Leer van het mislukte Duitse energieplan

Duitsland ondergaat een peperdure energierevolutie, maar de uitstoot stijgt. Logisch dat de overheid de subsidie wil terugschroeven, constateert Richard Tol. Ook in Nederland past geen subsidiefontein.

illustratie a-digit
illustratie a-digit

Er vindt een energierevolutie bij onze Oosterburen plaats: Die Wende, auf deutsch. In 2020 moet 35 procent van de elektriciteit duurzaam zijn; in 2030 moeten er zes miljoen elektrische auto’s op de Autobahn rijden; in 2050 moet het energiegebruik worden gehalveerd. Alles om het klimaat te redden.

Waarom? Duitsland is niet echt kwetsbaar voor klimaatverandering en Duitse emissies vallen in het niet bij die van China. Duitse bedrijven zoals Siemens en BMW zouden met hun technologie veel geld kunnen verdienen aan klimaatbeleid – als andere landen het Duitse voorbeeld volgen. Maar in plaats van een gidsland te zijn, laat Duitsland zien hoe het niet moet.

Die Wende blijkt duur te zijn, erg duur. En de uitstoot van broeikasgassen daalt niet, maar stijgt.

De stijging van de uitstoot van kooldioxide is gemakkelijk te verklaren. Hoewel Duitsland niet bepaald een Tsunamiprobleem heeft, besloot bondskanselier Angela Merkel na de Fukushimaramp in Japan alle kerncentrales voortijdig te sluiten. Maar er moet toch stroom worden opgewekt. In Europa is gas nog altijd erg duur, vanwege het aanhoudende getreuzel over schaliegas. In de Verenigde Staten daarentegen, is gas spotgoedkoop, maar doet de regering moeilijk over exportvergunningen.

Amerikaanse elektriciteitsbedrijven schakelen massaal om van kolen naar gas. Er is daarom een overschot aan steenkool en die is dus goedkoop. En nu verrijst in Duitsland dus de ene kolencentrale na de andere. De CO2 uitstoot stijgt navenant.

Tegelijkertijd wordt er veel geïnvesteerd in hernieuwbare energie in Duitsland. Met name de subsidies voor zonne-energie en biomassa zijn erg hoog. Een Nederlands gezin betaalt 19 cent per kiloWatt-uur, een Duits gezin 27 cent. Daarvan gaat 5 cent direct als subsidie naar hernieuwbare energie. De totale ondersteuning in 2013 was bijna 21 miljard euro – en dat is zonder dat we versterking van het netwerk tellen, of backup capaciteit, of de waardedaling van huizen in de buurt van windturbines.

De kosten per huishouden zijn zo hoog omdat grootgebruikers ontzien worden. De Duitse economie draait op export. Hoge energiekosten zouden de export in gevaar kunnen brengen. En dus betalen de gezinnen. Die eisen daardoor natuurlijk hogere lonen, wat de export in gevaar brengt.

Het gaat echter redelijk goed met de Duitse economie. De groei is in orde en de werkloosheid is laag. Je zou dus kunnen concluderen dat de kosten van die Wende wel meevallen. Dat klopt ten dele. Energie vormt slechts een klein aandeel van onze uitgaven. Grote maar gestage veranderingen in de prijs van energie hebben daardoor een klein effect op de economische groei.

Energie heeft ook weinig van doen met de werkgelegenheid. Het aantal banen in de Duitse zonne-energie is sterk gedaald, omdat Chinese zonnepanelen veel goedkoper zijn. Er werken echter maar relatief weinig mensen in energie; niet in fossiele brandstoffen en niet in hernieuwbare bronnen.

Ook in Duitsland werkt meer dan 70 procent in de dienstensector, waar het energiegebruik niet erg hoog is. De lage werkloosheid is in de eerste plaats te danken aan loonmatiging en aan een euro die goedkoper is dan de D-mark zou zijn geweest. Leningen aan Duitse bedrijven zijn ook extra goedkoop.

En toch rommelt het rond die Wende. Managers zeggen liever dat energie te duur is dan dat lonen te hoog zijn. Prijzen die de hoogte in worden gedreven door politici zijn helemaal een aantrekkelijk doelwit. De uitbouw van hernieuwbare energie gaat te snel, sneller dan het elektriciteitsnet kan bijhouden.

Wind- en zonne-energie is variabel en onvoorspelbaar. Wolken blokkeren de zon. Soms waait het, soms waait het niet, en soms waait het te hard en worden turbines voor de veiligheid uitgezet. Backup capaciteit is daarom vereist. Voor een deel zijn dat gascentrales, die snel omhoog en omlaag geschakeld kunnen worden. Voor een deel wordt er stroom uit het buitenland gehaald om het tekort goed te maken.

En als er onverwacht veel wind en zon is, dan dumpt Duitsland extra stroom over de grens. Op het eerste gezicht klinkt dat aantrekkelijk, bijna gratis stroom. Het probleem is dat dit de winstgevendheid van conventionele elektriciteitsbedrijven aantast. Zo heeft Essent net besloten de gloednieuwe Claus C centrale maar weer uit te zetten. We hoeven geen medelijden te hebben met de aandeelhouders, maar zonder winst wordt er niet geïnvesteerd. Hernieuwbare energie holt de rest van de sector uit. En hernieuwbare energie kan niet op zich zelf staan. Nog niet. Misschien over twintig jaar. Maar nu niet.

Uit Duitsland komen inderdaad steeds vaker berichten over kleine blackouts en bedrijven die investeren in hun eigen noodgeneratoren. En een ander probleem is ook opgedoken. Vroeger werd elektriciteit opgewekt door een paar grote centrales. Nu zijn er steeds meer kleine bronnen van elektriciteit en die zijn moeilijker te beheersen. Stroom, spanning en frequentie dienen binnen nauwe banden te blijven, en dat lukt minder en minder vaak. Voor gevoelige apparatuur is de verkeerde stroom net zo funest als geen stroom. Duitsland betaalt steeds meer voor steeds slechtere elektriciteit.

Het is daarom niet verwonderlijk dat de nieuwe regering op het punt lijkt te staan de subsidies voor hernieuwbare energie terug te schroeven.

Welke lessen kunnen we trekken uit die Wende? De maatschappij is minder maakbaar dan vele politici geloven. Ondanks investeringen van vele tientallen miljarden euro’s in uitstootbeperking gaan emissies doodleuk omhoog. Modellen laten zien dat klimaatbeleid niet veel hoeft te kosten. De meeste economen staan een lastenverlichting, betaald uit een koolstofbelasting, voor. Dan mag iedereen zelf zien hoe hij zo veel mogelijk op uitstoot kan besparen.

Maar Duitsland koos voor een lastenverzwaring om een subsidie te financieren en heeft daarmee aangetoond dat klimaatbeleid wel degelijk veel geld kan kosten.

Voorop lopen heeft zijn voordelen, maar geef je een slecht voorbeeld, dan is de kans klein dat de rest volgt. Europa slaat zich graag op de borst met haar ambitieuze klimaatdoelstellingen. Beleidsmakers in Peking en Washington prikken daar zo doorheen. Na twintig jaar aanmodderen is het wellicht tijd voor een serieus klimaatbeleid in Europa.

De lessen voor Nederland zijn ook duidelijk. Net als die Wende probeert het energieakkoord een vrije marktsector centraal te plannen. Dat pakt zelden goed uit. De Nederlandse doelstellingen zijn ambitieus, net als de Duitse, en gokken ook op hernieuwbare energiebronnen die nog niet klaar zijn voor toepassing op grote schaal.

En ook in Nederland is het klimaatbeleid een subsidiefontein die betaald wordt uit een lastenverzwaring voor huishoudens en het midden- en kleinbedrijf. Het energieakkoord is te vers om het nu al weer open te breken, en de onderhandelingen waren te pijnlijk. Maar het zal toch anders moeten als we serieus zijn over zowel emissiereductie als betrouwbare en betaalbare energie.

Het zou dan meer in de richting van een koolstofbelasting moeten gaan in plaats van subsidies die bepaalde energiebronnen bevoordelen.