In het buitenland ben ik zeer gewild

Zweden aast op onze artsen, Canada wil ingenieurs. Omdat het werk hier schaars is, gaan meer Nederlanders elders op zoek naar geluk.

Foto’s Ilvy Njiokiktjien

Als emigreren een wedstrijd was, zou Dennis Rüter een goede kans maken om te winnen. Negen weken geleden bezocht hij Canada voor het eerst. Nu heeft hij zijn moeizaam lopende bouwbedrijf in Hellevoetsluis gesloten, het pand leeggeruimd, zijn huis te koop gezet en de auto verkocht. Komende dinsdag vliegt hij opnieuw naar Alberta, deze keer voorgoed. Eind maart volgen zijn vrouw en drie zonen van 8, 5 en 3 jaar.

Rüter (38) en zijn vrouw liepen al jaren met de gedachte te vertrekken naar Canada. Weg van de moeilijke situatie in de Nederlandse bouw, met de toename van goedkope concurrentie uit Oost-Europa; op naar de ruimte en rust. Emigratiebureau Visa2Canada tipte hem over een baan als voorman bij een bouwbedrijf in Blackfalds, een dorpje in Alberta. Een tiendaagse kennismaking met Canada en het bedrijf verliep zo goed, dat Rüter meteen werd aangenomen, niet als voorman maar als projectcoördinator. „Ze zochten bewust een Nederlander, ze vinden ons ruimdenkend.”

Straks krijgt hij de dagelijkse leiding over zo’n 120 werknemers. „De directeur wilde het liefst dat ik meteen zou beginnen”, zegt hij. „Maar ik wilde de boel in Nederland netjes afsluiten. Hier had ik te weinig klussen om rond te komen, daar ligt het werk echt op me te wachten.”

Steeds meer Nederlanders zijn bereid te emigreren voor werk. Bij het Europese banennetwerk EURES staan 47.000 Nederlanders ingeschreven. Elke maand komen daar volgens uitkeringsinstantie UWV 1.500 bij, mede door de economische crisis. Ook overzees groeit de vraag naar (hoogopgeleide) buitenlandse werknemers, zegt Tom Bey, directeur van de Emigratiebeurs, dit weekend in Expo Houten.

Bey noemt vergrijzing als belangrijkste reden voor buitenlandse carrièrekansen. „Vooral in Scandinavië bestaan in elke beroepsgroep tekorten. De bevolking in het noordwesten van Europa wordt te oud om al het werk te kunnen doen. Zonder buitenlandse werknemers zouden sociale functies uitvallen.”

390 mensen per dag

Ook globalisering speelt een rol. Bey: „Ik ben nu 55 en was tijdens mijn studie de enige die een buitenlandstage deed, in Antwerpen. Mijn nichtje gaat nu net zo makkelijk naar Hongkong en Argentinië.”

Het CBS telde in 2012 zo’n 144.000 emigranten – ruim 390 per dag (tegenover ruim 158.000 immigranten). Nederlanders zijn gewilde werknemers, merkt Bey bij zijn buitenlandse standhouders. Zo zoekt Duitsland piloten en crècheleidsters, Zweden medici en ondernemers en Canada ingenieurs en IT’ers. Maar de beurs heeft ook bijzondere, eenmalige vacatures, zoals kaasmaker in Calgary en verpleegster op Bonaire.

Basisarts Gina Griffioen (28) verruilt in april Leiden voor het Zweedse Sundsvall. Ze zal er in het ziekenhuis werken en tegelijk een opleiding tot psychiater volgen. Haar emigratie kwam tot stand via Exemplar, een Zweeds bureau dat buitenlandse artsen begeleidt bij het vinden van werk, huisvesting en taalcursussen. Het ziekenhuis betaalt haar opleiding.

Waar haar perspectieven in Nederland onzeker waren, mocht Griffioen in Zweden bij nog twee instellingen op gesprek komen. „De overheid heeft ooit een rekenfout gemaakt, waardoor ze te weinig mensen in de zorg hebben opgeleid. Daarbij kunnen Zweedse artsen makkelijk in Noorwegen terecht, waar ze bijna dezelfde taal spreken en veel meer verdienen. De Zweedse cultuur komt aardig met de onze overeen, daarom zijn ze extra blij met Nederlandse artsen.”

Haar keuze voor Zweden was een eenvoudige, want zowel het leven als de zorg spreekt haar aan. „Als kind heb ik een half jaar met mijn ouders in Zweden gewoond en later nog eens vier maanden tijdens mijn studie. Het heeft altijd gekriebeld: mooie natuur, veel sneeuw en pistes, gastvrije mensen en een leuke taal. En ik vind dat ze daar veel beter tegen gezondheidszorg aankijken: geen druk van verzekeraars, meer tijd voor patiënten.”

Zoals Griffioen zich beter in de Zweedse gezondheidszorg kan vinden, heeft Rüter een beter gevoel bij het ondernemersklimaat in Canada. „De Nederlandse overheid lijkt zo open, maar uiteindelijk heb je te maken met een hoop regeltjes en is het moeilijk geld te verdienen”, zegt hij.

Ook raadgevend ingenieur Maarten in ’t Veld (52), die eerder als innovatie-ingenieur bij onder meer TNO werkte, vindt in Nederland niet meer wat hij zoekt in een baan. „Het bedenken en uitvoeren van nieuwe technologieën, dat doe ik het liefst. De maakindustrie is hier uitgedund, maar in Scandinavië booming business. Daar wil ik zijn, dat is mijn drijfveer. Als je na je vijftigste alleen nog voor de centjes werkt, loopt het slecht met je af.”

Welkom

In ’t Veld – geen partner en een al volwassen dochter – heeft familie in Zweden, en raakte ook enthousiast van Noorwegen. Net als Griffioen kiest hij met emigratie ook voor ruimte om te leven en om te recreëren – skiën en zeilen.

Maar arbeidskansen zijn de voornaamste reden voor zijn emigratieplannen. Hij heeft nu vier aanbiedingen uit de twee landen, voor functies als research and development manager. „Ik wil weloverwogen kiezen, maar kan letterlijk binnen een week vertrekken. Ik mag de Europese ingenieurstitel voeren [EUR ING] en weet precies wat ik wel en niet wil meenemen.”

Hij weet ook waarom hij in Scandinavië welkom is – los van zijn ervaring. „De cultuur en het dagelijks leven komen met Nederland overeen, al zijn wij drukker, sneller, jovialer, opener, informeler. Dat vinden zij wel prettig. Andersom ben ik een echte Noord-Europeaan. De Zuid-Europese mentaliteit is mij te traag, dat zou niet werken.”

Emigreren – eigenlijk voldoet de term niet meer, zegt beursdirecteur Bey. „Dan denk ik aan een zwart-witfoto van een groot schip en eens in de vier maanden een brief. Met de groeiende arbeidsmobiliteit van nu kun je beter spreken van semigratie. Mensen vertrekken en zien later wel of dat definitief is.”

In ’t Veld heeft geen vastomlijnde plannen voor een terugkeer. Griffioen schat in dat ze langer in Zweden blijft dan haar studie van vijf jaar. „Tegen die tijd heeft Nederland een overschot aan psychiaters, en Zweden een tekort. Bovendien ben ik dan gewend aan het leven en de gezondheidszorg daar.”

Rüter is stelliger, het vertrek met zijn gezin is definitief. „We houden niets achter als alternatief. Mijn werkvergunning is twee jaar geldig, maar na een half jaar is het mogelijk die definitief te maken, met hulp van het bedrijf. Eigenlijk beseffen we het nauwelijks, maar onze dagdromen komen nu uit.”