Rainbow games

Stel, je bent een beetje een corrupt presidentje in een ontwikkelingsland. En het gaat niet zo lekker met je bestuur. Er lopen een aantal belangrijke mensen over naar de oppositie en het volk begint wat te morren over de corruptie, of dat de stroom steeds uitvalt.

Je hebt eventjes een overwinning nodig. Iets waardoor het volk weer van je gaat houden en je de subversieve elementen weer in hun hok krijgt. Het moet makkelijk zijn. Het moet grote ophef veroorzaken. En het moet populair zijn.

De oplossing is tegenwoordig simpel: je introduceert één of andere gruwelijke straf voor homo’s.

Dat is makkelijk: als je Nigeria bent of Malawi of Uganda, dan heb je als het goed is nog een set Brits-koloniale anti-sodomie wetten liggen en hoef je die alleen te amenderen met een lange gevangenisstraf.

Dat resulteert gegarandeerd in grote ophef: het werkt als een rode lap op de Westerse media. Die staan onmiddellijk op hun achterste benen, want die hebben homorechten tot speerpunt van hun mensenrechtenbeleid gemaakt. Iedereen valt over je heen. Er wordt met sancties gedreigd.

Maar het volk omarmt je. Want die zijn tot in hun kleinste teen conservatief. Als ze ergens bang voor zijn, is het wel dat de modernisering van hun land gepaard gaat met de ondergang van traditionele familie-waarden. En ze waarderen hun president alleen maar meer als hij het aandurft om tegen de wensen van de Westerse rijke landen in te gaan.

Uganda was hier twee jaar geleden succesvol mee. Het feest van de Westerse verontwaardiging was daar helemaal compleet toen David Cameron de wens uitsprak om ontwikkelingssamenwerking afhankelijk te maken van homorechten.

Het werkte: Uganda voelde zich betutteld en ging massaal achter de president staan. In navolging liet president Jonathan van Nigeria de afgelopen weken dezelfde stunt zien. Hij lag onder vuur en besloot met nieuwe anti-homowetgeving even de Pavlov-reflex van het Westen in te zetten om de aandacht af te leiden. Unleash the dragon. Het werkte. De problemen verdwenen als Nigeriaanse sneeuw van de voorpagina. En het volk applaudisseert.

Let wel: Nigeria is het meest homofobe land ter wereld. In een enquête geeft 98 procent van de bevolking aan dat de samenleving homoseksualiteit niet zou moeten accepteren.

Het lijkt de nieuwe maat der dingen te worden voor de Westerse wereld: homorechten. In Sotsji is het veruit het belangrijkste mensenrechtenonderwerp.

We zien snowboarder Cheryl Maas stoer met haar regenbooghandschoenen in beeld wapperen. Google lanceerde gisteren zijn regenboog-Sotsji-doodle. Woensdag werd er wereldwijd gedemonstreerd met de regenboogvlag. Dit zijn de rainbow games.

Homorechten is nu hét Westerse stokpaardje. Het laatste bastion. De enige eenvoudige manier om nog een duidelijk zwart/wit onderscheid tussen goed en kwaad te maken op deze complexe wereld.

Maar het heeft ook iets gekunstelds om boos te worden op wetgeving. De Verenigde Staten bleken ook nog equivalenten van de Russische anti-propagandaclausule te hebben in een aantal staten. Niet dat homovervolging daar nou zo’n dringend probleem is. Meer dan de helft van de Amerikanen steunt het homohuwelijk. Toch neuzen wij Westerse predikers voornamelijk in wetboeken van strafrecht naar anti-homoclausules en zwaaien bestraffend met ons vingertje als blijkt dat het niet pluis is.

Ergens begrijp ik wel dat je daar lichtelijk puberaal van wordt.

De vraag is of die focus op anti-homowetgeving wel zo’n goed idee is. Niet omdat homorechten onbelangrijk zouden zijn. Of omdat de positie van homo’s in delen van de wereld niet schrijnend is. Nee, simpelweg omdat het misschien niet het meest efficiënte beleid is en er speerpunten zijn waarmee je meer kunt bereiken. Je kunt je afvragen of de vervolging van homo’s bijvoorbeeld wel het allergrootste probleem is voor hun situatie. Of dat de onderliggende homofobie onder de bevolking ernstiger is. Dan is het misschien mooi als je niet in de gevangenis terecht komt. Maar de dagelijkse vernederingen verdwijnen er niet door.

Verder is de vraag of we per se homo-emancipatie moeten doordrukken in landen waar het zo lijnrecht tegenover de traditionele opvattingen van de bevolking staat. Misschien is het beter om heel even te wachten, tot er door onderwijs en welvaart vanzelf modernere beelden ontstaan. Zo is het tenslotte ook in de Westerse wereld gelopen.