Het mag niet, maar blijft aanlokkelijk

Ook Nederlandse bedrijven zijn corrupt, zo bleek deze week.

Omkopen is lucratief. Dat weten Nederlandse bedrijven ook. Welk bedrijf precies wie omkoopt in welk buitenland, blijft meestal schimmig. Details houden bedrijven liever voor zichzelf. Maar soms lekt er iets uit.

Deze week kwamen er concrete gevallen naar buiten. Maritieme dienstverlener SBM Offshore zou bij elkaar voor 185 miljoen euro hebben omgekocht, bleek gisteren uit een document op Wikipedia. En bouwbedrijf Ballast Nedam betaalde grif om twee bruggen te mogen bouwen in Suriname, berichtte deze krant.

Omkoping is bij wet verboden. Maar het blijft aantrekkelijk. In sommige landen is het moeilijk zakendoen voor wie zich niet aanpast aan de lokale mores. En de pakkans, hoewel steeds groter, is lang geen 100 procent. Een zakelijk dilemma.

1Omkoping is dus verboden. Maar waarom precies?

Het zorgt voor oneerlijke concurrentie, luidt een belangrijk argument. Bijvoorbeeld ten opzichte van bedrijven die die opdracht ook wel hadden gewild. Daarnaast verdient degene die omgekocht wordt snel geld door de positie die hij bekleedt. Dat is ook niet eerlijk. En omkoping kan lokale economische ontwikkeling in de weg staan, omdat grote bedrijven wel in staat zijn een hoge omkoopsom te betalen en plaatselijke bedrijven niet.

2Wat doet Nederland aan corruptiebestrijding?

Niet genoeg, vinden internationale instanties. Nederland moet actiever zijn in het onderzoeken en vervolgen van omkoping in het buitenland, oordeelde de Europese Commissie deze week. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) vond vorig jaar hetzelfde. Omkoping is in Nederland sinds 2001 bij wet verboden. Maar sindsdien, schrijft de Oeso, is er nog niet één veroordeling geweest voor omkoping over de grens. De in totaal 22 beschuldigingen van bedrijven hebben maar in acht gevallen tot een onderzoek geleid. Magertjes, vindt de Oeso

Tot 2006 waren omkoopkosten zelfs nog fiscaal aftrekbaar. Nu mag dat niet meer. Nederland is dus wel wat strenger geworden, maar nog lang niet zo streng als bijvoorbeeld de Verenigde Staten.

3 Wat doet Amerika dan aan corruptiebestrijding?

Veel. In eigen land, maar ook buitenlandse bedrijven moeten uitkijken. Het land jaagt ook op hen. Dat heeft een morele achtergrond, maar ook een pragmatische – de boetes en schikkingen leveren een hoop geld op.

Ook voor Nederlandse bedrijven vormen de VS een risico, zegt Paul Arlman, voorzitter van Transparancy International Nederland, een anti-corruptieorganisatie. „Een bedrijf kan 10 miljoen verdienen door omkoping, om vervolgens van de VS een boete te krijgen van 100 miljoen.”

De Amerikanen worden volgens Arlman steeds actiever in het naleven van hun Foreign Corrupt Practices Act (FCPA) uit 1977. Voor naming and shaming deinzen ze bovendien niet terug. Op het zogeheten FCPA-blog staan de namen van bedrijven die door de Amerikaanse justitie onderzocht worden. Ook het Nederlandse SBM Offshore prijkt op die lijst. Het eveneens Nederlandse Philips kreeg vorig jaar een Amerikaanse boete opgelegd van 4,5 miljoen euro vanwege omkoping in Polen. Een Europese kwestie, zou je denken. Maar Philips werkt ook in de VS – en dat is voor de VS genoeg.

4Hoe moeten bedrijven dan werken in corrupte landen?

Allereerst: zorgen dat ze de regels kennen. Eenderde van de Nederlandse bedrijven die actief zijn in het buitenland weet niet aan welke regels ze moeten voldoen, blijkt uit onderzoek van TNS Nipo vorig jaar. Dat is een nadeel. Want wie die regels wel kent, kan langs de randen scheren. Zo worden „geringe betalingen ter bevordering” van het zakendoen door de Oeso niet gezien als omkoping, maar als facilitation payments.

Klikken over concurrenten die door omkoping een opdracht krijgen, kan op de lange termijn ook gunstig uitpakken. Of anders: helemaal terugtrekken uit corrupte gebieden. Al kan dat niet altijd in één keer, bijvoorbeeld vanwege doorlopende contracten. Terugtrekken is bovendien niet erg lucratief – op de korte termijn. Op de lange termijn kan het een dure boete of schikking schelen.