En aan het eind wint Magnus Carlsen

Voorop het laatste nummer van het tijdschrift New in Chess staat een uitspraak van Hikaru Nakamura: „Ik denk dat ik op het moment de grootste bedreiging van Carlsen ben”. Het blad wordt gelezen door topschakers, omdat ze er zelf in schrijven en ook graag zien wat de concurrentie denkt. Toen ze de ferme woorden van Nakamura lazen, zullen Aronian en Kramnik misschien gedacht hebben: „Wel, wel, jonge man, en wij dan?”

In feite was Nakamura, die toen derde op de wereldranglijst was, niet echt onbescheiden. In het interview waaraan die uitspraak was ontleend, maakte hij duidelijk dat hij zich nu nog niet als de tweede schaker van de wereld beschouwde, en dat zijn bedreiging van Magnus Carlsen pas later zou komen.

Je moet oppassen met ferme uitspraken. Jan Timman zei eens dat het heel gezond was om een beetje op te scheppen, maar niet als er een journalist met een opschrijfboekje in de buurt was.

Afgelopen zondag speelde Nakamura in Zürich tegen Carlsen. In wat ze nu ‘klassieke partijen’ noemen, partijen met ruime bedenktijd, had hij zeven keer van Carlsen verloren en nog nooit gewonnen.

Nakamura kwam gewonnen te staan. De computer Houdini schoot uit naar +6, wat overeenkomt met een voordeel van twee stukken, tenminste, als je de goede zetten vindt. Nakamura vond ze niet en verloor die partij. Misschien had Timman gelijk en is het gevaarlijk om te veel zelfvertrouwen te vertonen met een journalist in de buurt.

In Zürich speelden vier topspelers van het Tata Steel-toernooi, aangevuld met Carlsen en Anand. Wat de gemiddelde rating betreft, was het het sterkste toernooi aller tijden, wat met maar zes spelers natuurlijk makkelijker te bereiken is dan in een groot toernooi.

Variërend op een voetbalwijsheid kun je zeggen dat schaken een spel is op een bord van 64 velden met 32 stukken, en aan het eind wint Magnus Carlsen. Zo ging het ook in Zürich.

Magnus Carlsen – Fabiano Caruana, Zürich 2014

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 Pf6 4. d3 Lc5 5. Lxc6 dxc6 6. h3 Pd7 7. Le3 Ld6 8. Pc3 c5 9. 0-0 Pf8 10. Pd2 Pg6 11. Pc4 Le6 12. Pe2 Dd7 13. Pxd6+ cxd6 14. f4 exf4 15. Pxf4 Pxf4 16. Txf4 Zoals vaak bij Carlsen lijkt het of hij in de opening niets bijzonders ambieerde. 16…b6 Zwart had veilig 16…0-0 kunnen spelen, want een directe overval met 17. Dh5 f6 18. Th4 loopt na 18…g5 slecht voor wit af. 17. Dh5 d5 Hij opent de stelling met zijn koning nog in het midden. Hier zou 17…0-0 slecht zijn na 18. Th4 h6 19. Tf1 met sterke aanval voor wit. 18. d4 c4 19. b3 Dc6 20. Taf1 0-0-0 21. bxc4 Dxc4

Zie diagram boven

22. Txf7 Over dit kwaliteitsoffer dacht Carlsen niet lang na, want hij besefte dat hij geen risico liep. 22…Lxf7 23. Txf7 Td7 24. Txd7 Kxd7 25. exd5 Met twee pionnen voor de kwaliteit en een onveilige zwarte koning staat wit duidelijk beter. 25…g6 26. Dg4+ Kc7 27. De6 Kb7 28. De7+ Dc7 29. De4 Dd7 30. d6+ Ka6 31. Lf4 Tc8 Hier en ook op de volgende zet had zwart met b6-b5 nog weerstand kunnen bieden. 32. Kh2 Tc4 33. Lg3 Tc8 34. Dd3+ Kb7 35. c4 Met zo’n pionnenblok gaat het verder bijna vanzelf. 35…Dc6 36. Db3 Ka8 37. a4 Te8 38. a5 Kb7 39. c5 Kc8 40. axb6 axb6 41. d5 Een nauwkeurig berekende slotaanval. 41…Dxc5 42. Da4 Te3 43. Da8+ Kd7 44. Db7+ Ke8 45. d7+ Kd8 46. Lh4+ Te7 47. Dc8+ Zwart gaf op.