‘Toch denk ik wel eens: is dit het nou? Misschien werk ik te hard’

Lotte Eppings (24) en Sophia van der Meijden (26) zijn twee jaar afgestudeerd en begonnen aan hun eerste baan. Om kosten te drukken, wonen ze samen. Sophia: „We hebben één regel: iedere man die hier komt, moet het vuilnis buiten zetten.”

‘Als een soort huwelijk’

Lotte: „We wonen nu een jaar samen, hebben allebei een eigen slaap- en woonkamer. De keuken en badkamer delen we. Toen we in dit huis gingen wonen kenden we elkaar nog amper, maar dat was juist fijn.”

Sophia: „Met een goede vriendin samenwonen kan verwachtingen scheppen, als een soort huwelijk. Daar hadden wij geen last van.”

Lotte: „We hebben nog nooit ruzie gehad. En als je even tijd voor jezelf nodig hebt, doe je gewoon de kamerdeur dicht. Ik kom uit een studentenhuis met zestien mensen, het leek me ongezellig om de stap te maken naar helemaal alleen wonen.”

Sophia: „Toen ik afstudeerde, wilde ik liever niet meer in een studentenhuis wonen. Maar alleen huren is natuurlijk hartstikke duur. Op deze manier woon ik wel in een mooi, groot en lekker schoon huis dichtbij het centrum.”

Lotte: „Voor het budget wat ik nu aan huur besteed, had ik in mijn eentje drie hoog achter in een slechte buurt gezeten.”

‘Om de week een date’

Sophia: „Sommige mensen denken dat we lesbisch zijn omdat we samenwonen. Als je ons kent, dan weet je dat dit niet zo is. We hebben het vaak over mannen: wie we hebben ontmoet, wat hij heeft gezegd. We gebruiken dating-app Tinder, waarmee je via de mobiele telefoon in contact komt met mannen.”

Lotte: „Hoe vaak we in de maand een date hebben? Bij mij valt het wel mee, maar vraag dat maar aan Sophia. [Lacht] Dan kun je beter vragen hoe vaak per week.”

Sophia: „Soms ook even niet, maar er zijn periodes dat ik om de week een date heb. Maar ik denk dat daten niet meer gaat zoals het vroeger ging. Niemand neemt het meer zo serieus, daarom ik ook niet. Het is met zo’n app zo makkelijk geworden, er is zoveel keuze. Net een soort van snoepjeswinkel waar je uit kan kiezen. Als ik een date heb, ga ik meestal ergens een drankje doen. Bij hem thuis afspreken doe ik niet direct, straks is het een freak. Ik heb met Lotte de afspraak dat als ik naar iemand toega, zij het adres krijgt te horen.”

Lotte: „Dan weet ik in ieder geval waar ze voor het laatst was als ze nooit meer thuiskomt. Ik ben daar allemaal veel voorzichtiger en terughoudender in.”

Sophia: „Ik snap het wel, je kent elkaar meestal amper. Maar ik ga ook pas na een aantal dates mee naar huis, als ik hem echt leuk vind.”

Lotte: „Ik heb wel eens dates gehad, maar dat leverde niets op. Ik vind het heel vervelend als ze gaan zoeken naar herkenningspunten. ‘Hou je van sporten? O ja, jij ook? High five!’ Zo werkt het niet, vind ik. Ik gebruik Tinder wel voor vriendschappen. Laatst kwam ik een vriend van mijn ex tegen op de app, toen zijn we samen gaan schaatsen.”

‘Geen kinderen maar een baan’

Sophia: „We hebben allebei communicatie gestudeerd en stage gelopen bij ARA, een Rotterdamse reclamebureau. Een bekend bureau, dus als je daar binnenkomt, ben je al best wel ambitieus. Na mijn afstuderen vond ik snel een goede baan.”

Lotte: „Ik heb ook nooit zorgen gehad over het vinden van een vaste baan. Na mijn afstuderen ben ik vrijwillig stage gaan lopen bij Business Openers waar ik koste wat kost wilde werken. Ik werk hard aan mijn carrière. Ik zag laatst een oud-klasgenootje met een kinderwagen. Daar voel ik me echt nog veel te jong voor. Ik heb altijd geroepen dat ik geen kinderen wilde, maar een uitdagende baan. Ik ben ervan overtuigd dat als je echt ergens voor gaat, je er dan wel komt.”

Sophia: „Je moet in jezelf geloven. Self-fulfilling prophecy.”

Lotte: „Een fulltimebaan is zo anders dan het studentenleven. Er is altijd werk en het is nooit af. Dat merk ik ook bij vrienden. Waar je vroeger gewoon belde om eventjes af te spreken, moet je nu de agenda’s erbij pakken en ver van te voren plannen.”

Sophia: „Dat komt ook omdat je zo druk bent overdag, dan ben je vaak ’s avonds te moe om nog af te spreken.”

Lotte: „Toch denk ik ook wel eens: is dit het nou? Misschien werk ik gewoon te hard. Officieel werk ik voor veertig uur in de week, maar ik denk dat ik vijftig uur makkelijk haal.”

Sophia: „Mensen kijken anders naar je als je een goede baan hebt. Je wordt serieuzer genomen. Ik merk dat ook bij mannen. Zo van: ‘O, jij hebt een goede baan, wat interessant.’ Terwijl dat raar is, want je bent niets veranderd.”

‘Mannen zetten het vuilnis buiten’

Lotte: „Ongeveer drie keer in de week eten we samen, ik kook meestal.”

Sophia: „Ik word chagrijnig van koken, omdat ik een te korte aandachtsspanne heb. Ik ben meer van het opruimen. Het is fijn om met een drukke fulltimebaan een rustige omgeving te hebben waarin je thuiskomt.”

Lotte: „Jij hebt meer discipline, maakt elke ochtend je bed op. Ik kan er een puinhoop van maken, maar maak weer wat vaker schoon.”

Sophia: „Bij mij is het op het zicht schoon. We hebben wel één regel: iedere man die hier over de vloer komt, moet het vuilnis buiten zetten.”

Lotte: „Het begon als grap, maar het werkt goed. We hoeven het bijna nooit zelf te doen.”