Gapend groots

Haar ogen gaan dicht, haar mond gaat wijd open en haar gezicht wordt anderhalf keer zo lang. Naar een gapende Ireen Wüst kun je blijven kijken, nee, móet je blijven kijken. Want een gapende Wüst is een Wüst in vorm. Een gapende Wüst wint goud. In Turijn moet ze voor het eerst goed hebben gegaapt.

Wüst na de winst op de 1.500m van Vancouver.
Wüst na de winst op de 1.500m van Vancouver. Foto EPA / Valdrin Xhemaj

Haar ogen gaan dicht, haar mond gaat wijd open en haar gezicht wordt anderhalf keer zo lang. Naar een gapende Ireen Wüst kun je blijven kijken, nee, móet je blijven kijken. Want een gapende Wüst is een Wüst in vorm. Een gapende Wüst wint goud.

In Turijn moet ze voor het eerst goed hebben gegaapt. Acht jaar geleden. Wüst was nog maar 19, een broekie. Een onvervalste Brabantse met twee onvervalst Friese ouders. Ze praatte mogelijk nog harder dan ze reed. Interviews schreeuwde ze het liefst, alsof ze tegen haar hoogbejaarde opa stond te praten. Een jaar voor de Spelen werd ze in Finland wereldkampioen bij de junioren, vlak ervoor nog knap derde op het EK Allround. Ireen was een vroege gaper.

Ireen Wüst reed in Turijn naar 4,02.43. Ze gaapte drie kilometer lang harder dan Cindy Klassen, zelfs harder dan Renate Groenewold. Ze was volledig ontspannen. Druk bestaat nog niet als je net komt kijken. Verwachtingen misschien, maar niet hardop. Op je negentiende schaats je normaal nog om te leren, maar op je 19de ben je ook zomaar Sportvrouw van het Jaar.

Huilen op een plastic stoeltje

En dan móet je opeens. Dan wordt er opeens iets van je verwacht. Dan is het ook extra zuur als je je op een EK in Collalbo op de 5.000 meter een voorsprong van 14 seconden laat afpakken door een iele Tsjechische. Dan zit je als Sportvrouw van het Jaar als een snikkende puber op een troosteloos wit plastic stoeltje en moet je grote broer tegen je zeggen dat “die andere vandaag gewoon net wat harder gaapte”.

Los van het EK-zilver dat goud hadden moeten zijn, was de eerste helft van 2007 van Ireen Wüst. Het WK won ze wél, ze werd afstandswereldkampioen op de 1.500 meter, ze reed Nederlandse records op Noord-Amerikaanse banen. Maar misschien gaapte Wüst te vroeg.

De jaren erna waren niet de leukste. Ze won af en toe nog wel wat, maar tegenover bijna elke goede prestatie stond een dramatische. Een gouden medaille op een EK allround, een zilveren op een WK, daartegenover stond een elfde, twaalfde of zestiende plek bij een wereldbeker.

Bekaf lag ze op het middenterrein, happend naar adem na een vijf kilometer. Bekaf hing ze boven een prullenbak, 1.500 loodzware meters eruit kotsend.

Gokken naar een kluiscode

Je zag NOS-verslaggever Bert Maalderink en Wüst soms weken achter elkaar in troosteloze één-tweetjes een kloteperiode kapot analyseren. Bert probeert het steeds weer, elk teleurstellend resultaat opnieuw.
“Heeft het met druk te maken?”
“Ben je soms ziek?”

En zelfs als het even ietsje beter ging:
“Je was weer ontspannen. Was dát dan het probleem de afgelopen tijd? Je was te gespannen?”
Het was alsof hij elke week weer een 43-cijferige kluiscode probeerde te gokken.

En Wüst, die glimlachte maar. Alles was ‘ja’, alles was ‘het zal best, Bert’. Gouden Ireen, het grootste vrouwelijke talent ooit op de schaats, gebruikte opeens termen als ‘puzzelen’, ‘zoeken’ en sprak over ‘langzaam stapjes vooruit’. Het was een periode waarin brons in Erfurt soms voelde als goud op de Spelen.

Lichamelijk ging het slecht, psychisch voelde ze zich ook niet meer ‘gezellig’, zoals ze tegen Mart Smeets zei in het portret dat hij van haar maakte. Ze trok zich terug en liet vooral niemand blijken dat het niet goed met haar ging, zelfs haar ouders niet. En dan kwam ze er ook nog eens achter dat ze verliefd was op een vrouw. Wüst had daar alle pillen op de markt tegenaan willen smijten. Een psycholoog moest een worstelende Wüst weer rust geven, die psycholoog moest haar weer leren gapen, zoals ze dat jaren eerder zo goed kon.

De gouden oprisping

Ergens op het middenterrein in Vancouver moest Wüst heel kort gegaapt hebben. Tijdens het rekken, misschien tijdens het fietsen. Buiten beeld. Ze won goud op de 1.500 meter tijdens de Spelen van 2010, terwijl het allemaal nog steeds niet makkelijk leek te gaan. Ze won goud, terwijl ze eerder die week nog kapot ging op de afstand waarop ze een titel verdedigde en teleurstelde op de 1.000 meter. Onverwacht voor ons, natuurlijk niet onverwacht voor Wüst. Die had hem al genoteerd.

Maar het was slechts een kleine gouden oprisping, een minigaap. Tot het voorjaar van 2011. Het staat letterlijk boven een video van de NOS: ‘Goed nieuws: Wüst gaapt weer.’ Iets met zwaluwen en een zomer. Ze werd weer wereldkampioen allround en het scheelde niets of ze was op alle vier de afstanden waaraan ze in Inzell meedeed aan het einde van het seizoen wereldkampioen geworden. Ze was weer terug.

Nu, drie jaar later, is het bijna elke week raak. Op een bankje op het middenterrein, op de boarding langs de baan zit Ireen Wüst. Haar ogen gaan dicht, haar mond gaat wijd open en haar gezicht wordt anderhalf keer zo lang. Op dit moment gaapt Wüst nog een vredesoverleg succesvol, gaapt ze een financiële crisis tot een einde. Want een gapende Wüst is een Wüst in vorm. Een gapende Wüst wint goud.