Grote literatuur is geen Happy Meal. Het is vervelend. Vindt u dat ook?

Succesvol maar géén literatuur. Dat gaat volgens critici op voor ‘De waarheid over de zaak Harry Quebert’ van Joel Dicker. ‘De Volkskrant’ vroeg zes jonge schrijvers uit te leggen wat literatuur dan wél is. Maar wat vindt u, de lezer, eigenlijk? ‘Het moet over mensen gaan, ja, niet over personages’, schrijft Thomas Heerma van Voss

Lolita is geen 'goed boek'. Wel 'grote literatuur', vindt schrijver en Groene-redacteur Joost de Vries
Lolita is geen 'goed boek'. Wel 'grote literatuur', vindt schrijver en Groene-redacteur Joost de Vries

Succesvol maar géén literatuur. Dat gaat volgens critici op voor ‘De waarheid over de zaak Harry Quebert’ van Joel Dicker. ‘De Volkskrant’ vroeg zes jonge schrijvers uit te leggen wat literatuur dan wél is. Maar wat vindt u, de lezer, eigenlijk?

‘Het moet over mensen gaan, ja, niet over personages’, schrijft Thomas Heerma van Voss (23). De auteur zette deze zaterdag in de Boekenbijlage van de Volkskrant samen met Maartje Wortel, Jamal Ouariachi, Walter van den Berg en Jannie Regnerus en Joost de Vries uiteen wat volgens hem literatuur behoort te zijn.

Belangrijk voor Heerma van Voss is de herkenbaarheid en authenticiteit van een personage in een boek:

‘Óf er nu geschreven wordt over de staat van de wereld, over een wandeling naar de supermarkt of over een man die honderden pagina’s lang zijn kamer niet uitkomt, uiteindelijk moet je al lezende overtuigd raken dat je te maken hebt met echte mensen; geen verzinsels, maar mannen en vrouwen die je kunt herkennen bij ieder ommetje door de stad.’

‘Literatuur is meestal geen goed boek’

Schrijfster Maartje Wortel vindt dat het etiket literatuur geen goed boek hoeft te betekenen:

‘Ik zal u heel voorzichtig zeggen: literatuur is alles wat er overblijft wanneer je denkt dat je het begrijpt. Het is een vraagteken. En meestal geen goed boek.’

Dat literatuur niet hoeft te behagen, niet goed hoeft te zijn, onderschrijft Joost de Vries. De auteur wijst op Lolita van Vladimir Nabokov. In feite een ‘vervelend’ boek, vindt De Vries:

‘Is Lolita een goed boek? (Serieus: breek me de bek niet open over Nabokov. Wat schrijft die man vervelend. ‘Lolita, mijn levenslicht, mijn lendevuur. Mijn zonde, mijn ziel.’ Vent, stel je niet zo aan.) Op tweederde van het boek wordt de idylle van Humbert Humbert en zijn nimfijntje Lolita doorbroken, zij vlucht, en het boek strompelt nog ruim tachtig bladzijdes achter haar aan, op weg naar een gezocht, opgerekt, onbevredigend einde.’

Geen goed boek dus, vindt De Vries. Toch is het ‘grote literatuur’:

‘Hoe vervelend ik hem kan vinden, zijn stijl is uniek, zijn woorden zijn alleen van hem, de manier waarop hij de begeerte van zijn hoofdpersoon invoelbaar maakt, is niet na te vertellen.’

Belangrijk in de discussie ‘goede boeken’ versus literatuur is volgens De Vries het besef dat een boek niet alleen goed is als je het uit kunt lezen, als het behaagt. De Vries:

‘Literatuur is niet everytime a good time, literatuur is niet I’m lovin’it. [..] Bij iets wat alleen ‘een goed boek’ is, is dat omgekeerd. Dan krijg je wat je wilt: er is een checklist, de schrijver vinkt af. Literatuur heeft die checklist niet. Er zijn geen regels voor, er wordt geen handleiding bij geleverd. Het is altijd nieuw, het is onontdekt gebied.’