Kamer heeft nu een kans om MIVD, AIVD beter te controleren

De Kamer moet zich niet beperken tot het lot van een minister maar kan eindelijk goede vragen stellen, schrijft Constant Hijzen.

Dat het nu alleen nog maar over Plasterks positie gaat, legt de armetierigheid van het parlementaire debat over inlichtingen en veiligheid bloot. Maar nu hebben Kamerleden een brief in handen waarmee ze het debat kunnen verdiepen. Het gaat immers om meer dan Plasterks ministerschap.

Afgelopen woensdag stuurden de ministers Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) en Hennis-Plasschaert (Defensie, VVD) een korte brief aan de Tweede Kamer. Daarin schreven ze dat de 1,8 miljoen ‘metadata’ door de Nationale Sigint Organisatie (NSO) waren verzameld – en dus niet door de Amerikaanse NSA. De gegevens waren bovendien „rechtmatig” met de Amerikanen gedeeld.

Maar had Plasterk niet in oktober juist het tegenovergestelde beweerd? Jazeker. Op 30 oktober zei hij in het tv-programma Nieuwsuur dat die 1,8 miljoen gegevens niet door Nederlandse diensten waren verzameld of verstrekt. En een week later beweerde hij stellig in de Tweede Kamer dat de Amerikanen dat dus hadden gedaan.

Daarop begonnen politici en ambtenaren hun straatje schoon te vegen. Minister Hennis-Plasschaert ‘lekte’ dat zij Plasterk achter de coulissen zou hebben gemaand terughoudend te zijn op dit dossier; ‘bronnen in Den Haag’ lieten weten dat de leiding van Plasterks eigen Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) hem had gewaarschuwd dat hij de Kamer onjuist informeerde. En ook de oppositiepartijen lieten van zich horen.

Het zal de logica van de vierkante kilometer wel zijn, of de werking van het parlementair-journalistieke vliegwiel, maar het verraadt ook hoe schraal het publieke debat over inlichtingen en veiligheid is. Terwijl de onthullingen van Edward Snowden de afgelopen maanden allerlei vragen opriepen over het optreden van inlichtingen- en veiligheidsdiensten in een diffuser wordende en digitaliserende inlichtingenpraktijk, gebruiken Nederlandse Tweede Kamerleden de openbare informatie over het optreden van de AIVD en MIVD hoofdzakelijk als munitie om het kabinet mee te beschieten.

Kamerleden geven op geen enkele manier blijk van structurele bemoeienis met het doen en laten van deze diensten, die nu eenmaal een ongemakkelijk bezit zijn in een democratische rechtsstaat. Een overkoepelende visie op de opbrengsten van het inlichtingenbestel voor beleid en besluitvorming ontbreekt. Daardoor is niet alleen de parlementaire controle zwak, maar ontbreekt ook een kritische buitenwacht die door scherp toe te zien en te bevragen de kwaliteit van het optreden van de geheime diensten kan versterken.

Het debat moet niet alleen maar over de bungelende minister gaan. De formuleringen in de Kamerbrief van woensdag bieden verschillende aanknopingspunten voor een inhoudelijk debat. Wat bedoelen de ministers met „de toen beschikbare gegevens”? Op welke wijze hebben zij achterhaald dat dit getal van 1,8 miljoen ‘records metadata’ door de NSO zijn vergaard? Waar wordt dit soort gegevens voor gebruikt?

In hun jaarverslagen geven AIVD en MIVD aan dat zij met ‘grote gegevensstromen’ werken. Gebruiken zij dan, net als de Amerikaanse en Britse diensten, ook op grote schaal metagegevens om bepaalde dreigingen eerder op het spoor te komen? Wat is de toegevoegde waarde van de ‘records metadata’ voor het operationele optreden van de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten? Helpen die meer terroristische aanslagen te voorkomen, meer kernwapenontwikkeling te bestrijden, de Nederlandse economie te versterken? Op welke wijze verdisconteert het kabinet privacyoverwegingen in het verlenen van toestemming voor het grootschalige gebruik van metagegevens?

De Kamer heeft met de brief van afgelopen woensdag leverage. De geheimhoudingskaart kan nu niet worden gespeeld. De Kamer kan er bij de ministers op aandringen dat zij zonder hun geheimhoudingsplicht te verbreken explicieter aangeven waar het werken met grote gegevensstromen precies toe dient.

Zo kan de Kamer zich een duidelijker en genuanceerder beeld vormen van het doen en laten van de geheime diensten in een democratische rechtsstaat. Er blijven genoeg zaken over voor de Kamerleden. Zo twijfelt de toezichtscommissie of de MIVD signals intelligence wel rechtmatig inwint. En heeft de commissie-Dessens vastgesteld dat Plasterk de lastgevingen voor de inzet van bijzondere bevoegdheden (afluisteren, agenten inzetten, inbreken) ondertekent – zonder zich daar erg in te verdiepen. Gaan ze met deze problemen aan de slag, dan kunnen Kamerleden zich blijven profileren als kritische waakhonden van de democratie. Alleen heeft hun kritiek dan meer inhoud. Eens kijken of de Kamer dat komende dinsdag aandurft.