Je ligt zo op je bek

Wat Kunstrijden

Wanneer O.a. morgen finale korte kür (team)

Om meteen maar een misverstand uit de wereld te helpen: dit stuk gaat niet over kunstschaatsen. Hans van Zetten, NOS-commentator, wil dat woord nooit, maar dan ook nooit meer horen. „Het heet kunstríjden. Kunstrijden op de schaats!”

Goed dan, kunstrijden. Het leuke daaraan is volgens Van Zetten dat je meteen ziet „hoe ontzettend moeilijk” het is. „Er komen honderden technieken bij kijken. Het vergt coördinatie, conditie en concentratie.”

Kunstrijden is één van de belangrijkste onderdelen van de Winterspelen. „Het wordt ook goed bekeken in Nederland, vooral door vrouwen, terwijl er geen Nederlander aan mee doet.” Het risicovolst zijn de sprongen (de lucht in, roteren en landen op één been), bij de mannen tot viervoudig. Houd die dus goed in de gaten.

En sinds 2002 is kunstrijden „veel, veel, veel leuker geworden”. Door een juryschandaal tijdens de Spelen dat jaar is het systeem veranderd. „Innovatie wordt nu beloond. De lifts bijvoorbeeld, die zijn veel afwisselender dan vroeger.”

Wil je weten of iemand goed aan het schaatsen is, let dan niet alleen op de sporter, maar ook op het publiek. Voor winst moeten er twee dingen samenkomen volgens Van Zetten: „Het moet technisch zuiver zijn, maar je moet ook binding krijgen met het publiek.”

Wie zijn de grote kanshebbers? „Wonderkind” Julia Lipnitskaia (15) is de hoop van de Russen bij de vrouwen. Maar dan is er ook nog de „sublieme” Kim Yu-Na uit Zuid-Korea. Bij de mannen is de Canadees Patrick Chan (19) favoriet.

Dan is er nog het paarrijden, het moeilijkste onderdeel. Geworpen sprongen! Dodenspiralen! (Je weet wel: waarbij de vrouw aan de armen laag bij de grond wordt rondgezwierd). Volgens Van Zetten zijn de absolute kanshebbers voor goud het Russische paar Maksim Trankov en Tatiana Volosozhar. Maar hij plaatst ook meteen een kanttekening: „Het mooie van kunstrijden is dat het zo onvoorspelbaar is. Er worden de meest onverwachte fouten gemaakt. Je ligt zo op je bek.”