Eén dag werken, vijf blikjes bier

Lunchpauze. Fred Schiphorst (rechts) werkt met een ploeg van ongeveer tien personen. Hij werkt van maandag tot en met woensdag. Een andere ploeg werkt van donderdag tot en met zaterdag.
Lunchpauze. Fred Schiphorst (rechts) werkt met een ploeg van ongeveer tien personen. Hij werkt van maandag tot en met woensdag. Een andere ploeg werkt van donderdag tot en met zaterdag.

Fred Schiphorst begint zijn werkdag stipt om 9.00 uur met twee blikjes bier – zijn eerste salaris van de dag. Dan doet hij zijn rode das om, zijn veiligheidsjack aan en gaat aan het werk als schoonmaker in Amsterdam. Bij zijn lunch krijgt hij nog eens twee blikjes bier, en als alles goed gaat, aan het einde van de dag nog eentje.

Na meer dan tien jaar werkloos te zijn geweest is Schiphorst (60), voormalig bouwvakker, weer aan het werk dank zij het project ‘Veeggroep Oost’ van de Regenboog Groep, een stichting die zich inzet voor daklozen, drugs- en alcoholverslaafden. Dit dagbestedingsprogramma, ook wel het ‘alcoholproject’ genoemd, heeft in buitenlandse media veel aandacht gekregen, waaronder in The New York Times.

Drie dagen in de week is Schiphorst ‘voorman van de prikgroep’. Hij is een van de ongeveer twintig deelnemers aan het programma.

Schiphorst is een zware drinker geworden nadat hij in 1978 zijn vrouw – zwanger van een tweeling – dood in huis vond na een overdosis drugs. Sindsdien heeft hij in afkickklinieken gezeten, allerlei andere manieren gezocht om te stoppen met drinken, maar helemaal is het nooit gelukt. Hij is er zeker niet trots op dat hij alcoholist is, vertelt hij, maar hij is blij dat hij weer werk heeft. Een dagritme. „Vroeger zat ik te zuipen in het park, nu heb ik iets om handen.” Als aanvulling op hun biersalaris krijgen de deelnemers nog een half pakje shag, een gratis lunch en 10 euro per dag.

Er is wel kritiek, zegt Janet van der Noord, begeleider van de groep van Schiphorst, en ze snapt dat wel. „Het is apart om mensen het middel te geven waar ze aan verslaafd zijn. Maar het bierrantsoen dat ze bij ons krijgen, is nog altijd veel minder dan ze normaal zouden drinken. De overlast in het park is minder, we geven de deelnemers iets te doen, en ze krijgen een warme maaltijd.”