Wie ‘VU’ zegt, telt als succesvol

‘Eigenlijk moet ik nu zoveel mogelijk de naam VU laten vallen”, zegt Hans Radder (64), hoogleraar theoretische filosofie bij die Amsterdamse universiteit. „Dan is de afdeling communicatie tevreden.”

Die afdeling beoordeelt bijdragen van VU-wetenschappers aan kranten op de commerciële wijze die in de pr-branche gebruikelijk is. Radder: „Ze kijken of de naam VU wordt genoemd, en meten het oppervlak van het bijbehorende stuk tekst. Daarna rekenen ze uit hoeveel geld een advertentie met die oppervlakte zou kosten. En zo komen ze tot lijstjes van ‘succesvolle’ wetenschappers.”

Radder haalt diep adem. „Advertentiewaarde, dat kent de universiteit dus toe aan een stuk dat je, bijvoorbeeld, voor de opiniepagina’s hebt geschreven als serieuze bijdrage aan het maatschappelijk debat!”

En Radder vindt: „De economisering van universiteiten is volledig doorgeslagen. Er wordt in geld uitgedrukt, wat niet in geld valt uit te drukken.”

Het is niet het enige probleem, zegt hij. Neem het feit dat wij dit gesprek voeren in een kille, vooraf geboekte vergaderkamer. Dat is de nieuwe stijl, want de medewerkers van de filosofiefaculteit hebben geen eigen werkkamers meer. In plaats daarvan zoeken ze elke ochtend een werkplek in een van de fris wit geschilderde één- en tweepersoons cellen aan weerszijden van een brede gang met fleurige zitjes.

„Vreselijk”, vindt Radder. Het zal best dat op deze manier ruimte wordt bespaard in een faculteit waar vaak kamers leeg stonden – doordat mensen geregeld thuis werken of in deeltijd. „Maar ík was er altijd. Ik ontving studenten in mijn werkkamer. In mijn kasten stonden ordners met 30 jaar werk en op mijn tafel lagen stapeltjes mappen van de verschillende projecten waaraan ik tegelijkertijd werkte.”

Het college van bestuur heeft nog wel een eigen kamer met boekenkast, zo wijst Radder als we even later door de gang lopen, en de studentenvereniging heeft een kamer met kratten bier. Maar hijzelf en collega-wetenschappers zitten aan steeds een ander bureau. Hooguit kunnen ze wat ordners en boeken stallen op de planken die elk van hun zijn toegewezen in de lage kasten in de gang.

Het illustreert volgens Radder het tweede probleem: de almaar toenemende hiërarchisering. „Steeds minder mensen hebben steeds meer te vertellen en naar de argumenten van het personeel wordt amper of niet geluisterd.”

In dit specifieke geval: „Er kwam een interim-manager die zich gehaat maakte, de herinrichting door onze strot duwde en weer vertrok.”

Samen met wetenschappers van alle Nederlandse universiteiten heeft Radder daarom eind vorig jaar het platform Hervorming Nederlandse Universiteiten (HNU) opgericht. „Net als Science in Transition maken wij ons ook druk om de bureaucratisering van de wetenschap – om de overdreven nadruk op oppervlakkige kwantitatieve graadmeters, het tellen van citaties... Maar wij richten ons daarnaast meer op culturele en structurele problemen aan de universiteiten; op die economisering en hiërarchisering.”

De twee protestgroepen zullen binnenkort praten over mogelijke samenwerking, vertelt Radder. Zoals gezamenlijk overleg met bestuurders.

Al is hij over dat laatste niet erg optimistisch. „Mijn eigen decaan riep me na een kritisch stuk over de huisvesting, in Trouw, meteen op het matje: zoiets was niet goed voor de reputatie van de VU.”

Hij haalt zijn schouders op. „Intimidatie, vind ik dat. Niet dat het mij wat kan schelen: ik ga dit jaar met pensioen. Ik doe dit voor de jongere medewerkers die nog jaren voor de boeg hebben.”