoen telefoontjes. Zo’n drie weken eerder had Plasterk in het televisieprogramma Nieuwsuur verklaard dat de Nederlandse diensten er niets mee te maken hadden:

Minister van Defensie Jeanine Hennis-Plasschaert en Plasterk kregen op 22 november gelijktijdig de uitkomsten van het onderzoek naar de verzameling van de gegevens. Afgelopen week meldde NRC al dat Hennis en Plasterk eind vorig jaar wisten wie de gegevens echt had verzameld, maar nu is pas duidelijk wanneer precies.

Minister geeft toe dat hij informatie beter niet had kunnen geven

“Terugkijkend hierop vindt de minister van BZK dat hij deze mogelijke verklaring achterwege had moeten laten”, staat in de Kamerbrief van vandaag over zijn verklaringen in oktober.

Volgens Plasterk was destijds “in het publieke debat de stellige indruk ontstaan” dat de Nederlandse inlichtingendiensten verantwoordelijk waren voor het afluisteren van 1,8 miljoen telefoongesprekken in Nederland. Dat beeld heeft hij willen weerleggen.

De 1,8 miljoen telefoontjes kon het kabinet op dat moment “nog niet plaatsen”, waardoor Plasterk dacht dat de gegevens door buitenlandse diensten moesten zijn vergaard.

‘In het belang van de Staat’

De ministers maakten in november niet duidelijk dat ze nieuwe, andere informatie hadden gekregen omdat ze het “belang van de Staat” voor ogen hadden, schrijven ze in de brief:

“De Minister van Defensie en de Minister van BZK hebben de afweging gemaakt tussen de plicht om de Kamer zoveel als mogelijk te informeren en het belang van de Staat om in het openbaar niet in te gaan op de mogelijke modus operandi van onze diensten. Het laatste gaf de doorslag.”

Vorige week biechtten zij de waarheid alsnog op in verband met de rechtszaak rond het verzamelen van telefoondata die een groep burgers heeft aangespannen. Dat leidde tot “een nieuw toetsmoment”, waarop door de ministers is besloten een deel van de werkwijze in dit geval toch openbaar te maken.

NRC-redacteur Derk Stokmans vindt de brief van de ministers beter dan eerdere verklaringen:

“Het is duidelijk dat Plasterk de kritiek voor wil zijn. In de brief legt hij uitgebreid uit hoe het kon dat hij eerst verkeerde informatie verstrekte, en geeft hij toe dat hij dit beter niet had kunnen doen.”

Via satelliet verzamelde gegevens

Van de 1,8 miljoen telefoontjes is het telefoonnummer van beller en ontvanger vastgelegd, evenals de datum en de tijd van het gesprek, niet de inhoud van de gesprekken. Het gaat om telefoongesprekken in het buitenland of tussen Nederland en het buitenland. Plasterk en Hennis:

“Voor zover daarbij Nederlandse telefoonnummers in beeld kwamen, zijn deze hieruit gefilterd alvorens de informatie te delen met partnerdiensten.”

Ze willen niet vertellen hoeveel Nederlandse telefoonnummers ertussen zaten. De telefoontjes zijn onderschept via de satelliet, “in het kader van contraterrorisme en militaire missies in het buitenland”. Plasterk en Hennis willen geen verdere details geven.

De volledige brief van Plasterk en Hennis:

Beantwoording Kamervragen over verzameling 18 miljoen records metadata door NSO.

‘Positie Plasterk morgen niet echt in gevaar’

Vandaag om één uur verliep de deadline van Plasterk en Hennis om de vragen van de Kamer te beantwoorden. Even voor die tijd publiceerden ze deze antwoorden. Morgen debatteert de Kamer over de 1,8 miljoen metadata van telefoontjes tussen Nederland en de Verenigde Staten die door de Nederlandse diensten AIVD en MIVD zijn verzameld, en waarover minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk onjuiste informatie verschafte. Stokmans denkt dat Plasterks positie morgen tijdens het Kamerdebat niet echt in gevaar zal komen:

“Ik denk dat de coalitiepartijen tevreden zullen zijn met deze uitleg en het vertrouwen niet in hem opzeggen. Ook denk ik dat Plasterk en Hennis niet veel moeite zullen hebben om hetzelfde verhaal te houden en bij hetzelfde verhaal te blijven. Als er geen al te gekke dingen gebeuren en er geen nieuwe informatie naar buiten komt die hem kan schaden, is er weinig reden om te denken dat hij zal moeten aftreden.”

Morgen debat

In augustus vorig jaar publiceerde het Duitse weekblad Der Spiegel documenten die waren gelekt door klokkenluider Edward Snowden. De stukken gaven volgens het blad een overzicht van de telecommunicatie die de NSA in verschillende landen had onderschept. Tussen de stukken zat ook een grafiek met de kop ‘Nederland’, waaruit zou blijken dat de NSA in december 2012 1,8 miljoen sets metadata van telefoonverkeer in relatie tot Nederland had verzameld. Plasterk beweerde daarop meer dan eens dat de NSA inderdaad die data had verzameld. Nu dat niet waar blijkt te zijn, krijgt hij veel kritiek te verwerken, ook omdat hij al zou hebben geweten dat hard bewijs voor zijn beweringen ontbrak.

Hennis en, vooral, Plasterk moeten zich daarom morgen voor de Kamer verdedigen. Plasterk moet uitleggen waarom hij eerder zei dat de NSA dit verzamelen deed en waarom hij sinds november zo lang wachtte voor hij toegaf dat het anders zat. Plasterk en Hennis maakten pas vorige week bekend dat de AIVD en MIVD, en niet de NSA het verzamelen hadden uitgevoerd.