Het staakt-het-vuren duurde één nacht

Al bijna 2 jaar is de Syrische stad Homs door het regime afgesloten van de buitenwereld // Hulpverleners probeerden dit weekend inwoners te evacueren // Een verzamelplaats werd beschoten

„De situatie is hier momenteel erg gespannen.” De Syrische activist Joeda (21) doet via Facebook rechtstreeks verslag vanuit de oude stad van Homs. „Zowel bij ons als bij de medewerkers van de VN is grote paniek. Ook zij hebben vandaag moeten schuilen voor de bommen.”

Al bijna twee jaar is de oude stad van Homs door het regime van de buitenwereld afgesloten. Bijna 3.000 inwoners zitten hierdoor al maanden zonder voedsel en medicijnen. Sinds vrijdagavond is er een door de Verenigde Naties onderhandeld staakt-het-vuren van kracht tussen regime en opstandelingen om hulpgoederen het gebied binnen te krijgen, en om burgers die vastzitten de mogelijkheid te geven weg te komen.

Het staakt-het-vuren werd echter op zaterdag meteen al geschonden toen een konvooi met hulpgoederen werd beschoten en enkele medewerkers van de VN en de Rode Halve Maan vast kwamen te zitten in de oude stad. Slechts twee voertuigen met hulgoederen wisten uiteindelijk het gebied te bereiken.

Volgens Joeda zaten er in het eerste voertuig maar een beperkt aantal voedselpakketten die niet eens genoeg waren voor een fractie van de mensen. In de tweede auto zaten ontsmettings- en reinigingsmiddelen, zoals Dettol. „Het zou haast lachwekkend zijn, als het niet zo intriest was”, geeft Joeda aan. „We vroegen om voedsel en medicijnen. En wat krijgen we? Schoonmaakmiddelen.”

Zowel het regime als de opstandelingen beschuldigen elkaar van de het schenden van het staakt-het-vuren. „Het regime probeert altijd ons van alles de schuld in de schoenen te schuiven”, weet Joeda. „Maar waarom zouden we onze eigen posities onder vuur nemen?”

Mortieren en sluipschutters

Ook de evacuatie van burgers uit het gebied verliep stroef. Op YouTube verschenen beelden van chaotische taferelen van honderden burgers in afwachting van de VN om hen te vervoeren. Een verzamelplaats en een van de bussen werden vanuit door het regime gecontroleerde wijken onder vuur genomen met mortieren, alsmede door scherpschutters vanaf een flatgebouw die in de volksmond ‘de toren des doods’ wordt genoemd. Bij deze beschieting vielen opnieuw zeven doden, waaronder twee opstandelingen. „En dat alles onder de ogen van de VN”, aldus Joeda.

De gouverneur van Homs maakte gisteren bekend dat er zeker 600 inwoners, met name vrouwen, kinderen en ouderen de oude stad hebben verlaten. Maar precieze aantallen ontbreken. Volgens Joeda waren dat er hoogstens 250. Een dag eerder werden al 83 mensen geëvacueerd.

De afspraak was dat de burgers vanuit de oude stad zouden worden overgebracht naar het district Waar (de enige overgebleven wijk die nog wordt gecontroleerd door de opstandelingen), om er zeker van te zijn dat het regime hen niets zou aandoen. „Niemand wilde de wijk verlaten zonder garanties”, zegt Joeda. „Iedereen hier weet dondersgoed hoe gevaarlijk het is om naar door het regime gecontroleerd gebied te gaan.”

Die angst bleek niet onterecht. Agenten van de veiligheidsdiensten hielden tegen de afspraak in bussen tegen, waarbij tientallen evacués werden ondervraagd, gefouilleerd en meegenomen naar onbekende bestemming. Ook de hulpleveranties kwamen na beschietingen opnieuw vast te zitten.

Gisteren was officieel de laatste dag van het staakt-het-vuren. De Verenigde Naties voeren echter druk uit op het regime om de overeenkomst met nog eens 72 uur te verlengen. Of het regime daarmee akkoord zal gaan, is nog niet duidelijk.