Politieke berichtgeving is kiezen, maar ook bijhouden

Wie is voor en wie is tegen? Politiek is ook, of misschien wel in de eerste plaats, een kwestie van kunnen tellen – zoals de PvdA tot haar schande ondervond in 1977, toen die partij het gedroomde tweede kabinet-Den Uyl vaarwel kon kussen omdat CDA en VVD óók een meerderheid hadden.

Maar telt de krant nog iedereen mee als het om politiek gaat?

Een lezer te Oss maakte er bezwaar tegen dat in een bericht van Jeroen Wester over winstuitkeringen door ziekenhuizen het standpunt van de SP niet was vermeld (Breed verzet tegen winstuitkering door ziekenhuis, 15 januari). In dat stuk meldde Wester dat een kabinetsvoorstel voor meer marktwerking in de zorg op verzet stuitte van „PVV, CDA, GroenLinks en ChristenUnie”.

Waarom stond de SP daar niet bij? Die partij was immers altijd al tegen marktwerking in de zorg.

Ja, maar dat was ook het punt, zegt Wester. Het ging niet om een opsomming van standpunten, maar om een weging van de veranderde politieke krachtsverhoudingen. „Ik noemde CDA, PvdA, PVV en PvdA expliciet, want die zijn op dit onderwerp van mening veranderd. De vraag was nu: heeft dit kabinetsplan een meerderheid in de senaat? Dat maakte een blik op deze partijen relevant.”

Repliek van de lezer: ja, maar zo wordt een partij die consequent blijft in haar standpunten wel benadeeld, want die wordt niet genoemd. Mooie boel.

Ik ben het met Wester eens dat je in zo’n stuk geen complete opsomming hoeft te geven. De krant is geen almanak. Hij noemde óók niet de standpunten van SGP, D66 of VVD. Trouwens, van ‘doodzwijgen’ van de SP is al helemaal geen sprake, die partij kom ik geregeld tegen in politieke stukken over de zorg.

Het roept in het algemeen de vraag op, wat anno 2014 de taak moet zijn van politieke journalistiek bij NRC Handelsblad, een krant die mikt op geïnteresseerde burgers. De dagkoersen van de politiek zijn tegenwoordig overal te vinden: van Twitter tot Teletekst en van Politiek24 tot PowNews. De camera’s staan permanent op het Binnenhof gericht en dan niet alleen, zoals nog niet zo lang geleden, alleen die van de publieke omroep.

De krant is dan ook allang geen paper of record meer, een kroniek of naslagwerk. Natuurlijk moet politiek nieuws centraal staan – zoals deze week in de afluistercrisis rond minister Plasterk. Maar kiezen en duiden hebben meer accent gekregen dan complete dagelijkse overzichten.

René Moerland, chef van de Haagse redactie, zegt: „Vroeger presenteerde de krant een hiërarchie van zoveel mogelijk belangrijke dingen van de dag. Nu wegen we anders, het gaat er meer om wat we kunnen toevoegen.”

Politieke journalisten kunnen zich dan onderscheiden, aldus Moerland, door „als het ware met de lezer mee te kijken naar het nieuws, goede vragen te stellen, verbanden te leggen en te laten zien hoe het in Den Haag werkt. Gaat het om meerderheidsvorming, zoals in dat stuk over marktwerking in de zorg, dan kun je een partij weglaten die voor dat aspect geen rol speelt, maar die wel van belang is in, bijvoorbeeld, een verhaal over ideologische tegenstellingen – en dan dus ook wel genoemd wordt”.

Moerland prijst de wekelijkse rubriek van Tom-Jan Meeus, Haagse Invloeden, als een voorbeeld van zulke nieuwe politieke journalistiek, waarin een verslaggever de lezer met een eigen benadering informeert over wat er voor én achter de schermen aan het Binnenhof gebeurt.

Zulke ‘duidende’ journalistiek – waarin het niet gaat om de mening van de journalist maar wel om zijn vakkundige kijk op een onderwerp – is allang een internationale trend in de journalistiek.

Ik ben het hier allemaal van harte mee eens – we leven niet meer in 1977 (al denk je soms: helaas). De politieke journalistiek zoals NRC Handelsblad die bedrijft, is niet meer dezelfde als in de dagen van mr. B.C.L. Waanders – maar het politieke bedrijf is dan ook veranderd, alleen al door een permanente cameracultuur.

Ik heb wel twee kanttekeningen, of noem het anticyclische wensen, in de aanloop naar de komende verkiezingen voor de gemeenteraden.

Allereerst, naast het politieke proces is er natuurlijk de uitkomst daarvan: wetgeving. De krant besteedt daar van oudsher veel aandacht aan – en terecht.

Maar toch. Twee weken geleden las ik een correctie op een hoofdredactioneel commentaar over de Nederlandse bibliotheken. Het commentaar (Onderschat de bibliotheek niet, 24 januari) bleek een recent wetsvoorstel van minister Bussemaker verkeerd te hebben weergegeven: zij wil de bibliotheken niet, zoals het commentaar veronderstelde, volledig verplaatsen naar internet. Ook Job Cohen, voorzitter van een commissie die rond die tijd een advies uitbracht over de toekomst van de bibliotheken, wees daar al op in een brief aan de krant (Kritiek op minister onnodig, 28 januari).

Het punt is, noch over dat wetsvoorstel van Bussemaker noch over het rapport van Cohen had ik iets gelezen in de krant. Ja, wel geregeld over bezuinigingen op bibliotheken, en er komt ook nog van alles aan over dit onderwerp, begrijp ik – maar toch. Het wetsvoorstel was kennelijk belangrijk genoeg voor een hoofdredactioneel commentaar. Trouwens, een duidend stuk over dat rapport had de commentator wie weet ook behoed voor die vergissing.

Zo obsoleet is dat idee van een paper of record dus ook weer niet: niet alleen kiezen, ook de zaken bijhouden.

Dat geldt overigens met name bij verkiezingen, een moment waarop het land even stilstaat. Kranten plaatsen de complete verkiezingsuitslagen op hun site – en deze krant maakt er al jaren indrukwekkende infographics bij.

Maar je zou naast al die mooie kaarten toch ook graag veel tabellen en cijfers in de krant willen zien. Het totaal aantal uitgebrachte stemmen op partijen bijvoorbeeld (inclusief de SP). Gegevens die ik soms in verkiezingskranten tussen alle analyse niet snel, of niet, kon vinden.

Wij burgers willen duiding – maar soms ook zelf een beetje rekenen en wegen.

Reacties: ombudsman@nrc.nl