Niet iedere bestuurder hoeft een vechtjas te zijn

Lokale politici lijken opvallend vaak bedreigd in aanloop naar de verkiezingen in maart // Er zijn inderdaad – al langer – meer dreigementen, zegt socioloog Bas van Stokkom // De burger is mondiger geworden en ziet de overheid als vijand

Een stroom aan bedreigingen, intimidaties en agressie lijkt de lokale politiek in de aanloop naar de verkiezingen te overspoelen – zie inzet.

Of dat klopt, vragen we aan socioloog Bas van Stokkom. Hij onderzoekt geweld tegen werknemers met een publieke taak, verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Van Stokkom: „Dat er de laatste decennia meer dreigementen en agressie zijn, is zonneklaar. Of er juist nu meer bedreigingen zijn, durf ik niet te zeggen. Het fluctueert. In sommige beroepsgroepen in de publieke sector is het aantal meldingen de laatste jaren gedaald.”

Er worden burgemeesters, wethouders en raadsleden bedreigd. Hoe serieus zijn die bedreigingen?

„Een klein deel is serieus. De meeste aantijgingen en bedreigingen zijn te kwalificeren als stoom afblazen. Is het etteren en cynisch klagen dat iemand als een communistische dictator gedraagt, dan valt het mee. Dat geldt ook voor protesterende ondernemers. Die krijgen geen vergunning voor de bouw of horeca en gaan daarna verbaal intimideren. Druk uitoefenen. Die mensen hebben een naam, hebben veel te verliezen, dus daar hoef je niet bang voor te zijn. Zolang bekend is van wie de dreiging afkomstig is, is de kans klein dat het dreigement bewaarheid wordt.”

Wanneer is het echt serieus?

„Het is lastig om het kaf van het koren te scheiden. Als er sprake is van anonieme dreigementen en je hoort van de politie dat die uit een serieuze hoek komen, bijvoorbeeld uit de onderwereld, dan heb je een groot probleem. Dat speelde bij burgemeester Jacobs van Helmond. Het gaat ook om de frequentie. Als een dreigement één of twee keer wordt geuit, hoef je er misschien niet zo veel waarde aan te hechten. Maar als het vaker gebeurt, gaat het je leven beheersen, je leven staat op z’n kop.”

Doet de politie er voldoende aan?

„Ik heb de indruk dat de politie alert is. In ernstige gevallen zoals Helmond zit de politie er goed op. Maar de politie kan niet alles. Bij alle bedreigingen op sociale media moet je dat ook niet willen.”

Hoe moeten bestuurders reageren op bedreigingen?

„Als er sprake is van serieuze dreigementen, kan ik me voorstellen dat iemand er de brui aan geeft. Maar ja, dan krijgt de bedreiger wel z’n zin.”

Dus?

„Je moet als bestuurder wel een zekere onverzettelijkheid tonen. Dat hoort bij je ambt. Veel bestuurders slagen er ook wel in om dat beeld op te hangen. Over het algemeen doen ze het goed.”

Hoe verklaart u de agressie?

„Dat heeft te maken met de toegenomen mondigheid van de burger. Mensen bijten eerder van zich af en tonen sneller hun frustraties. Ze zoeken gezagsdragers op om hun de les te lezen. Dat zie je in het onderwijs. Dat zie je aan de balies van ziekenhuizen. Verontrustender zijn de aanvallen op de legitimiteit van de overheid. Er is sprake van afnemende loyaliteit van burgers. Mensen schoppen aan tegen de overheid als instantie die hen dwarsboomt. Vijftig jaar geleden werden raadsleden nooit bedreigd. Het ambt had aanzien. Flair. Die status is weg. De politiek is een tegenstander geworden.”

Hoe komt dat?

„Daar heeft de overheid het zelf naar gemaakt. Het heeft te maken met bureaucratie en niet-adequate dienstverlening. Maar ook met de behoefte de kloof met de burgers te dichten. Dat bestuurders de taal van de boze burger moeten spreken. Je roept agressie over je af als een bestuurder steeds zegt: kom maar op met je bezwaren.”

De kloof met de burger is niet te dichten?

„Die kloof is niet altijd te dichten. Besturen is een professie op zichzelf. Een vak met eigen normen en waarden op het gebied van openbaar belang en wetskennis. Te lang is het bestuur een ondergeschoven kindje geweest. Voor die houding krijgt nu de overheid de rekening gepresenteerd.”

U schreef eerder over de revitalisering van het alledaagse gezag. Is dat de oplossing?

„Wie in het bestuur werkt, moet over leiderschapskwaliteiten beschikken. Maar niet iedere bestuurder hoeft een held of een vechtjas te zijn, hoor. Het gaat meer om de toekenning van gezag dan om de uitoefening daarvan.”

Hoe verleen je bestuurders gezag? Meer geld?

„Het gaat niet om geld. Wat we duidelijk moeten maken in het debat is dat we niet altijd de kloof met de burger kunnen verkleinen. Dat de overheid een eigen verantwoordelijkheid heeft. Speelruimte nodig heeft om goede dingen te doen.”

Moeten wethouders minder vaak spreekuur houden?

„Dat is niet nodig. Maar ze moeten niet altijd de wijken in willen trekken en daar de indruk wekken dat de burgers gelijk hebben en hun frustraties eruit kunnen flappen. Je moet niet altijd verlangens van burgers willen honoreren.”