Schilder tussen aarde en hemel

Het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten toont in een schitterende tentoonstelling vijftig schilderijen van Francisco de Zurbarán.

Foto Bozar Expo

Het lam ligt op een houten tafelblad, de poten bij de enkels samengebonden met dun touw. Het steekt scherp af tegen de zwarte achtergrond, het licht valt van opzij op de witte krulletjesvacht. De voorstelling is volledig opgebouwd uit tonen wit en grijszwart. Het verstilde tafereel, 35 bij 52 cm, is realistisch, je voelt de rulle vacht en de harde vuile plekken bij de achterpoten. Het dier moet in het atelier hebben gelegen toen het geschilderd werd.

Het meest treft de totale overgave, de kop ligt uitgestrekt met halfdichte ogen. Toch is het de vraag of de gedachten naar het Lam Gods zouden uitgaan als er niet een ijl aureool perfect perspectivisch boven de kop geschilderd was. Ten overvloede zijn in het tafelblad de woorden TAMQUAM AGNUS gegraveerd, verwijzend naar „als een lam dat naar de slachtbank wordt geleid” uit het bijbelboek Jeremia.

De Spaanse schilder Francisco de Zurbarán (1598-1664) is beroemd om zijn diepreligieuze schilderijen van heiligen, monniken en Christus aan het kruis. De intieme devotieschilderijen, eenvoudig en streng van opbouw, met sterke lichtdonker contrasten, een theatrale belichting en een sober kleurenpalet, roepen de beschouwer op tot contemplatie en inkeer. Ze zijn zo aansprekend dat vaak wordt aangenomen, ook door kunsthistorici, dat ze de uitdrukking zijn van Zurbaráns persoonlijke belevingswereld. De eenvoud is echter bedrieglijk. Hoe langer je naar deze schilderijen kijkt, hoe meer de vraag opkomt naar de eigenlijke thematiek van dit oeuvre.

‘Beroemd’ is in het geval van Zurbarán trouwens relatief, zijn werk is herontdekt na een internationale tentoonstelling in 1988. Over de meester is weinig bekend. Zurbarán heeft een enorm oeuvre achtergelaten, er worden 286 eigenhandige schilderijen geteld. Hiervan zijn er nu vijftig te zien op een schitterende tentoonstelling in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten. De drukke loopbaan van Zurbarán, die opgegroeide in een dorpje in Extremadura als zoon van een rijke Baskische handelaar, begon toen hij in 1626 met een dominicanenklooster in Sevilla een contract tekende voor 21 schilderijen over het leven van de heilige Dominicus en kerkvaders. De Heilige Gregorius laat zien dat de 28-jarige schilder zijn stijl hier al helemaal gevonden had. De staande Gregorius werpt een slagschaduw op de zwarte muur achter hem, zodat een effect ontstaat van sculpturale monumentaliteit. Rood fluweel, goudbrokaat en een transparant wit onderkleed eisen alle aandacht op. De rode handschoenen vormen met de rode zijkant van het opengeslagen boek dat Gregorius vast houdt zijn een felrode horizontale streep dwars door de compositie.

Direct volgden grote opdrachten van andere orden, waarvan Sevilla er aan het begin van de 17de eeuw ruim 50 telde, met meer dan 2.000 kloosterlingen. Het was het hoogtepunt van de Contrareformatie. Het Concilie van Trente (1545-1563) had bepaald dat het de taak van de kunst was om de religieuze dogma’s aanschouwelijk en begrijpelijk te maken voor het volk, volgens vaste regels.

In Sevilla was de Mariaverering bijzonder populair, met name de idee van de Onbevlekte Ontvangenis. Volgens voorschrift moesten schilderijen van de Onbevlekte Ontvangenis Maria tonen als een meisje van 12 à 13 jaar oud, liefst met goudblond haar, in een witte jurk en blauwe mantel. Op de tentoonstelling is zo’n schilderij van Zurbarán te zien. Het kuise meisje zweeft op een transparante maansikkel te midden van wolken en van symbolen als de ‘Onbevlekte spiegel’ en de ‘Morgenster’. In de diepte is links Sevilla te zien en rechts een omsloten tuin met een ‘verzegelde bron’.

Om aan de vraag te kunnen voldoen bestierde Zurbáran in Sevilla een groot atelier met assistenten. Het atelier verscheepte partijen van honderden schilderijen, bestemd voor de kloosterorden over zee. Zo bezien is het verbluffend dat Zurbarán er naast het commerciële productiewerk in slaagde om ook zeer geconcentreerde schilderijen te maken. Zoals Broeder Jerónimo Pérez (1630-32), frontaal staand in een witte habijt met kap over het hoofd. Je raakt niet uitgekeken op de schaduwen en de plooien van de witte stof, waar net een zwarte schoenpunt onderuit steekt. De structuur van het schilderslinnen is gebruikt voor de weergave van de linnen jurk. Zurbarán was een meester in het schilderen van textiel, vooral witte stoffen, met dekkende en transparante verf in dunne lagen over elkaar. De gedrapeerde lendedoeken van de stervende Christus zijn een studie op zichzelf waard.

Op een geraffineerde manier, die ver ontstijgt aan de voorschriften van zijn opdrachtgevers, vermengde Zurbarán in zijn schilderijen de aardse met een geestelijke wereld. Soms zijn de twee werelden helemaal met elkaar verweven, zoals in het schilderij van het Lam Gods of in het Stilleven met Kruiken (1660). Vier verschillende kruiken in goud, wit en rood, staan op een rij op tafel tegen een zwart fond, glanzend in het strijklicht. Het zijn ‘gewone’ kruiken en tegelijkertijd demonstreren ze wat de mystica Theresia van Avíla bedoelde met de woorden dat „God ook tussen de potten en pannen is”. Soms ook botsen de twee werelden juist op elkaar, zoals in De miraculeuze genezing van de zalige Reginald van Orléans. Hier verschijnt Maria met twee heiligen aan het bed van de stervende Reginald en liggen de hemelse wolken ontheemd op het witte beddelaken.

Bij Zurbarán zijn niet de heiligen, maar is de schilderkunst de bemiddelaar tussen het aardse en het spirituele. De stervende Christus schildert hij niet met bloederige wonden, maar als een sculptuur of een ‘beeld’ van het ideale lichaam, soms zelfs met een schaduw erachter om te benadrukken dat het inderdaad een beeld is, een schepping van de schilder. De doek waarmee de heilige Veronica tijdens de kruisgang het gelaat van Jezus afwiste, schilderde Zurbarán in trompe-l’oeil, als een aan touwtjes opgehangen doek. Niet de afdruk van het goddelijk gelaat op de doek, maar verbeelding van de doek op het linnen is het wonder.

Heel vaak ook verwerkt Zurbarán ander voorstellingen of schilderijen in het schilderij, bijvoorbeeld waar de heilige Nicolaas van Bari een schilderij van de geboorte van Christus beschouwt. Daarmee benadrukt het werk voor de kijker dat de voorstelling een constructie is.

Oppervlakkig bezien gaan de schilderijen van Zurbarán over een religieus verhaal, maar in wezen gaan ze over zichzelf. Ze demonstreren het wonder van de schilderkunst.

Een van Francisco de Zurbárans laatste schilderijen toont een gekruisigde Christus met de heilige Lucas ernaast, ze kijken elkaar aan. Dit is een zeer ongebruikelijke voorstelling, want Lucas, de patroonheilige van schilders, kennen we in de kunstgeschiedenis alleen als portrettist van Maria. Lucas staat hier met in zijn hand het palet, waarmee het schilderij gemaakt is. Sommigen denken daarom dat het een zelfportret is van Zurbarán. Het schilderij is een ode aan de schilderkunst en een bespiegeling over de miraculeuze incarnatie van een spirituele beleving in verf.