Opinie

Terneuzen

Februari vind ik een lastige maand, niet verschrikkelijk maar wel ongemakkelijk. Mijn huis staat op het moment vol bloemen, dat helpt wel wat. Ik vierde laatst iets, vandaar. Bij gebrek aan vazen staan de meeste bloemen in emmers hun schoonheid te verliezen. Ik denk niet dat bloemen van mensen houden. Niet alleen omdat voor houden van hechting nodig is, en bloemen volgens mij alleen hechten aan de aarde die ze grootbracht, maar ook omdat we ze louter voor ons eigen plezier van hun levensbron afsnijden. Hoewel ik het Stockholmsyndroom niet wil uitsluiten.

Plots word ik overvallen door een gedachte aan Terneuzen, een onprettige gebeurtenis. In Terneuzen is vorig jaar proces-verbaal opgemaakt tegen een 61-jarige vrouw, nadat ze bekend heeft tussen 2009 en 2013 zestien keer bloemen en planten van de begraafplaats te hebben gestolen. Als ik ergens het woord Terneuzen ontwaar lees ik steevast: Treurneuzen. Ik vermoed dat dat te maken heeft met het feit dat ik weleens in Terneuzen ben geweest. Ik speelde er in het theater en nam er een speelfilm op waarvoor ik werd onderscheiden met een Gouden Ui voor slechtste actrice. Een ui, ja. Het verbaasde mij niet. In Terneuzen waait het altijd en even uitrusten doe je daar onder tl-licht in plastic tuinstoeltjes of met een sprong in het kanaal. Als je in Terneuzen woont, ben je in feite levend begraven, wat bij deze 61-jarige vrouw een proactieve houding ten opzichte van de dood zou kunnen verraden. „Doe geen moeite, de bloemen regel ik zelf wel.”

Hoewel zoiets natuurlijk bijzonder pijnlijk is voor de nabestaanden van de overledenen wier bloemen zij ontvreemde, fascineert het me mateloos. Waarom deed deze vrouw het? Kreeg zij nooit bloemen? Of had zij er geen geld voor? Nam ze de bloemen mee naar huis, of wilde ze de bloemen gewoon van de begraafplaats af krijgen? Op internet levert een zoektocht naar de rechtsgang van deze zaak niets op. Al deze vragen blijven keihard onbeantwoord. In een straaltje mistige zon in de hoek van de woonkamer bijt mijn kat met korte pootjes gelukzalig in het doorzichtige plastic dat nog ondankbaar om een bos zit. Ik moet mijn ramen lappen, maar ik ben wel blij dat ik niet in Terneuzen woon.