Ook evacués zijn in Homs niet veilig

In Homs gold dit weekend een bestand, zodat burgers de stad konden verlaten. Toch werd er op bussen geschoten.

Een activist in Homs helpt bij evacuatie. Zo’n 600 mensen zijn geëvacueerd, mannen tussen 16 en 55 zijn door het regime meegenomen voor ondervraging.
Een activist in Homs helpt bij evacuatie. Zo’n 600 mensen zijn geëvacueerd, mannen tussen 16 en 55 zijn door het regime meegenomen voor ondervraging. Foto AFP

„De situatie is hier momenteel erg gespannen.” De Syrische activist Joeda (21) doet via Facebook rechtstreeks verslag vanuit de oude stad van Homs. „Zowel bij ons, als bij de medewerkers van de VN is er grote paniek. Ook zij hebben vandaag moeten schuilen voor de bommen.”

Al bijna twee jaar is de oude stad van Homs door het regime van de buitenwereld afgesloten. Bijna 3.000 inwoners zitten hierdoor al maanden zonder voedsel en medicijnen. Sinds vrijdag is er een staakt-het-vuren van kracht tussen het regime en de rebellen om hulpgoederen het gebied binnen te krijgen, en om burgers die vast zitten de mogelijkheid te geven weg te komen. De deal kwam er vlak voor de tweede ronde van de vredesconferentie die vandaag in Genève begint.

Het staakt-het-vuren werd echter op zaterdag meteen geschonden toen een konvooi met hulpgoederen werd beschoten en enkele medewerkers van de VN en de Rode Halve Maan vast kwamen te zitten in de oude stad. In totaal wisten vijf voertuigen het gebied te bereiken met 60 voedselpakketten en 1.500 kilo meel.

Volgens Joeda zat er in het eerste voertuig maar een beperkt aantal voedselpakketten. Het was niet eens genoeg voor een fractie van de mensen. In de tweede auto zaten ontsmettings- en reinigingsmiddelen, zoals Dettol. „Het zou haast lachwekkend zijn, als het niet zo intriest was”, geeft Joeda aan. „We vroegen om voedsel en medicijnen. En wat krijgen we? Schoonmaakmiddelen.”

Het regime en de opstandelingen beschuldigen elkaar van de het schenden van het staakt-het vuren. „Het regime probeert altijd ons van alles de schuld in de schoenen te schuiven”, meent Joeda. „Maar vijf van onze jongens zijn omgekomen, en er zijn 35 gewonden gevallen.”

Ook de evacuatie van burgers uit het gebied verliep stroef. Op YouTube verschenen beelden van chaotische taferelen: honderden burgers die in spanning wachtten op vervoer. Een verzamelpunt en een bus werden vanuit door het regime gecontroleerde wijken onder vuur genomen met mortieren. Scherpschutters schoten vanaf een flatgebouw, dat in de volksmond ‘de toren des doods’ heet. Bij deze beschietingen vielen opnieuw zeven doden, onder wie twee opstandelingen. „En dat alles onder de ogen van de VN”, aldus Joeda.

De gouverneur van Homs maakte gisteren bekend dat ongeveer 500 inwoners, met name vrouwen, kinderen en ouderen, de oude stad hebben verlaten, maar volgens Joeda waren dat er hoogstens 250. Een dag eerder werden 83 mensen geëvacueerd.

De afspraak was dat de burgers vanuit de oude stad zouden worden overgebracht naar het district Waar (de enige overgebleven wijk die nog wordt gecontroleerd door rebellen), om er zeker van te zijn dat het regime hun niets zou aan doen. „Niemand wilde de wijk verlaten zonder garanties”, zegt Joeda. „Iedereen weet hoe gevaarlijk het is om naar door regime gecontroleerd gebied te gaan.”

Die angst bleek niet onterecht. Agenten van de veiligheidsdiensten hielden tegen de afspraak in bussen tegen, waarbij tientallen evacués werden ondervraagd, gefouilleerd en meegenomen naar onbekende bestemming. Het regime verklaarde dat alleen mannen jonger dan 16 en boven de 55 mochten vertrekken. Degenen tussen 16 en 55 zijn meegenomen voor ondervraging om te controleren of ze geen rebellen zijn.

Gisteren verliep het staakt-het-vuren, maar volgens activist Hassan Aboe Zein is de overeenkomst onder druk van de VN met 72 uur verlengd.