Wie is hier nou de moeder?

Monique Snoeijen schrijft de soundtrack van haar leven. Deze week: een autoriteitsprobleem.

Wie was hier nou de moeder? Dat kassameisje of ik? U had haar blik moeten zien toen ik een fles wodka wilde afrekenen. „Is het voor uw dochter?”, vroeg ze. „Als ik ook maar het vermoeden heb dat het voor uw dochter is, mag ik u niets verkopen.” Ze keek er heel fanatiek bij.

Mijn dochter bestudeerde intussen haar schoenpunten. „Natuurlijk is het niet voor mijn dochter”, bitste ik. Maar ik trilde een beetje. Want het was wel voor mijn dochter. Nu ja, niet voor haarzelf, ze wilde de fles cadeau doen aan haar opa. Nou goed, dat lieg ik ook. Het was voor een vriend van haar die zijn negentiende verjaardag vierde. Maar het gaat natuurlijk om het principe. Het had net zo goed wel voor haar opa kunnen zijn.

En wie was hier nou de moeder? Die kaartjesknipper of ik? Om met mijn dochters een goed gesprek te kunnen voeren over de uitwassen van het kapitalisme, had ik ze meegenomen naar The Wolf of Wall Street. Mijn oudste van zeventien kon gewoon doorlopen. Mijn jongste van vijftien moest haar identiteitskaart laten zien. „Uw dochter mag niet naar binnen”, zei hij. Pardon? „De minimumleeftijd is zestien jaar.” We keken elkaar met grote ogen aan: dit meende hij niet. Maar hoe we ook raasden en tierden, de kaartjesjongen gaf geen krimp.

Ik geef toe dat we de mogelijkheid om coke uit de anus van een vrouw te snuiven thuis nog niet besproken hadden. Maar als ze zo’n scène dan toch ziet, dan ben ik er liever bij. Dan kan ik haar tenminste uitleggen dat die meneer en mevrouw dat doen omdat ze heel veel van elkaar houden. Bovendien, over een paar weken kunnen we via pathe-thuis.nl de Wolf of Wall Street gewoon op de iPad bekijken. En waar is die kaartjesknipper dan met zijn goede fatsoen?

Voor alle duidelijkheid: ik leer mijn kinderen dat ze respect moeten hebben voor gezagsdragers en dat ze niet boven de wet staan. Maar hallo, ik ben hun moeder! Betekent dat dan helemaal niets meer? Van de weeromstuit begin ik me te gedragen als mijn oudste: een puber met een autoriteitsprobleem.

Leest u even mee hoe ze me op de website van de Universiteit van Amsterdam in gebiedende wijs toevoegen hoe ik met mijn dochter moet praten over haar studiekeuze: „Stel vooral (open) vragen.” „Stimuleer uw kind.” „Geef uw kind complimentjes.”

Hou me tegen. Ik weet toch zeker zelf wel hoe ik met mijn dochter moet praten. Ik heb zo mijn eigen methode. Eerst loop ik een paar dagen op eieren omdat mijn dochter telkens naar me begint te grommen als ik met haar praten wil. Dan verlies ik mijn geduld, been naar haar slaapkamer en verhef mijn stem. Zij gaat nog harder grommen, ik ga schreeuwen en zij begint te huilen. Als ze hysterisch schokschoudert dat ze alleen wil zijn, druip ik af. Dan ga ik onder aan de trap staan wachten tot haar gebrul zo is aangezwollen dat het klinkt alsof ze elk moment kan stikken. Dan betreed ik haar kamer weer. We vallen elkaar in de armen, zeggen ‘sorry sorry sorry’ en voeren vervolgens een heel lang en goed gesprek. Ik geef toe: het is wat omslachtig, maar het werkt voor ons.

Waarom ik dit laatste vertel? Nee, dit voorbeeld heeft inderdaad niks te maken met het naleven van de wet. Nou en? Wat kan mij dat schelen? Het gaat erom dat ik het betuttelen beu ben. De overheid hoeft mij echt niet te vertellen wat ik als moeder moet doen. Om met mijn oudste dochter te spreken: IK MOET NAMELIJK HELEMAAL NIKS!