Opinie

De menselijkheid van Fred Teeven

‘Iedereen die terug wil, kan terug”, zei Fred Teeven. Het was november 2013 en de staatssecretaris was zo moedig om in debatcentrum De Balie – niet bepaald een VVD-bolwerk – in gesprek te gaan met Arnon Grunberg. Teeven zat er duidelijk met goede bedoelingen. Hij geloofde in de rechtvaardigheid van het asielbeleid en dacht waarschijnlijk dat hij de zaal wel zou overtuigen.

Maar het charmeoffensief mislukte. Teeven leek allerlei vragen niet echt te begrijpen en gaf antwoord als een robot. Met zijn dogmatische opstelling, botte formuleringen en schijnbaar volledige gebrek aan empathie wist hij de hele zaal tegen zich in het harnas te jagen.

Dat kan beter, moet hij gedacht hebben. Dus toen hij gisteren in debatcentrum de Rode Hoed opnieuw tegenover een boos, links publiek zat, probeerde hij, in zijn woorden, ‘een stukje menselijkheid’ te laten zien. „Ik ben toch echt wel een mens hoor, dat zal sommigen van jullie verbazen, maar het is echt zo.”

Het leek even goed te gaan. Teeven vertelde dat hij uit idealisme politicus was geworden. En als politicus had hij een hekel aan dogmatisme. „Ik wil pragmatisch zijn, ik ben een bewindsman van gewoon eens een beetje kijken wat werkt.” Hij vertelde trots dat hij een paar keer van zijn discretionaire bevoegdheid gebruik had gemaakt om schrijnende gevallen toch een verblijfsvergunning te geven.

Maar het menselijkheidoffensief strandde even later alsnog. Teeven sprak over het in werking stellen van het kinderpardon en de strafbaarstelling van illegaliteit, en zei toen: „Ik heb ervoor gekozen eerst het zuur te doen en dan het zoet. Dus ik ben begonnen met het uitvoeren van het kinderpardon.”

Dit was een onbegrijpelijke opmerking. Voor de VVD is het kinderpardon zuur en de strafbaarstelling van illegaliteit zoet, maar voor vreemdelingen en het Rode Hoed-publiek ligt dat precies andersom. De zaal loeide, Teeven leek niet in te zien wat het probleem was.

Daarna werd het er niet beter op. Teeven zei dat een soepeler beleid ‘misbruik van hier tot Tokio’ zou uitlokken en sprak over uitgeprocedeerde asielzoekers die ‘een zakcentje’ meekregen naar het land van herkomst. Zijn onbeholpen woordkeuze zorgde voor geschreeuw uit de zaal.

„Ik heb een open blik”, probeerde Teeven het nog te redden. „We moeten kijken wat werkt. Maar sommigen in de zaal moeten ook eens nadenken over of die mensen niet een veel beter leven kunnen hebben in het land van herkomst.”

„Wat een ontzettend stomme opmerking!” schreeuwde Marjan Sax van Vrouwen Tegen Uitzetting vanuit de zaal.

Teeven: „U heeft die open blik niet, dat is wel duidelijk.”

Met deze chagrijnige repliek eindigde het debat. Teeven verdween door een zijdeur om de asielzoekers te omzeilen die voor de ingang ‘Wij zijn hier!’ scandeerden. Het was hem weer niet gelukt een stukje menselijkheid te laten zien.