Bloed: alleen nog stollen als het moet

Dit is het zuurstoffilter van een hartlongmachine. Zonder antistollingsmiddelen raakt het apparaat verstopt met klonten bloed: de lange draden op deze elektronenmicroscoopopname. Maar de meeste stollingsremmers die nu gebruikt worden, hebben een groot nadeel. Ze verhogen het risico op bloedingen.

Onderzoekers van het Karolinska Instituut in Stockholm denken nu dat ze een middel gevonden hebben zonder die vervelende bijwerking. Met een antilichaam schakelen zij de zogeheten stollingsfactor XII uit. Daardoor klontert het bloed niet langer spontaan, maar stolt het bij bloedingen wel normaal. Dat meldden zij vorige week in Science Translational Medicine.

Het onderzoek komt voort uit de ontdekking in 2005 dat genetisch veranderde muizen die geboren werden zonder factor XII nooit een beroerte of longembolie kregen, terwijl hun bloedstolling wel normaal was. De onderzoekers zochten een middel dat factor XII zou kunnen uitschakelen en kwamen uiteindelijk uit bij het antilichaam dat zich speciaal richt tegen dit eiwit.

Om de werking te testen, koppelden de onderzoekers konijnen aan een hartlongmachine. Daarbij moet altijd het antistollingsmiddel heparine worden toegediend omdat het apparaat anders binnen de kortste keren verstopt raakt door klonterend bloed. Maar nu bleek het antilichaam in konijnen even goed te werken als heparine. Als de dieren het antilichaam kregen toegediend bleef de hartlongmachine schoon.

De onderzoekers gaan na deproeven op dieren nu verder met klinische proeven bij menselijke vrijwilligers. Als het ook bij mensen veilig werkt, zou het een doorbraak betekenen in de behandeling van trombose.