De echte superspits valt niet op te leiden

Achter Huntelaar en Van Persie blijft het lang stil. De Nederlandse centrumspits heeft het al een tijd moeilijk.

Waar is die tijd, mijmerde René van der Gijp vorige week maandag in VI, dat „spitsen als Peter Houtman er tegen Go Ahead gewoon vijf inperen”? De voetbalanalyticus had weer naar Luc Castaignos gekeken, de topscorer van FC Twente (twaalf goals) die ongeveer vier grote kansen per wedstrijd nodig heeft om er eentje te maken. Waar zijn de goalgetters van weleer? De Wim Kiefts, de John Bosmans, de Ruud Geels? Kopbal-goal. Dodelijk in de zestien. Meestal wel goed voor ruim twintig goals.

Ja, waar zijn ze? Vitesse scoorde in de laatste vijf wedstrijden vier keer, met drie doelpunten van verdedigers. Ajax is koploper, maar heeft sinds de winterstop pas zes keer gescoord in vijf wedstrijden. Gisteren tegen PEC Zwolle had Siem de Jong de beste kansen om Ajax op zeven punten los van de concurrentie te schieten. De aanvoerder, meer middenvelder ook dan spits, faalde.

De Nederlandse centrumspits heeft het moeilijk. Geen speler wordt zo hard en cijfermatig beoordeeld. Je moet ertegen kunnen. Sterker nog: je moet eraan verslaafd zijn. Zoals Sir Alex Ferguson in zijn biografie „een van de meest egocentrische afmakers ooit” typeert: Ruud van Nistelrooy. „Het ging Ruud niet om de opbouw, hoeveel meters hij voor het team maakte of hoeveel sprints hij deed. Het ging hem maar om één ding: hoeveel doelpunten Ruud van Nistelrooy maakt. Zijn doelpuntentotaal was de obsessie die hem dreef.”

Kom daar maar eens om met het gelijkheidsbeginsel van Ajax-coach Frank de Boer. Iedereen verdedigt mee bij Ajax en wie niet mee kan met driehoekjes vormen, staat ernaast. De ploeg is langzaam en onspectaculair op weg naar de vierde landstitel op rij, zonder ster of superspits.

Je kunt het je haast niet meer voorstellen: een generatie Oranje-spitsen met Roy Makaay, Patrick Kluivert, Jerrel Hasselbaink, Pierre van Hooijdonk en Van Nistelrooy. En dan had je ook nog Jan Vennegoor of Hesselink. Spitsen worden kennelijk niet evenredig over de tijd verdeeld. Soms worden er op één dag, 1 juli 1976, twee van wereldklasse geboren: Kluivert en Van Nistelrooy. Of binnen een week, in augustus 1983, toen Klaas-Jan Huntelaar en Robin van Persie het levenslicht zagen.

En dan ineens duurt het tien jaar of meer voor zich een serieuze concurrent voor die laatste twee aandient. De dertigers Van Persie en Huntelaar dulden geen concurrenten, maar het is ook niet alsof het ze lastig gemaakt wordt door twintigers van nu.

Voorzichtig liet de verloren gewaande generatie topschutters dit weekend weer eens van zich horen. Bas Dost (24) scoorde voor VfL Wolfsburg, waar hij voor het eerst dit seizoen de voorkeur genoot in de spits. Luuk de Jong (23), uitgerangeerd bij Mönchengladbach, stond als huurling voor Newcastle United in de basis en kopte tegen Chelsea (3-0 nederlaag) een bal via de grond in de handen van Petr Cech. Ricky van Wolfswinkel (25) stond zaterdagavond goed gepositioneerd om als invaller de winnende goal te maken tegen Manchester City (0-0), maar hij werd over het hoofd gezien door een teamgenoot van Norwich City.

Van Wolfswinkel blijft zo steken op één doelpunt dit seizoen. Dost maakte er twee, De Jong nul. Ze hadden ook wel pech, blessures en/of coaches die het niet in hun zagen zitten. Hoe dan ook: Het WK is ver weg voor dit drietal. Lullig weetje: Dost, die in de eredivisie twee seizoenen geleden 32 keer scoorde, is de eerste Nederlandse topscorer sinds Dick Tol in 1962 die Oranje (nog) niet gehaald heeft.

Waar blijft de Nederlandse superspits? Dalen we af naar de eredivisie dan moeten we het doen met Castaignos (21) en PSV’er Jürgen Locadia (20), die mooi raak kopte tegen Twente. Bij Ajax was geen ruimte meer voor Danny Hoesen (23), die werd verhuurd aan het Griekse PAOK. Het zegt iets over de status van de Nederlandse spits in de eredivisie, waar de topscorer de afgelopen elf seizoenen zeven keer buitenlander was.

De Italiaanse Feyenoorder Graziano Pellè geldt nu als modelspits. Daar kan Wim Kieft niet bij. „Als je van jongs af aan iemand opleidt zoals Pellè nu voetbalt, kan je er duizend opleiden. Je hoeft geen individuele actie te maken, geen diepgang te hebben, geen fabuleuze techniek”, sprak de oud-spits van Ajax en PSV vorige week in VI. Hij pakte twee bierglazen, zette ze voor zich. „Als dít de zestien meter is, moet hij gewoon zorgen dat hij hier aanspeelbaar is. Dat hij ver weg staat, de bal vasthoudt, zijn lichaam gebruikt. En voor het doel is om te koppen. Dat deed ik ook, en ik was geen wereldwonder hoor. Dat kan je allemaal opleiden. Kijk, de Van Bastens kun je niet opleiden, de Van Nistelrooys ook niet. Maar het is een schande dat ze niet zo’n speler [als Pellè] op kunnen leiden.”

Het is maar goed dat Van Persie en Huntelaar nog wel tot hun veertigste door willen. Dan zitten we tot het WK in Qatar goed.