Overal joggen

Een van de bijverschijnselen van het betrekkelijk mooie weer is dat je zoveel joggers ziet. Ik woon aan een ruime en drukke driesprong waar altijd wel iets te zien is en dus kijk ik graag naar buiten. Dat is op zichzelf al een heilzame bezigheid. Bent u boos, wil het met uw werk niet lukken, zak gerold? Draai uw hoofd naar de andere kant en zie wat er op straat gebeurt. Deze keer was het nog vroeg in de ochtend, een uur of half negen, maar daar ging er al een. Een lange, magere man met een roze trui. Hij draafde met lange soepele passen. Dat was nummer één van vandaag. Ik ging weer aan het werk, maar ik merkte dat dit joggen me bezig hield. Af en toe keek ik weer, meestal niet vergeefs en aan het einde van de dag had ik er zestien geteld, elegante meisjes, dikke sjokkers, een man in een soort horizontaal gestreepte pyjama. Ongelofelijk hoe gevarieerd de Schepping is.

Ga je je eenmaal in een verschijnsel verdiepen dan word je vanzelf nieuwsgieriger.

Dus Google erbij gehaald. Daar werd ik gebombardeerd met reclames voor de meest verleidelijke spullen waarvan de jogger kan dromen. Vederlichte schoenen met ingebouwde vering, vlotte broeken en hemden, en petjes. Waarom zou je bij het draven een petje opzetten? Mij een raadsel. En er waren ook websites waar voor de gevaren van het joggen wordt gewaarschuwd. Hartverlamming om te beginnen, en ook overspannen gewrichten, iets aan je longen, nog meer ellende die ik vergeten ben. Maar daartegenover staat dan weer dat het joggen je leven verlengt. Zouden al die dravers dat allemaal beseffen?

Ik heb al eens eerder een stukje over het joggen geschreven. Dat was toen ik in New York woonde, een jaar of vijftien geleden. Op mooie weekeinden was het voor een gewone wandelaar gevaarlijk, in het Central Park, het Battery Park of langs de Hudson te lopen. Overal werd gedraafd en de dravers hadden voorrang. Stak je een sigaret op dan werd het nog gevaarlijker, want de oorlog tegen de tabak was al begonnen. Af en toe zag ik op televisie president Clinton joggen, in gezelschap van twee veiligheidsagenten. Was dat een onderdeel van hun werk of deden ze het vrijwillig?

Ik heb toen bij een deskundige mijn licht opgestoken. Wikipedia bestond nog niet, maar die man wist alles. Het joggen, vertelde hij, is aan het einde van de jaren zestig in Amerika ontstaan. Iemand, zijn naam wist hij niet meer, verscheen op een zondagochtend in San Francisco in een korte broek op straat en begon te draven. Een vriend hield hem staande. Waarom had hij zo’n haast? Ik heb geen haast, zei hij terwijl hij pas op de plaats door draafde. Ik beweeg! Deze man is aan een hartaanval gestorven toen hij vijftig was. Dat heeft steeds meer Amerikanen er niet van weerhouden regelmatig de draf erin te zetten. Misschien is het ook toegenomen doordat in Amerika obesitas is ontstaan. Zoveel eten tot je benen het gewicht van je eigen pens niet meer kunnen torsen. Dan kan je niet meer joggen. En dus is dit gedraaf ook preventief.

Je zou al dit gedraaf kunnen beschouwen als een modern verschijnsel maar het is begonnen bij de oude Grieken, in 490 voor Christus, toen een soldaat van het Griekse leger tientallen kilometers rende om de koning te melden dat de Perzen waren verslagen. Daarna zijn een paar duizend jaar voorbij gegaan, en toen kwam Pierre de Coubertin. Hij wilde het niveau van de mensheid verhogen, de vriendschap tussen de volken verbeteren door de sport. Aan hem hebben we per slot van rekening de Olympische Spelen te danken.

Mijn gedachten gaan terug naar 20 oktober vorig jaar. De dranghekken voor het evenement waren de vorige dag al neergezet. Daar zat ik weer een beetje naar buiten te koekeloeren, te wachten op de eerste marathonlopers. En daar kwamen ze. Wat een kracht, wat een monterheid, wat een snelheid. Maar als je er honderd op die manier voorbij hebt zien gaan, gaat het je vervelen. Een uur later keek ik weer. Nog steeds gedraaf. En niet alleen in Amsterdam doen ze het. Er zijn een stuk of zesentwintig steden en streken in Nederland waar regelmatig een marathon wordt gedraafd.

Waarom doen onze politici, onze leidende figuren er niet aan mee? De ministers Rutte en Plasterk verdenk ik er in ieder geval van dat ze regelmatig joggen, in het geheim. En eerlijk gezegd, ik doe er ook weleens aan mee. Als ik van veraf de tram zie aankomen ga ik in mijn hoogste versnelling. De laatste keer deed de bestuurder de deur weer voor me open. Dat was een mooi sprintje, zei hij.