Ook zelfbedacht ritueel helpt bij verlies

Rouwrituelen geven ons een gevoel van controle. Zolang je het maar als ritueel benoemt.

„Ik heb alle foto’s uit de tijd dat we samen waren opgezocht en in kleine stukjes gescheurd. Ook de foto’s die ik echt heel leuk vond. Daarna heb ik die stukjes verbrand in het park waar we voor het eerst gezoend hebben.”

Dat schrijft een van de deelnemers aan een Amerikaans onderzoek naar rouwrituelen, net gepubliceerd in Journal of Experimental Psychology: General (februari). Als mensen een geliefde zijn verloren, bijvoorbeeld doordat een relatie is beëindigd of doordat iemand is overleden, verzinnen veel mensen hun eigen, persoonlijke ritueel om hun verlies te verwerken.

Die rituelen zijn zelden religieus van aard: 76 mensen was gevraagd hoe ze hun verdriet om iemand hadden verwerkt, en slechts 5 procent van de rituelen was religieus. De meeste rituelen, 95 procent, werden alleen uitgevoerd, en 90 procent zelfs zonder dat iemand het zag. Mensen doen het echt voor zichzelf: volgens de onderzoekers van Harvard Business School helpen de rituelen mensen een gevoel van controle terug te krijgen. En daardoor voelen ze zich minder verdrietig.

De rituelen die mensen beschreven waren heel uiteenlopend van aard – en heel aandoenlijk. Eén deelnemer brandde al 21 jaar een kaarsje op de sterfdag van een geliefde. Een ander ging al vijftien jaar elke eerste zaterdag van de maand naar de kapper, „zoals we samen altijd deden”.

Alleen al het terugdenken aan de rituelen die ze hadden uitgevoerd na het verlies van een geliefde, geeft mensen met terugwerkende kracht meer gevoel van controle. Dat lieten de onderzoekers zien in een experiment waarbij ze de helft van de deelnemers alleen hun verlies lieten beschrijven en de andere helft hun verlies plus een ritueel dat ze hadden uitgevoerd om het te verwerken. De verschillen waren niet groot, maar hoe minder controle mensen destijds zeiden te hebben gevoeld, des te leger ze het leven zonder de betreffende persoon nu zeiden te vinden. Dus hoe minder controle, hoe meer rouw.

In een ander experiment lieten de onderzoekers zien dat zelfs een kunstmatig ritueel, kan helpen, ook bij mensen die niet in rituelen geloven. Deelnemers, jonge mensen, kwamen in groepjes van 9 tot 15 naar het lab en kregen daar te horen dat één van hen 200 dollar zou winnen en meteen weer weg mocht. Dat gebeurde ook. De resterende proefpersonen hadden dus een verlies te verwerken. Minder erg dan iemand verliezen, maar die tragiek valt in een experimentele situatie natuurlijk niet op te wekken.

Tegen de helft van de deelnemers werd gezegd dat ze op een papiertje moesten tekenen hoe ze zich voelden, maar dat werd geen ritueel genoemd. De andere helft kreeg te horen dat ze een ritueel moesten uitvoeren: ook zo’n tekening maken, daar wat zout over uitstrooien, het papier in stukjes scheuren en vijf keer in stilte tot tien tellen. Proefpersonen die het ritueel uitvoerden, voelden meer controle over de situatie en minder verdriet. Ongeacht of ze in rituelen geloofden, die zelf vaak uitvoerden, of dachten dat de experimentator wel zou willen dat ze zich na het ritueel beter voelden.

Waar het om gaat, volgens de onderzoekers, is dat je een handeling uitvoert die je een ritueel noemt. Wat je precies doet, maakt niet zoveel uit. Daarom is het ook niet gek dat Hindoes hun haar afscheren als ze rouwen, terwijl Joodse mannen juist haar (namelijk een baard) laten groeien.