EU: wél praten met Cuba werkt beter

Europa wil zijn invloed op Cuba vergroten door in gesprek te gaan. Timmermans speelde een sleutelrol.

Betogers tegen de regering in Havana. Het land hervormt in kleine stapjes, zo mogen Cubanen nu een auto kopen.
Betogers tegen de regering in Havana. Het land hervormt in kleine stapjes, zo mogen Cubanen nu een auto kopen. Foto AFP

Ver weg van warm Havana, in regenachtig Brussel, wordt vandaag een besluit genomen dat Cuba een rentree kan bieden tot de internationale arena. De Europese ministers van Buitenlandse Zaken geven waarschijnlijk groen licht voor onderhandelingen met het geïsoleerde communistische eiland. Doel van deze gesprekken is een samenwerkingsovereenkomst en een politieke dialoog ineen. Met de nadruk op dialoog, want tot nu toe bestond er alleen een eenzijdig ‘EU-standpunt’ over Cuba, ingenomen in 1996.

Vooralsnog is die overeenkomst een heleboel niet. Het wordt geen vergaand handelsakkoord zoals de EU aan Oekraïne heeft aangeboden. Het zal ook geen toezeggingen bevatten over financiële ondersteuning of ontwikkelingshulp aan Cuba. En het wordt zeker geen Europese zegen aan het Cubaanse regime.

Wat de EU wel belooft is een, in een verdrag geformaliseerd, gesprek over de politieke ontwikkelingen en de mensenrechtensituatie op Cuba en eventuele handelsafspraken als die ontwikkelingen bevallen. Dat klinkt als eenrichtingsverkeer, maar zo moet het volgens diplomaten in Brussel niet worden opgevat. „De Cubanen kunnen ook wat terug zeggen.”

Ook de Amerikanen zijn bezig met het aanhalen van banden. In Miami, waar veel Cubaanse ballingen wonen, zei president Barack Obama in november vorig jaar dat de relaties met Cuba „creatiever” kunnen. Het moet nog blijken of dat een herziening inhoudt van het handelsembargo dat volgde na de Cubaanse revolutie (1959). In ieder geval spraken delegaties uit de twee landen vorige maand met elkaar, onder meer over (illegale) migratie. De landen wisselen informatie uit over dreigende orkanen in de regio en hebben elkaar samenwerking beloofd bij olierampen.

Tijdens een uniek bezoek in januari aan Cuba zinspeelde minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken) al op een nieuwe koers. „De Europese houding van de afgelopen vijftien jaar om niet met de Cubaanse regering te praten heeft duidelijk geen verandering gebracht”, zei hij toen.

Landen als Spanje en Italië drongen al langer aan op herstel van de relaties. Vijftien EU-lidstaten hebben al bilaterale banden met het eiland. Maar een relatie op Europees niveau stuitte lang op verzet van voormalige Oostbloklanden in de EU: zij voelden door hun eigen communistische verleden weinig voor toenadering. Maar ook Polen en Tsjechië zijn nu om.

Er is dan ook wel iets veranderd op Cuba. Sinds januari 2013 hebben Cubanen niet langer een uitreisvisum nodig voor buitenlandse reizen. Ze mogen op kleine schaal voor eigen ondernemer spelen, vooral in de toeristische sector, en ze kunnen bijvoorbeeld ook auto’s kopen.

Het zijn geen grote hervormingen, eerder hele kleine stapjes. Maar voor Europese lidstaten zijn ze groot genoeg om het regime niet langer te negeren. Cuba moet, zeggen diplomaten, worden aangemoedigd om dit pad te blijven volgen. De EU zou nu graag zien dat economische hervormingen ook gepaard gaan met meer politieke vrijheden. De samenwerkingsovereenkomst moet de geesten binnen het regime rijp maken.

In 1996 stond de EU ook op het punt met Cuba te praten over samenwerking, maar na het neerhalen door van twee kleine Amerikaanse burgervliegtuigen werd hiervan afgezien. De relatie bekoelde toen 75 Cubaanse dissidenten in 2003 werden vastgezet. De EU stelde sancties in. Na de vrijlating van de dissidenten werd vanaf 2008 weer contact gezocht.

Intussen heeft de EU een ambassade op Cuba. De Europese Commissie maakte onder meer geld vrij voor het herstellen van orkaanschade en voor onderwijs- en landbouwprojecten.

Cuba heeft nog niet gereageerd op het nieuwe aanbod. Maar dat de EU (goed voor 20 procent der Cubaanse handel) een belangrijke rol kan spelen bij het doorbreken van het isolement is duidelijk. Twee weken geleden was president Raúl Castro de trotse organisator van de top van CELAC, een nieuw regionaal blok van Latijns-Amerikaanse landen. Het isolement lijkt langzaam af te brokkelen.