Opinie

Marcel Spookhuis

Als je als journalist tijdens een interview door een stoel zakt, moet je die stoel dan betalen? Het gebeurde twee jaar geleden, toen ik voor het inmiddels ter ziele gegane tijdschrift Intermediair afreisde naar het huis van Gerda Coumans in Brunssum, waar in 1995 een plastic Mariabeeld ‘spontaan’ bloed was gaan huilen.

De buurman en de pastoor werden erbij gehaald, waarna al snel de eerste cameraploegen verschenen. In de periode na het wonder kwamen de bedevaartgangers. Eerst met heel veel, later – toen laboratoriumonderzoek had uitgewezen dat het beeld geen bloed maar gesmolten hars had gehuild – twee groepen per week. De verering stopte nadat mevrouw Coumans begin 2011 van de trap viel en daarbij haar nek brak. Met de rest van de familie liep het ook niet goed af.

In mijnwerkersbuurt De Egge stond het huis sindsdien bekend als ‘het spookhuis’. De nieuwe bewoonster, die er na lange leegstand net was ingetrokken, was een alleenstaande moeder die leefde van de bijstand. Bouwvakkers van de woningbouwvereniging hadden het achtergebleven beeld bij het vuilnis gezet, waar het spontaan uit elkaar viel. Er waren buurtbewoners die zeiden dat Maria de woning had verlaten en was vervangen door de duivel.

De nieuwe bewoonster was na de verhuizing achtervolgd door ongeluk. Kort samengevat: vriend weggelopen, burn-out, financiële problemen en ook nog een inbraak waarbij de Disney-spaarpotjes van de kinderen waren buitgemaakt.

Zij: „Dit huis is behekst.”

Ik stak een sigaret op en zei: „Dat kan niet, dat valt wel mee.”

Meteen daarna zakte ik door de houten stoel waarop ik was gaan zitten.

Het dochtertje van drie riep: „Krak, krak! Kiek dan, mama… stuk!”

Ik raapte de asbak en de peukjes op die ik in de val had meegenomen en probeerde de stoel in elkaar te zetten.

De bewoonster: „Ver-schik-ke-lijk!”

Haar dochtertje: „Helemaal krak, mama…”

Ik begon een hekel aan dat meisje te krijgen. Ondertussen trok haar zoontje van twee de strijkplank omver.

Toen ik de woning verliet, liet ik een krijsende chaos achter.

Een paar weken later kwam de rekening voor het nieuw aangeschafte meubilair, die ik doorstuurde naar het tijdschrift, dat korte tijd later helaas ophield te bestaan. Daarna kwamen de telefoontjes en dreigementen, waarna ik betaalde.

Gistermiddag, bij het opschonen van de mail, kwam ik de mailwisseling met ‘de huisadvocaat’ tegen, die stelde dat ‘journalisten die door stoelen zakken binnen dertig dagen dienen te zorgen voor vervangend meubilair’.

Ik weet nog steeds niet of het waar is, maar ik geloof sindsdien wel in spookhuizen.