Hoe Plasterk precies het verkeerde scenario koos

Op 30 oktober zit minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk in zijn werkkamer op de achtste verdieping van het ministerie in Den Haag. Het uitzicht door de grote ramen op het zuiden reikt tot aan Rotterdam, maar het is vooral het woeste kunstwerk van wit en blauw geglazuurd aardewerk in het midden van de kamer dat de aandacht opeist.

Plasterk zit niet achter zijn bureau, maar aan de grote ovalen tafel waaraan hij gasten ontvangt. Nog geen drie weken geleden zat hier generaal Keith Alexander, de directeur van de Amerikaanse geheime dienst NSA. Rob Bertholee, de lange man die nu tegenover hem zit, was er toen ook bij. Het hoofd van de Nederlandse geheime dienst AIVD heeft zijn al even rijzige plaatsvervanger Marc Kuipers meegenomen. De minister wil met de top van de geheime dienst de NSA-affaire bespreken. Of beter: wat hij daar vanavond over moet vertellen in het tv-programma Nieuwsuur.

Collega-minister Jeanine Hennis-Plasschaert heeft het optreden afgeraden. Op het ministerie van Defensie is er irritatie over het optreden van Plasterk. De PvdA-minister heeft geprobeerd zo open mogelijk te zijn over het NSA-afluisterschandaal. Maar bij Defensie vinden ze hem veel te loslippig. Zonder overleg heeft de minister stelling betrokken. Op 5 augustus heeft het Duitse weekblad Der Spiegel opnieuw documenten van klokkenluider Edward Snowden openbaar gemaakt. De stukken duiden erop dat de NSA op grote schaal telecommunicatie van Europese bondgenoten onderschept. Een van de documenten gaat over Nederland. De grafiek, met de kop ‘Netherlands – last 30 days’ laat zien dat de NSA alleen al in december 2012 1,8 miljoen sets telefoondata heeft verzameld.

Maar wat betekent de grafiek precies? Hebben de Amerikanen inderdaad 1,8 miljoen Nederlandse telefoongesprekken afgeluisterd, zoals diverse media hebben bericht? De AIVD en de MIVD zijn het nog aan het uitzoeken. Maar intussen heeft Plasterk al in het openbaar gesproken. Tijdens het praatprogramma Pauw & Witteman heeft de minister laten weten dat hij denkt dat het gaat om telefoongesprekken van Nederland naar de VS. „Als wij nu naar die 1,8 miljoen kijken”, zei Plasterk, „dan past dat heel goed op het aantal telefoontjes dat van Nederland naar de Verenigde Staten gaat.” Die theorie is niet zomaar uit de lucht gegrepen. Na de onthullingen van Der Spiegel heeft de AIVD een aantal verklaringen met Plasterk besproken. Het scenario dat de trans-Atlantische telefoongesprekken worden onderschept, leek toen de „best guess”.

Maar een week na het gesprek bij Pauw & Witteman liggen de kaarten ineens anders. Op 29 oktober leest Keith Alexander een verklaring voor in het Amerikaanse Congres. Volgens de NSA-directeur zijn de data verzameld in samenwerking met de bondgenoten. „Laat ik duidelijk zijn”, zei Alexander. „Dit is geen informatie die we hebben verzameld over Europese burgers. Het gaat om informatie die wij en onze NAVO-bondgenoten hebben verzameld om onze landen te kunnen beschermen en om militaire operaties te kunnen ondersteunen.” De verklaring van Alexander is ook opgestuurd naar de AIVD.

Het opgevouwen A4’tje

Alexanders lezing van de feiten – de Europeanen hebben samen met de NSA telefoonverkeer onderschept – staat lijnrecht tegenover die van Plasterk: de NSA doet dingen achter onze rug. Bertholee wijst zijn minister daar nog eens op. „We hebben nog geen harde informatie”, waarschuwt het hoofd van de AIVD.

„Hebben jullie dan aanwijzingen dat wij die informatie zelf hebben onderschept”, vraagt Plasterk. Bertholee en Kuipers schudden van nee. Die heeft de AIVD niet.

Plasterk gaat naar Hilversum, en hij zal daar iets zeggen over de verklaring van Alexander. Maar hij zal het verschil van mening met de NSA-directeur zo klein mogelijk proberen te maken, belooft hij. Tijdens het interview met Twan Huys haalt Plasterk ineens een opgevouwen A4’tje uit zijn binnenzak. „Ik heb hier een verklaring van de NSA. Hier wordt het eigenlijk bevestigd”, zegt de minister. Presentator Huys begrijpt het even niet. „U heeft nu de bevestiging dat het klopt?” Plasterk knikt. „In feite bevestigen ze de aantallen.” Heel even heeft Plasterk het onverenigbare met elkaar weten te verenigen. Maar Huys vraagt door. Klopt het dat Nederland die 1,8 miljoen zelf heeft verzameld of niet?

„Die 1,8 miljoen gesprekken”, zegt Plasterk, „zijn niet door de Nederlandse dienst verzameld en dus ook niet door de dienst verschaft aan de NSA.”

Eind juni is het NSA-schandaal losgebarsten. En minister Plasterk is meteen het gezicht geworden van de affaire. Media spreken steevast over „de minister die verantwoordelijk is voor de geheime dienst”. Dat er nóg een geheime dienst betrokken is bij het verzamelen van telecommunicatie, lijkt iedereen te zijn vergeten. Minister Hennis van Defensie – de baas van de militaire inlichtingendienst MIVD – hoedt zich voor uitspraken in het NSA-dossier.

In tegenstelling tot Hennis kiest Plasterk voor een hoog profiel. En hij spreekt klare taal. ‘NSA-achtige toestanden’ komen in Nederland niet voor. „AIVD en MIVD gebruiken geen programma’s om ongericht in mails of telefoongesprekken van mensen te snuffelen”, zegt hij na afloop van de ministerraad van 21 oktober. „De Nederlandse diensten houden zich aan de wet.” Plasterk, zo vertellen bronnen in Den Haag nu, verwoordt daarmee nadrukkelijk de lijn van de top van de PvdA. PvdA-kopstukken hebben er rond de verschijning van de eerste berichten over de 1,8 miljoen bij Plasterk op aangedrongen om niet de indruk te wekken dat Nederland medeverantwoordelijk is voor ‘NSA-praktijken’.

De onthullingen van Snowden zorgen voor opschudding in de hele wereld. Maar rond Nederland blijft het stil. De grafiek ‘Netherlands – last 30 days’ die Der Spiegel online heeft gezet, blijft onopgemerkt. Dat verandert pas als kranten in Spanje, Frankrijk en Italië beginnen te berichten over Boundless Informant. Op 21 oktober bericht de Nederlandse website Tweakers.nl als eerste over het document: „NSA onderschepte in maand metadata 1,8 miljoen telefoontjes in Nederland.”

Achter de schermen is er dan al van alles gebeurd. Nog voor de publicatie in Der Spiegel heeft minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans (PvdA) zijn zorgen uitgesproken tegenover zijn ambtsgenoot Kerry. Op 11 oktober ontvangt minister Plasterk – geflankeerd door AIVD-hoofd Bertholee en Pieter Bindt, het hoofd van de MIVD – de hoogste baas van de NSA. Alexander probeert de kou uit de lucht te halen. Nederland, zo houdt hij Plasterk voor, is géén ‘target’ van de NSA.

Toch blijft de sfeer ongemakkelijk. Plasterk maakt duidelijk dat Nederland geen onaangename verrassingen wil. Later zal de minister in de Kamer bijna woordelijk verslag doen van het gesprek met de NSA-baas. „Wij hebben gezegd: luister eens, wij werken nauw samen op een aantal terreinen, zoals terrorismebestrijding. Dit zijn buitengewoon belangrijke terreinen. Dan mag het niet zo zijn dat een Amerikaanse dienst zich in Nederland niet houdt aan de Nederlandse wet.”

Nederlandse spionage

Na de publicatie in Der Spiegel heeft de AIVD Plasterk een aantal scenario’s voorgelegd. Een van de verklaringen is dat de Amerikanen op eigen bodem internationaal telefoonverkeer onderscheppen. Harde bewijzen ontbreken vooralsnog.

Er zijn ook andere scenario’s denkbaar. In hun artikel van 5 augustus citeren de Spiegel-journalisten de Duitse Bundesnachtrichtendienst. De BND spreekt het vermoeden uit dat de grafiek ‘Germany – last 30 days’ laat zien welke informatie door de Duitsers met de NSA is gedeeld. Geen spionage, maar datasharing dus.

Precies dat scenario wordt onderzocht door de Nederlandse MIVD. Technische specialisten van de MIVD werken nauw samen met hun counterparts van de NSA voor een ‘reconstructie’. De twee diensten vergelijken hun datastromen van december 2012. Volgens bronnen in Den Haag leidt het onderzoek tot een perfecte match. De 1,8 miljoen metadata, zo laat MIVD-hoofd Bindt eind 2013 aan minister Hennis weten, zijn met zekerheid verzameld door Nederland. Geen Amerikaanse, maar Nederlandse spionage dus.

Toch wordt die conclusie niet openbaar gemaakt. Ook niet als deze krant vragen stelt aan de MIVD. Op 22 november bevestigt het ministerie slechts in algemene zin dat er „metadata” worden uitgewisseld. „Het intercepteren en uitwisselen van metadata is in lijn met de Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten 2002.”

Defensie neemt een formeel standpunt in. De data die worden verzameld zijn staatsgeheim, en zijn van belang voor de militairen in het veld. „Over de wijze waarop en waar interceptie precies plaatsvindt doet de MIVD in het openbaar geen mededelingen”, krijgt deze krant te horen. „Als we dat wel doen loopt de krijgsmacht op den duur onacceptabele risico’s.”

Door die houding blijft de interpretatie van Plasterk maandenlang bestaan. Defensie, maar ook Algemene Zaken ziet geen aanleiding de verkeerde analyse van de minister van Binnenlandse Zaken te weerspreken. Die moet zich nu aanstaande dinsdag verantwoorden voor zijn uitspraken in oktober en november.