Soms is de wijnwereld overzichtelijk

Harold Hamersma daalt in Nijmegen af in de krochten van een Franse wijnhandel.

Rood, wit en soms rosé, Annick Schreuder, 19,99 euro . De Bezige Bij.
Rood, wit en soms rosé, Annick Schreuder, 19,99 euro . De Bezige Bij.

Als het om wijn gaat, kent Nijmegen tenminste twee bijzondere adressen. Ik kan mij nog een bezoek herinneren aan Het Savarijn, het restaurant van eigenaar, kok en wijnimporteur Nic van Lokven. In Grootspraak 2014, een restaurantgids voor wijnliefhebbers, is het een van de weinige adressen in Nederland met vijf druiventrossen. Deze hoogste kwalificatie staat voor „de absolute top, een wijnkaart met een eigen identiteit en alleen al een reden om er naar toe te gaan”. Aldus geschiedde destijds. Om Duits te proeven, de specialiteit van Van Lokven. Onlangs vond ik nog een reden om de stad aan te doen. Ik wilde een bezoek brengen aan De Bruijn Wijnkopers. De aanleiding had kunnen zijn dat dit de oudste, zelfstandige importeur van het land is (anno 1772), mijn bezoek was echter van minder geschiedkundige aard. De Bruijn laat zich erop voorstaan Frankrijk als specialiteit te hebben, en dan met name Bordeaux en Bourgogne. Zevende generatie-directeur Joost de Bruijn („Wij zijn met de fles grootgebracht”) formuleert de oorspronkelijke mission statement van de firma zelfs nog wat preciezer: „Van mijn vader kregen mijn broer Eric en ik te horen dat de wijnwereld bijzonder overzichtelijk in elkaar zat. De beste rode wijn ter wereld kwam uit Bordeaux. En de beste witte uit Bourgogne. Verder dan dat hoefden we niet te zoeken als we de zaak zouden overnemen.” De Bruijn begint te lachen bij het vervolg: „Door die visie is hij trouwens ooit het importeurschap misgelopen van wat nu de meest gewilde en kostbare producent van rode Bourgogne ter wereld is: Domaine de la Romanée-Conti. Maar ja, hij was streng in de leer.”

Fundering

Als ik door de kelders van De Bruijn loop (verdwalen behoort tot de mogelijkheden) blijken rode Bordeaux en witte Bourgogne ook bijna letterlijk de fundering van het bedrijf te zijn. De kisten Lafite-Rothschild, Mouton Rothschild, Latour en Petrus en vele, vele andere grands crus classés liggen tot aan het plafond opgestapeld. En de Bourgogne blancs wensen niet achter te blijven. Gebroederlijk bijeen tref ik onder andere de grote wijnen van Domaine des Comtes Lafon, Domaine Leflaive en Domaine Bonneau du Martray. Als ik wat verder dwaal, blijken de broertjes toch ondeugend geweest: ik beland voor een wandje opgetrokken uit Ollieux Romanis uit het nederige Zuid-Franse Corbières. Bijna verontschuldigend klinkt: „Als we echt ergens een vondst doen, kunnen we ons toch niet bedwingen.”

Dat gaat met name op voor de Cuvée Prestige 2011 van het domein, een zeldzame witte Corbières van op nieuw eikenhout gelagerde roussanne- en marsannedruiven. ‘Romig, notig, truffels, marsepein en luxe fruitmandenfruit’, noteer ik. „Op onze site heb ik ’m als een kleine Meursault omschreven”, glundert Eric. En daarmee zijn we dan toch weer terug in Bourgogne.

Die avond neem ik afscheid van Nijmegen in ‘global food restaurant en fish bar’ van suite hotel Manna. Ook hier is aan wijn geen gebrek, al is het aanbod minder ambitieus en adequaat op de brasserieformule toegespitst. Overigens houdt dat niet in dat er in Manna geen kelderschatten te vinden zijn. Maar die bevinden zich achter slot en grendel en blijken van een aantal habitués. Achter de glazen wanden van de klimaatkasten zie ik zeer kostbare Bordeaux en Bourgogne wijnen die ik vanmiddag elders in de stad nog ondergronds zag liggen. Niet ondenkbaar is dat De Bruijn ook hier voor de invulling heeft gezorgd.