Kus

Wordt het nog gezellig? De verwachting: na het eerste startschot in Sotsji zal al het gedoe over mensenrechten, opgejaagde homo’s, de prestigedroom van Poetin, de rapporten over ecologische kaalslag, corruptie, intimidatie en terreur, verdrongen worden door de adrenaline van de sportsensatie. Niet langer gaat het om moed als in opkomen voor mensenrechten – maar moed als in opklimmen in de medaillespiegel.

De onverwacht hevige protesten tegen ‘Sotsji’ hebben wel degelijk effect

Zou het?

Er heerst engagementsmoeheid, dat zeker. Ik begrijp het – Sotsji-bashen is de afgelopen maand in overdrive gegaan. Kregen de critici van het eerste uur nog de nijdige drogredenen te horen die altijd klinken wanneer je je stem verheft – je doet het alleen om jezelf goed te voelen, het is elders ook heel erg, alsof Nederland het verschil gaat maken, en bij (misstand zelf invullen) hoorde ik je niet – inmiddels zijn de protesten oorverdovend. Alleen de afgelopen week al was er de petitie van 51 olympische sporters, van wie er twaalf in Sotsji meedoen, die zich uitspraken tegen de Russische anti-homowet en de gewetenloze houding van het IOC. Er was een petitie van ruim driehonderd beroemde schrijvers met dezelfde strekking. Er was de secretaris-generaal van de VN die het IOC de les las over discriminatie.

En Gordon schreef een woedende open brief aan Mark Rutte.

Het is maar een greep.

Het soortelijk gewicht van deze protesten? Gaat het om een blijvende bewustzijnsverandering of om een van die humanistische bevliegingen die even groots als vluchtig zijn? Juist omdat ze zo gericht is op één zaak, op één evenement, bestaat de kans dat na de slotceremonie in Sotsji – als er geen incidenten zijn geweest en er ook niets ontploft is – de betrokkenheid weer snel vervliegt. Engagement in het mediatijdperk wordt al snel sentiment. En sentiment is altijd alleen voor eigen gebruik.

In het geval van Poetins Spelen lijkt het engagement ook jammerlijk mislukt. Sotsji gaat door zoals gepland. Het IOC heeft nauwelijks een krimp gegeven. Het late charmeoffensief van de Russen zelf liet alleen maar zien hoe stupide er in dat land over homo’s wordt gedacht. Bij elke poging om de gemoederen te sussen werd er olie op het vuur gegooid: homo’s moeten van de Russische kinderen afblijven, in Sotsji zelf hebben we ze niet, in Rusland houden mannen van vrouwen en andersom. Het was zo achterlijk dat het komisch was.

Ook in Nederland haalden de critici bakzeil. Elk gebaar werd door de politiek afgewezen, omdat de „dialoog” in stand gehouden moest worden. Homo-organisatie COC werd braaf geconsulteerd, maar bleef achter met lege handen en een nutteloze petitie. Pas toen de bravoure van Rutte om een absurd zware delegatie naar de Spelen af te vaardigen zich tegen hem keerde, werden er wat halfhartige beloftes afgedwongen.

Te weinig, te laat. Te plichtmatig vooral.

Nu hoopt men op het grote vergeten. Bij WNL verklaarde de trouwste loopjongen van de VVD, Kamerlid Han ten Broeke, dat we nu wel zijn uitgediscussieerd: „Na vandaag moeten we ons richten op de sportieve prestaties.”

Hij mag het hopen. Volgens mij bedriegt de schijn: de onverwacht hevige protesten hebben wel degelijk effect. Ten eerste bij Poetin, die vergat dat je voor binnenlandse prestige ook buitenlandse goodwill nodig hebt; zijn show van veertig miljard is op een publiciteitsramp uitgedraaid. Ten tweede, bij het IOC (en de FIFA), die voortaan mensenrechten zullen moeten laten meewegen voordat ze zichzelf verkopen aan de hoogst biedende halve of hele dictatuur. Niet nog een keer zo, hoor je in die kringen.

Ook in Nederland zullen de lessen van Sotsji geleerd worden. Door de VVD, die haar handelspragmatisme zag stranden in een knieval voor een autoritair regime. Rutte is verder beschadigd. Hij sprak braaf zijn zorg uit, maar deze week werd hij geprezen door een woordvoerder van Poetin omdat hij zich niet van de wijs had laten brengen door heethoofden en gewoon de hoogste afvaardiging denkbaar had gestuurd. De Nederlandse regering begreep tenminste dat er in Rusland niets aan de hand was.

Dat heet een kus des doods.

En dan het mensenrechtenbeleid van PvdA-minister Timmermans. Daarin zou de internationale strijd voor homorechten een belangrijk rol spelen; van de zomer woonde ik in Parijs een bijeenkomst bij op de Nederlandse ambassade waarin dat enthousiast werd uitgedragen. Dat nieuwe elan is door het gesjoemel rond Sotsji ongeloofwaardig geworden.

Zeker, de komende weken zal er hartstochtelijk van sport genoten worden, alsof er niets gebeurd is. Maar er is wel degelijk iets gebeurd.