Het condensraadsel boven de snijbonen

Snijbonen in een glazen bakje afgedekt met een folie.
Snijbonen in een glazen bakje afgedekt met een folie. Jan Klop

Vorige week is hier de keuken geïntroduceerd die in vrije uitwisseling staat met de buitenlucht: de AW-keuken. Het is een keuken met een bovenraam dat er niet is. Na een ondoordachte renovatie, lang geleden, bleek nagenoeg elke ventilatiemogelijkheid verdwenen en in een opwelling is toen besloten een bovenlicht te verwijderen. Dat is alles.

Nu is het er ’s winters koud en ’s zomers warm. Tussen juni en oktober vliegen wespen en fruitvliegjes vrijelijk in en uit en lijkt Moeder Natuur er wel zelf te wonen. Het is een paradijs.

Ter sprake kwam dat de keukenstroop die in de valwind onder het bovenlicht staat ’s winters soms zo opstijft dat hij onhanteerbaar wordt. De viscositeitsverandering kon met behulp van een kogellagerkogel worden gekwantificeerd en inmiddels staat vast dat de stroop een heel gevoelige, maar ook heel trage thermometer is.

Vandaag blijven we in de keuken voor verder warmteonderzoek. Niet ver van de pot Zeeuwsche Boerin stond een tijdje geleden een bijna lege, maar nog afgesloten petfles Spa rood dat tegenwoordig Spa Barisart heet. Er zat nog een bodempje spawater in en van de weeromstuit was aan de binnenkant van de fles wat waterdamp gecondenseerd. De fles stond er al lang want niemand had er last van.

Maar tien dagen geleden drong opeens het besef door hoe vreemd het was dat de fles maar aan één zijde was beslagen: uitgerekend de kant die wees naar het verdwenen bovenlicht, twee meter verderop. De kant van de koude valwind. En het bleek geen toeval maar stelselmatigheid. Anderhalve dag nadat de fles een kwartslag was gedraaid zat de condens weer terug op de oude plaats: aan de raamkant. En ook de drie andere flessen met resten spawater die inmiddels in de keuken waren opgesteld ontwikkelden hun streep condens precies aan die kant. Aardig detail: dit waren drie flessen zónder dop, maar dat bleek helemaal niet uit te maken. De ventilatie in een flessenhals stelt niets voor.

Stelselmatigheid blijkt wetmatigheid! De voor de hand liggende conclusie is dat de valwind een klein temperatuurverschil over de petfles legt waarop de waterdamp reageert. Maar hoe de wind dat doet wil niet helder worden. Er is nog iets anders dat de duiding tegenhoudt. Toen achter de eerste fles een tweede fles werd geplaatst begon de eerste ook condens te verzamelen aan de kant van die nieuwe fles. Nu waren er opeens twee stroken condens.

Zo brengt de amateuronderzoeker zichzelf in het nauw. Is het nu wel of niet die koude valwind? Doe dat bovenlicht toch dicht, roept de wanhopige lezer. Maar de spruitjeslucht dan? Het beste wat er te verzinnen viel: plaatsing van ruimvallende kartonnen kokers over de spaflessen. Het zag er raar uit en leverde ook niet veel op omdat het experiment niet goed was doordacht. De condens bleef gewoon zitten waar-ie zat – wat je misschien mag verwachten als er geen temperatuurgradiënt meer is. Het was beter geweest die kokers te plaatsen op het moment dat er nog helemaal geen condensdruppeltjes waren afgezet.

Enfin, gelukkig leverden de flessen Barisart nog een andere waarneming op. Er was, in andere context, een heel stelletje van in de koelkast gelegd en daarbij was over het hoofd gezien dat die nog op de stand van het strooponderzoek stond. Het vroor er twee à drie graden. Niet dat dat direct aan de Barisart te zien was, die gaf geen krimp. Kennelijk is het spawater zo zuiver en de binnenkant van de petfles zo glad dat een onderkoeling mogelijk is. Spontane ijsvorming trad pas op du moment dat de flessen werden opengedraaid. Er was het bekende gesis en geborrel en opeens verschenen flinterdunne vlinders ijs die kennelijk de CO2-belletjes als kristallisatiekernen hadden gebruikt. Ze zweefden op hun snel groeiende gasbel statig door het Barisartsop en het had de waarnemer in stille verrukking achtergelaten als er niet opnieuw twijfel was gerezen. Waren het wel de gasbelletjes die de doorslag gaven tot ijsvorming, of was het de extra afkoeling die het vrij expanderende CO2 teweeg bracht? Het zal niet meevallen de twee effecten te scheiden.

De foto hiernaast werd niet gemaakt in de AW-ijskast maar in die van lezer Jan Klop in Heemstede. Het is een restant snijbonen in een glazen bakje, afgedekt met een plastic huishoudfolie. Op de binnenzijde is condens ontstaan. Binnen de waas van fijne druppels is een merkwaardig geometrisch patroon te zien. Klop wist er geen raad mee. „’t Kan aan de snijbonen liggen, maar ik denk eerder dat het productieproces van de folie een rol speelt.”

De AW-redactie heeft de foto in kleine kring verspreid en dat leverde al gauw een begin van een verklaring : dit is geen gewone afdekfolie, het is magnetronfolie en die is soms geperforeerd om drukopbouw te voorkomen. De minuscule gaatjes zijn net zichtbaar. Het verschuift de kwestie naar de vraag hoe dan de heldere hof rond de stippels ontstond. Dat het een uiting is van de bedoelde ventilatie, zoals sommigen meenden, is onaannemelijk, die stelt niets voor - zie de flessenhals. Het geloof aan ventilatie door minigaatjes is onuitroeibaar. Denk ook aan Gore-Tex.

Wat is er dan aan de hand? Het zou kunnen dat de zones rond de gaatjes net wat warmer bleven, zoals de folie aan de rand van het glasbakje kennelijk overkwam. De spapetfles liet zien hoe condens op mini-temperatuurverschillen reageert. Wat ook kan is dat de oppervlaktestructuur van de, nog warme, folie werd veranderd toen er in de fabriek gaatjes in werden geprikt. Ook deze kwestie blijft in onderzoek.