Altijd op de perfecte golf

Mooie, lange, hoge surfgolven zijn maar bij een paar stranden ter wereld te vinden // En misschien binnenkort ook in een ovaal zwembad in Zoetermeer // Steven Schmied heeft het in Delft nagerekend

Foto Thinkstock

„Een goede surfgolf is minstens twee meter hoog en heeft een steile en gladde wall en een mooie, constante barrel”, zegt Steven Schmied, die afgelopen maand aan de TU Delft promoveerde op een techniek om kunstmatige surfgolven op te wekken.

De barrel is de buisvormige holte onder het brekende gedeelte van een golf. Op je plank in die holte surfen, omgeven door water, precies snel genoeg om niet bedolven te worden, is voor een surfer het hoogst haalbare.

Ook voor Schmied (42 jaar, uit Melbourne), afgestudeerd als luchtvaartingenieur en computerwetenschapper, maar vooral ook ‘a keen surfer’. Al jaren reist hij rond tussen de paar ideale surfplekken op aarde, zoals Hawaii, Tahiti en Jeffrey’s Bay in Zuid-Afrika.

„Maar zó veel van dat soort plekken zijn er nu ook weer niet”, zegt hij aan de telefoon. Dus áls er goede golven zijn, is het vaak druk, zeker nu surfen steeds populairder wordt. Onder de libertijnse surfers gelden strenge verkeersregels: voorrang heeft bijvoorbeeld degene die het dichtst bij de plek is waar de golf begint te breken. „Maar iedere surfer heeft weleens een aanvaring gehad.”

In 2003 kwam Schmied tijdens een surftripje in contact met Greg Webber, de bedenker van de Webber Wave Pool: een ovaalvormig zwembad met een eiland in het midden. Langs de buitenrand van het zwembad wordt een wavedozer voortgetrokken, een soort waterploeg die een hekgolf genereert, net zoals een snel varend schip dat doet.

Door het diepteprofiel in het bad te variëren is de plaats waar die hekgolf breekt af te stellen. In één zwembad zouden ideale surfgolven eindeloos rondgaan, tot vreugde van – betalende – surfgasten, bedacht Webber. Tenminste, dat was de theorie. Want in de praktijk blijkt het nog niet zo gemakkelijk om de ideale surfgolf op te wekken. „Het is net koken: alle ingrediëntenten moeten goed zijn, anders is het niks”, zegt Schmied.

Normale golven op volle zee ‘zien elkaar niet’: ze lopen dwars door elkaar heen en zijn vrij gemakkelijk te voorspellen. Maar die voorspelbaarheid verdwijnt in ondieper water: daar wordt de golf hoger en steiler, en boven een bepaalde steiltegraad klapt de golf om: het breken van de golf.

„Dat is een niet-lineair proces”, zegt Schmied. Dat betekent dat kleine veranderingen in de omstandigheden grote gevolgen kunnen hebben. Om die reden strookten computersimulaties aanvankelijk slecht met de praktijk in waterloopkundige laboratoria. Schmied: „Dus toen zijn we overgestapt op praktijkproeven. We werken met golven van een centimeter of twintig. Resultaten kun je vertalen naar grotere afmetingen. Eigenlijk kun je als ervaren surfer meteen wel zien of je een goeie surfgolf maakt. Dat was handig.”

De ideale wavedozer-vorm lijkt een hoekige wig te zijn, en ook begrijpen we de effecten van de snelheid en het diepteprofiel nu beter, zegt Schmied. Als ingenieur bij Webbers Wavepool voert Schmied inmiddels gesprekken over het bouwen van een surfbaan in Zoetermeer in 2015. „Daarin zou je twee golven tegelijkertijd kunnen opwekken, waar tweehonderd surfers per uur op kunnen surfen.”

Toegegeven, de romantiek van wat surfers kennen als The Search, de zoektocht naar die ene surfplek waarbij alles klopt, gaat er zo wel een beetje af.

Maar daar tegenover staat dat surfers volop kunnen genieten van de perfecte golf, zonder bang te hoeven zijn voor haaien.