Niks sprookjesachtig meer aan

Foto AFP

Als Cristina de Borbón y Grecia vandaag plaatsneemt in het verdachtenbankje, hoeft ze maar omhoog te kijken om haar vader te zien. Zoals in elke Spaanse rechtbank presideert ook bovenin die van Palma de Mallorca een portret van koning Juan Carlos.

De jongste dochter van de monarch wordt hier morgen als verdachte gehoord over haar vermeende betrokkenheid bij miljoenenfraude door haar echtgenoot, de Bask Iñaki Urdangarín. Hij richtte een instituut op dat politici helpt lobbyen bij het organiseren van sportevenementen. Overheden werden voor miljoenen opgelicht. Het geld werd weg gesluisd naar schaduwbedrijfjes en belastingparadijzen.

Cristina’s verhoor door de onderzoeksrechter betekent een nieuw dieptepunt voor het geplaagde koninklijke huis. Het is de vraag of de prinses uiteindelijk echt aangeklaagd wordt voor witwassen en belastingfraude – laat staan veroordeeld.

Maar in de publieke opinie is het al lang een feit. Want, zo vragen Spanjaarden: zelfs als ze niet direct betrokken was bij de zwendel, waarom vroeg ze dan niet hoe haar man zijn miljoenen verdiende?

De affaire kon voor het koningshuis op geen slechter moment uitbreken. Spanje wordt overspoeld met corruptieschandalen. De al zes jaar durende crisis ondergraaft het vertrouwen in álle instituties. Kreeg de monarchie in 2008 een rapportcijfer 7,5, ruim vijf jaar later is dit een 3. De decennialang breed gewaardeerde Juan Carlos wordt nu op één hoop gegooid met corrupte politici en frauderende zakenlui. Tijdens de bijna-dagelijkse manifestaties tegen de bezuinigingen zwaait steeds vaker ook de paars-geel-rode republikeinse vlag.

Een belangrijk omslagpunt vond plaats in april 2012. Juan Carlos moest toen overhaast worden teruggevlogen uit Botswana, nadat hij tijdens de olifantenjacht zijn heup had gebroken. Vlak voor deze geheimgehouden safari met zijn ‘speciale vriendin’ Corinna had de koning nog gezegd „wakker te liggen” van de torenhoge jeugdwerkloosheid in zijn land.

Spanjaarden maken nu graag grappen over olifanten, de koning en zijn maîtresse. Zelfs in zijn eigen huishouding, bleek deze week toen een groepje buitenlandse correspondenten werd genood voor een informeel onderhoud op het Zarzuela. Rond dit woonpaleis van de koning, even buiten Madrid, ligt een uitgestrekt landgoed met een grote populatie herten. „Er moeten er elk jaar tientallen afgeschoten worden”, vertelde de chauffeur van het busje dat de journalisten vervoerde. „Doet de koning dit zelf?”, wilde de pers weten. „Nee, die houdt het liever bij olifanten.”

Na ‘Botswana’ lanceerde de koning een pr-offensief. Hij maakte excuses, er kwam meer transparantie over de financiën en zijn agenda staan nu vol met ontmoetingen die moeten helpen de crisis op te lossen. Maar de affaire rond zijn schoonzoon blijft zijn populariteit onder druk zetten. Intussen stijgt de waardering voor kroonprins Felipe. In een recente peiling noemde 62 procent het tijd voor abdicatie.

In het wassenbeeldenmuseum van Madrid vinden de meeste bezoekers ook dat het tijd is voor de koning om met pensioen te gaan. Toch gaan ze nog met de koning van was op de foto. Maar niemand is erg enthousiast over de monarch. „Het is allemaal niet fraai, natuurlijk, wat hij heeft uitgespookt”, zegt een van de Canarische vrouwen. „Dit hadden we van hem niet verwacht”, vult haar vriendin aan. „Dat zij nu ook al blijken te stelen...”, zegt twintiger Natalia, die net haar vriendje Pedro op de foto zet met de twee prinsessen. „Maar ja, dan zou eigenlijk ook hij moeten opstappen”, wijst ze naar het beeld van premier Mariano Rajoy.

Met die gedachte troost ook het koninklijk huis zich. De rapportcijfers zijn misschien beroerd, de politiek scoort nog veel slechter. Wel wordt het binnen het hof een ‘handicap’ genoemd dat vooral jongeren niet warm worden van het koningshuis. Dat de kroonprins stijgt terwijl zijn vader daalt, zou echter aangeven dat de monarchie deze dip te boven kan komen. Ook al worstelt de 76-jarige vorst steeds openlijker met een slechte gezondheid, abdicatie zou „op dit moment” absoluut niet worden overwogen.

Mogelijk wil de koning wachten tot de perikelen rond zijn dochter en schoonzoon voorbij zijn. Een andere reden kan zijn dat koning Juan Carlos niet op zijn dieptepunt wil stoppen. Hij werd in 1975 koning nadat hij dictator Franco opvolgde. De jonge vorst besloot diens regime meteen te ontmantelen. Zo hielp hij de weg plaveien naar een parlementaire monarchie, democratische grondwet en meerpartijenstelsel. Deze succesvolle transitie maakte van Spanjaarden eerder ‘juancarlisten’ dan overtuigde monarchisten. Daarin schuilt nu een gevaar, zegt Historicus Santos Julia: „De figuur van Juan Carlos is zeer sterk verbonden met het instituut. Nu zijn populariteit door de crisis en de schandalen in verval raakt, erodeert ook de monarchie.”