Hij bracht D66 in 1981 terug in de politiek

Ernst Bakker (1946-2014)

In de jonge jaren van D66 was Ernst Bakker de slimme strateeg achter het succes van partijleider Jan Terlouw.

Ernst Bakker in 1982
Ernst Bakker in 1982 Foto Dijkstra

„Een sfeermaker die niet van lange bijeenkomsten en discussies hield.” Zo wordt Ernst Bakker herdacht op de website van de gemeente Hilversum, de stad waarvan hij dertien jaar burgemeester was geweest toen hij in 2011 met pensioen ging. Afgelopen vrijdag overleed hij op 67-jarige leeftijd. De D66-politicus was al enige tijd ziek.

In 1971, toen het Binnenhof zeker na tien uur ’s avonds nog wel eens de kenmerken van een studentensociëteit wilde vertonen, kwam Bakker als fractiemedewerker bij D66 terecht. Veel van de nachtelijke uren van het kabinet-Den Uyl waren ook zijn uren.

Zo was Bakker in mei 1975 een van de hoofdrolspelers in de legendarische F-16-nacht van toenmalig minister van Defensie Henk Vredeling. Met twee journalisten waren zij gevieren vanuit Den Haag op nachtelijke kroegentocht naar Amsterdam gegaan die ’s ochtends vroeg in Leiden eindigde.

Het departement was in grote paniek. Want de minister was zoek, terwijl hij die ochtend tijdens een officiële plechtigheid in het bijzijn van de Amerikaanse ambassadeur en de Nederlandse legertop het mammoetcontract voor de aanschaf van 84 F-16-gevechtsvliegtuigen had moeten tekenen. Dat contract werd uiteindelijk zonder enig ceremonieel getekend in een zijzaaltje van het ANP-kantoor in Den Haag.

Bakker, die kort voor D66-oprichter Hans van Mierlo had gewerkt, was voorlichter van Jan Terlouw geworden toen deze in 1973 het partijleiderschap van Van Mierlo had overgenomen. In die functie ontpopte de man achter Terlouw zich tot een slim publicitair strateeg.

D66, dat midden jaren zeventig tot op sterven na dood was geweest, maakte met de ‘ideale schoonzoon’ Jan Terlouw – een beeld dat door Bakker sterk werd geaccentueerd – een verrassende comeback. Bij de verkiezingen van 1981 behaalde de partij zestien zetels. Een ervan werd bezet door Bakker. Lang is hij geen Kamerlid geweest want bij de vervroegde verkiezingen die een jaar later werden gehouden, viel de partij terug naar zes zetels. Bakker nam de verliezen van D66 laconiek op. „Anders dan Lazarus staan wij meerdere keren uit de dood op”, zei hij eens.

Zelf ging Bakker terug naar de lokale politiek. In 1990 werd hij opnieuw lid van de gemeenteraad van Amsterdam. Twee jaar later nam hij daar het wethouderschap over van zijn partijgenoot Marja Baak die in politieke moeilijkheden was gekomen door de rampzalige restauratie van het schilderij Who’s afraid of Red, Yellow and Blue’.

Met Bakker als verantwoordelijk wethouder begon Amsterdam met de aanleg van de Noord-Zuidlijn van de metro – een project dat alle kostenramingen telkens weer ontsteeg.

In 1998 werd Bakker burgemeester van Hilversum, de stad die iemand zocht met 1.001 contacten. Hij bleek er meer te hebben, constateerde de gemeenteraad bij zijn afscheid in 2011.