De olympische coup van een jong broekie

De skiërs begonnen gisteren met het koningsnummer, de afdaling // En meteen een verrassing // Want niet een van de favorieten won, maar de jonge Oostenrijker Matthias Mayer

De pas 23-jarige Oostenrijker Matthias Mayer, die nog nooit een wereldbekerwedstrijd won, was gisteren de snelste op de afdaling.
De pas 23-jarige Oostenrijker Matthias Mayer, die nog nooit een wereldbekerwedstrijd won, was gisteren de snelste op de afdaling. Foto AFP

Bode Miller zou de olympische afdaling winnen. Of Aksel Lund Svindal. De jonge Oostenrijkse skiër Matthias Mayer kwam in niet één prognose voor. Talentvol, zonder enige twijfel, maar zijn antecedenten spraken tegen hem. De afdaling is het terrein van de ervaren skiërs, niet van een jonge hond. Tot gisteren in Sotsji, de dag dat de oude rotten faalden.

Mayer is slechts 23 jaar, maar zijn talent maakt hem ongeduldig. Waarom zou hij wachten tot hij oud en geroutineerd genoeg is? Dat is tijdverspilling. Mayer heeft het gevoel nu al met de snelsten mee te kunnen.

Een zelfverzekerde skiër, die Mayer. Heeft ook met zijn afkomst te maken. Hij is de zoon van Helmut Mayer, een voormalige topskiër die in 1988 in Calgary olympisch goud won op de super-G. Als zijn vader olympisch kampioen kan worden, kan hij dat ook, redeneert Matthias. En hij smeedt een ambitieus plannetje. Misschien zou hij hem kunnen overtreffen met goud op de afdaling, dat hoger wordt gerangschikt dan de super-G.

Het idee voor zijn olympische coup ontstaat als Mayer tijdens een wereldbekerwedstrijd in Sotsji kennismaakt met de olympische piste. Pittig parkoers, dat wel, maar door de vele bochten in het eerste deel met kenmerken van de super-G, Mayers favoriete discipline. Hier liggen kansen, prent de ambitieuze Oostenrijker zich in, waarna hij aan zijn gedetailleerde olympische voorbereiding begint.

De gebruikelijke snelheidstraining wisselt Mayer bijvoorbeeld af met de reuzenslalom. Niet direct zijn favoriete onderdeel, maar vooral nuttig voor zijn bochtentechniek. Daar zou in Sotsji veel van afhangen, weet Mayer.

De wereldbekerwedstrijden in aanloop naar de Spelen gebruikt hij om een basis voor zijn olympische machtsgreep te leggen. De resultaten bemoedigen, maar winnen is er vooralsnog niet bij. Mayer voelt wel dat hij de top steeds dichter nadert. De bevestiging krijgt hij als Svindal hem op een goed moment aanschiet en prijst om zijn vorderingen. De succesvolle Noor herkent Mayers talent.

Toeslaan vanuit de underdogpositie

Eenmaal in Sotsji neemt Mayer zich als olympisch debutant voor te genieten van die speciale sfeer. Hij zuigt als een spons alle indrukken op, heeft veel lol met zijn skikameraden en neemt graag een kijkje bij de vrijbuiters van de slopestyle, waarvan de piste naast die van het alpineskiën ligt.

De trainingen voor de afdaling gaan goed. Mayer kronkelt als een slang door de bochten en voelt zijn vorm groeien. Hij besluit ingetogen te trainen om de concurrentie niet wakker te schudden. Toeslaan vanuit een underdogpositie lijkt Mayer de beste strategie. Dat lukt, want met startnummer 11 behoort hij niet tot de fine fleur, die zoals gebruikelijk de nummers 15 tot en met 25 krijgen toegewezen.

Onbedoeld blijkt dat een gouden greep, want Mayer profiteert en passant van de zon die zich achter de wolken verschanst op het moment dat de grote jongens zich naar beneden laten vallen. „De toplaag van de piste was tijdens mijn race wat zachter en sneller. Ik denk dat het net die honderdsten van een seconde scheelde om goud te winnen”, zegt hij in alle eerlijkheid.

Vlekkeloos gaat Mayers race niet. Maar dat kunnen alle afdalers hem nazeggen, want de bochtige piste vraagt veel van ieders technisch vermogen. Even rustige glijden is er nauwelijks bij. Maar Mayer maakt weinig fouten, houdt snelheid en springt als een duivel over de twee hellingen.

Als hij van de elf gestarten de snelste tijd heeft genoteerd – eentiende seconde sneller dan de verrassend sterke Noor Kjelt Jansrud – volgt op een speciaal podium het lange wachten. Zenuwslopend. Bode Miller komt en maakt een paar gruwelijke fouten in het middenstuk. Weg Miller. Svindal komt en heeft bovenin moeite zijn grote lichaam in balans te houden. Weg Svindal. Patrick Küng, de winnaar van de Lauberhornrennen, komt en zwabbert over de piste. Weg Küng.

Maar dan komt de Italiaan Christof Innerhofer. Met snellere tussentijden. Dat wordt billenknijpen. Tot hij bij de laatste sprong niet de ideale lijn kan houden, iets afwijkt en zeshonderdste van een seconde tekortkomt. Zo, die is binnen, weet dan de breed lachende, maar vooral opgeluchte Mayer. De skiër wordt dan al door leden van het Oostenrijkse team uitgebreid gefeliciteerd. Want ook de begeleiding is opgelucht. De Oostenrijkse mannen hebben dankzij Mayer nu al beter gepresteerd dan vier jaar terug op de Spelen in Vancouver. Destijds kwamen zij terug met nul medailles, een afgang voor het skiland bij uitstek.

Mayer moet nog wennen aan het idee dat hij als eerste skiër zonder wereldbekerzege het meest begeerde goud krijgt omgehangen. Dat duurt maar even. Tijdens de bloemenceremonie – de medailles worden in Sotsji op een speciaal gecreëerd Medal Plaza uitgereikt – dringt het pas goed tot Mayer door. Hij heeft goud. Operatie Sotsji is meer dan geslaagd.