In Qatar kan meer dan vaak wordt gedacht

De grootste Damien Hirst-show ooit? Engelen, directeur van de Qatar Museums Authority (QMA) maakte het mogelijk, met dank aan sjeika Mayassa. „Cultuur maakt net als wetenschap en sport onderdeel uit van de agenda van Qatar.”

Tekst Arjen Ribbens, foto’s Natalie Naccache

Op een woensdagmiddag in oktober 2010 kreeg Jean Paul Engelen op zijn kantoor in Londen een telefoontje uit Qatar: of hij op zaterdagavond om zes uur in New York wilde praten met sjeika Al-Mayassa bint Hamad bin Khalifa Al-Thani, een van de 24 kinderen van sjeik Hamad, de toenmalige emir van Qatar.

Engelen (44) werkte op dat moment als ‘senior specialist’ op de afdeling naoorlogse en hedendaagse kunst bij Christie’s in Londen. Na zestien jaar bij het veilinghuis was het zijn taak om warme banden te onderhouden met de grote West-Europese collectioneurs van moderne en hedendaagse kunst.

In New York had Engelen een plezierig, anderhalf uur durend gesprek met de sjeika over de kunstwereld. Aan het eind kwam de aap uit de mouw: of hij haar wilde helpen met het ontwikkelen van een kunstprogramma in Qatar.

Met zijn vrouw nam Engelen eerst een kijkje in Doha. Hij verbaasde zich over het majestueuze museum voor islamitische kunst, dat net was geopend. „Ik dacht: als dit de ambitie is, dan ga ik er spijt van krijgen zo’n avontuur aan me voorbij te laten gaan.”

Begin 2011 verhuisde Engelen met zijn gezin naar Doha om directeur te worden van het publieke kunstprogramma van de Qatar Museums Authority (QMA). Sjeika Mayassa, een zuster van de huidige emir, leidt de in 2005 opgerichte overheidsinstelling die verantwoordelijk is voor de musea en de openbare kunst in het land. Engelen: „Cultuur maakt net als wetenschap en sport onderdeel uit van de agenda van Qatar. In maart 2011 werd ik bij het staatsbezoek van Beatrix aan Qatar voorgesteld aan sjeik Hamad. Toen ik hem vertelde wat ik deed, zei hij: ‘Kunst is onderdeel van ons onderwijsprogramma, het is belangrijk dat u in uw opdracht slaagt.’”

Engelen heeft een baan waar museummensen in het Westen slechts van kunnen dromen. Hij werkt met de grootste kunstenaars en heeft het budget om hun dromen te realiseren. Een spectaculair overzicht van de Japanner Takashi Murakami? Een 25 meter hoge sculptuur van de Amerikaanse beeldhouwer Richard Serra? De grootste Damien Hirst-show ooit? Engelen maakte het mogelijk, met dank aan sjeika Mayassa, in oktober door het kunsttijdschrift Art Review uitgeroepen tot machtigste persoon van de kunstwereld.

Never a dull moment in Doha, zegt Engelen, wiens Nederlands doorspekt is met Engelse uitdrukkingen. De ene dag zit hij met minister Frans Timmermans en architect Rem Koolhaas aan tafel, de volgende dag is er een bespreking met mode-topvrouw Miuccia Prada en Damien Hirst. En gemiddeld één keer in de week overlegt hij met de sjeika over kunstprojecten. Engelen: „Ze is heel direct en zij beslist. Maar ze heeft er niks aan als ik op al haar voorstellen ‘ja’ zou knikken. Dat het niet mijn koninklijke huis is, maakt het minder beladen om mijn mening te geven.”

U adviseerde kunstverzamelaars. Waarom vroeg de sjeika u om tentoonstellingen te organiseren?

„Sjeika Mayassa zocht een zeer pragmatisch iemand, ze wilde snel van start. Besef goed: dit land oogt als een groot en ontwikkeld land, maar veel dingen staan hier in de kinderschoenen. Vijftig jaar geleden was hier nauwelijks iets: geitenhoeders en parelduikers. En vijftien jaar terug had Qatar nog financiële problemen. Daar kwam verandering in door de export van vloeibaar gas. En vooral door de visie van sjeik Hamad. Onder zijn leiding is het land begonnen aan een moderniseringsslag.

„Maar hoe westers Doha ook oogt, het is zinloos om deze maatschappij te beoordelen volgens westerse criteria. Wat wij sinds de Verlichting in eeuwen hebben opgebouwd, dat stampen ze hier in een paar jaar tijd uit de grond: een complete infrastructuur, openbaar bestuur, wetgeving, universiteiten, een nieuwszender, noem maar op. Uiteraard leidt dat tot oprispingen, tot dingen die verkeerd gaan. En die worden in het Westen dan onder een vergrootglas gelegd.”

En dat mag niet?

„In plaats van te veroordelen, kun je beter omarmen. Als ik in de buitenlandse pers over Qatar lees, moet ik vaak denken aan Het zijn net mensen, het boek van Joris Luyendijk over de onmogelijkheid van objectieve journalistieke berichtgeving in het Midden-Oosten. De westerse berichtgeving over Qatar is vaak net zo beperkt als het beeld dat in het buitenland van Nederland wordt geschetst, als een land van drugs, prostitutie en Geert Wilders.”

Als directeur van het publieke kunstprogramma zoeken westerse media u vaak op. U kunt toch uitleg geven?

„Als buitenlandse medewerker zit ik hier soms klem tussen twee werelden. Het is vaak niet aan mij om dingen bekend te maken. En tegenover westerlingen moet ik me dikwijls verdedigen. Waarom tentoonstellingen van kunstenaars als Murakami en Damien Hirst? En steeds weer de vraag: wordt alles gecensureerd?”

Wordt alles gecensureerd?

Engelen zucht. „Respect, daar gaat het om. Met tentoonstellingen en lezingen proberen we debat aan te jagen en bruggen te slaan tussen West en Oost. Maar je kunt geen andere manier van denken introduceren als je bezoekers van je vervreemdt.”

In april constateerde een Griekse minister dat twee antieke beelden van naakte mannen die waren uitgeleend aan Qatar in een pij waren gehuld, om vrouwelijke bezoekers te beschermen.

Nieuwe zucht. „Dan heb ik weer een week lang telefoontjes van westerse journalisten. Dit is een totaal andere cultuur dan de onze. Een les die ik hier heb geleerd, is hoe bevooroordeeld ik zelf was. Als oud-inwoner van Londen en New York beschouwde ik mezelf als een man van de wereld. Toen ik hier kwam, nodigden twee Qatarese medewerkers mijn vrouw en mij uit voor een diner. Toen we aankwamen droeg zij een abaya en hij zo’n witte jurk. „Dit gaat een lange avond worden”, fluisterde ik tegen mijn vrouw. Ik zat er faliekant naast, we hadden een hartstikke leuke avond en geen onderwerp werd gemeden.”

Engelen begon in Doha met het formeren van een team met twaalf, vooral Arabische medewerkers. Inmiddels heeft hij daarmee de eerste grote tentoonstellingen van hedendaagse kunst in Qatar georganiseerd. En in de openbare ruimte van Doha is nu op diverse plekken kunst te zien. Van graffiti-achtige wandversieringen in tunnels tot een spraakmakende beeldengroep van Damien Hirst voor het nieuwe vrouwenziekenhuis: veertien gigantische bronzen van foetussen in de baarmoeder.

Zijn familie heeft het naar de zin in Doha. „Afgelopen zaterdag zaten we met Arabische vrienden op een tapijt in de woestijn – thee te drinken en naar valken te kijken. Natuurlijk zijn er dagen dat ik wenste dat ik mijn kinderen gewoon op de fiets naar een Hollandse hockeyclub zou kunnen brengen. Ik leef in een pressure cooker; morgen moet er altijd iets af zijn.

„Wat helpt is je flexibel opstellen. Tegen nieuwkomers zeg ik: Expect the unexpected and keep your sense of humour. Een voorbeeld? In september maakte ik me zorgen over het transport van de haaien en de andere grote werken van de Hirst-tentoonstelling. Kreeg ik opeens een telefoontje van generaal Ali, of ik naar een luchtmachtbasis van de Qatar Emiri Air Force wilde komen. Was het transport in no time geregeld. De generaal en de piloten vonden het overigens wel teleurstellend dat de haaien niet meer leefden.”

Qatar is niet vertrouwd met moderne kunst. Hoe weet u of een tentoonstelling in goede aarde valt?

„Sociale media zijn een belangrijke graadmeter. Op Twitter en Facebook had de Hirst-tentoonstelling een approval rating van 95 procent. Slechts 1 procent van de reacties was negatief.”

Het beeld dat de Algerijnse kunstenaar Adel Abdessemed van de kopstoot van voetballer Zinedine Zidane maakte, is snel weer weggehaald. Had dat een minder goede rating?

„Zidane is een van de ambassadeurs van het WK voetbal in Qatar. Het beeld stond op Corniche Road, de grote wandelboulevard langs de baai, vlak naast de mascotte van de Asian Games, wat een enorm sportevenement hier was. We hebben het beeld verplaatst naar het museum, zodat het meer in een culturele context staat.”

In Qatar kan meer dan in het Westen vaak wordt verondersteld, zegt Engelen. In zijn Toyota fourwheeldrive rijdt hij naar Mathaf, het museum voor moderne Arabische kunst in Doha. Engelen geeft een rondleiding door de tentoonstelling van Adel Abdessemed, een Algerijnse kunstenaar die naar Parijs is gevlucht. Een provocatieve, politiek geladen expositie. Neem het videokunstwerk met levend in brand gestoken kippen, dat ‘Arabische Lente’ heet. Een andere zaal is met klei veranderd in een slavenkamp, een verbeelding van de omstreden labour camps in Qatar. En bij de entree staat een islamitische vaas op een bomsokkel.

In de plaatselijke pers ontlokten vooral de brandende kippen heftige reacties. Maar de ophef leidde niet tot grote bezoekersaantallen. Het museum is deze zondagmiddag uitgestorven en op de parkeerplaats staat slechts één andere auto: een glimmende Bentley. Engelen: „Goede kans dat die van een medewerker van het museum is. Nee, niet van een suppoost, maar van iemand op kantoor”, zegt hij met een lach. „Expect the unexpected, weet je wel.”

Ook bij de grote Damien Hirst-tentoonstelling in de kunsthal Al Riwaq stonden geen rijen voor de deur. Trok Hirsts haai op sterk water in de Tate in Londen vorig jaar bijna een half miljoen bezoekers, Engelen is blij dat de gratis toegankelijke tentoonstelling in Doha in drie maanden tijd 62.000 bezoekers trok. Een aantal dat mede bereikt werd door 6.100 scholieren op bezoek te laten komen en met een intensieve marketingcampagne in winkelcentra en in de soek.

Zijn zulke geringe bezoekersaantallen niet vreemd, afgezet tegen de enorme kosten?

Engelen: „Voor een land met twee miljoen inwoners, van wie anderhalf miljoen arbeiders, is het een prachtig bezoekcijfer. Uit onderzoek in het Westen blijkt dat als je voor je achttiende nog nooit een museum hebt bezocht, de kans bijna nul is dat je daarna nog een museumbezoeker wordt. In Qatar is niemand voor zijn achttiende ooit naar een museum geweest. Je moet hier zelfs uitleggen wie Picasso was. Er is dus een wereld te winnen en dat vraagt tijd. Wie het meeste profijt heeft van wat we nu doen? De generaties die komen, de kinderen die nu met school naar Damien Hirst zijn komen kijken.”

Op een half uur vliegen van Doha wordt gebouwd aan het Louvre Abu Dhabi en het Guggenheim Abu Dhabi. Welk land gaat de strijd om de kunstminnende toerist winnen?

„We zijn niet in competitie met de Emiraten. De regio is klein. Eind november combineerden velen een bezoek aan de kunstbeurs in Abu Dhabi met een bezoek aan Doha. Amerikanen die naar Londen gaan, pikken toch ook vaak nog een tentoonstelling in Parijs of Amsterdam mee? De effecten van globalisering beginnen in deze regio zichtbaar te worden. Wie in cultuur geïnteresseerd is, moet verder kijken dan West-Europa en de Verenigde Staten.”

Bedraagt het jaarbudget van uw organisatie een miljard dollar, zoals vaak wordt beweerd?

„Ik weet het niet. Het heeft ook niet mijn interesse. Na iedere spectaculaire veiling gaat de telefoon. De schreeuw van Edvard Munch, het Lucian Freud-drieluik van Francis Bacon – steeds wordt verondersteld dat wij de koper zijn. Vaak is dat niet het geval. Die acquisities zijn wat mij betreft een hot potato. Het gepraat daarover zit onze missie in de weg.”

Maar uw werkgever koopt kunst. In 2011 bijvoorbeeld ‘De kaartspelers’ van Paul Cézanne, naar verluidt voor 250 miljoen dollar. Met welk doel wordt er westerse kunst verzameld?

„Ik ga niet over de acquisities, dus kan ik daar niet op antwoorden. Wel zou ik me kunnen voorstellen dat er niet één agenda is. Toerisme is zeker een doel, net als educatie. En misschien gebeurt het ook wel als belegging.”

In de plaatselijke krant Al-Arab werd stevige kritiek geleverd op uw werkgever, en dan vooral op de buitenlandse bestuurders.

„Hedendaagse kunst biedt soms ongemakkelijke statements, bedoeld om iets los te maken. Logisch dat daar kritiek op komt. Hoe die kritiek een plaats krijgt in de kleine Qatarse gemeenschap is voor mij soms lastig te beoordelen; ik spreek geen Arabisch. Wat ik wel weet, is dat mensen in andere delen van de wereld vaak meer gewend zijn om met kritiek om te gaan.”

Is kunst wel handelswaar die je van de ene cultuur naar de andere kunt verplaatsen?

„Toen Amerikaanse verzamelaars begin vorige eeuw op grote schaal Franse impressionisten gingen kopen, klaagden sommige Fransen ook. Kom op, verzoen je met de globale economie. Ik ben daar heel liberaal in: als je verkoopt moet je niet zeuren. Probleem is vaak de symboolwaarde van cultuuruitingen. Zelfs het WK voetbal in Qatar is een uiting van cultuur. Dat is nóg een verklaring voor de ophef over dat toernooi. In Europa wordt gedacht: hallo, het is wel ons voetbal.”

Volgend jaar loopt het contract van Engelen af. Dan werkt hij vier jaar in Qatar. Of hij bijtekent, hangt af van de visie van sjeika Mayassa en van zijn gezin. „De 21ste-eeuwse renaissance vindt hier plaats en dat is een schitterend avontuur om te beleven. Maar misschien ga ik iets anders doen. Terug naar de veilingwereld lijkt me niet voor de hand liggen. Iets creëren, tentoonstellingen organiseren, dat ben ik wel heel leuk gaan vinden.”

Westerse musea werken met andere budgetten dan u gewend bent.

„Dat realiseer ik me. Maar met minder kan ook. Is het aankoopbudget van het Stedelijk Museum in Amsterdam acht ton? Er zijn genoeg verzamelaars die met minder bijzondere collecties bijeenbrengen. Dan moet je je richten op de kunstenaars van morgen.

„Over mijn samenwerking met al die wereldberoemde kunstenaars maak ik me geen illusies. Als ik hier weg ben, wordt dat anders. Soms moet ik denken aan de woorden van Theo Wolvecamp, de schilderende Vijftiger. Toen zijn vriend Karel Appel hem probeerde over te halen ook naar Amerika te komen, antwoordde Wolvecamp met zijn Twentse accent: ‘New York, Karel, dat is allemaal schmuck.’”