De vrijheid door minder dataopslag is wat offers waard

In Silicon Valley geldt: meer informatie is altijd beter. Dat is onjuist. Door onbegrensd verzamelen en analyseren van data verdampt de politieke geest uit onze democratie. We mogen best wat opofferen voor minder, vindt Evgeny Morozov.

Na de onthullingen van Edward Snowden hebben democratische samenlevingen twee mogelijkheden. Ze kunnen doen alsof NSA’s onstilbare honger naar informatie slechts een afwijking is die kan worden verholpen door aan een aantal aspecten van het techno-juridische apparaat te sleutelen. Zo kunnen we informatieprotocollen aanscherpen, meer encryptie inbouwen en meer toezicht op de NSA houden.

Dat is de eenvoudigste mogelijkheid.

We kunnen ook Snowdens onthullingen zien als meer dan alleen een systematische bestuurlijke zelfoverschatting van een paar losgeslagen ambtenaren. In dat geval wijzen de onthullingen ons op de groeiende en onbesproken bedreiging voor de democratische moraal, die verergert naarmate meer gegevens worden verzameld, vastgelegd en geanalyseerd.

Dat is een uitdagender mogelijkheid.

Wij erkennen deze dreiging maar moeilijk, omdat zo’n conclusie in zou druisen tegen het rooskleurige verhaal van de informatie-economie. Dat gaat ervan uit dat de groei altijd blijft. Google, Facebook en hun honderden navolgers in Silicon Valley denken allemaal dat er geen grens is aan de hoeveelheid gegevens die geproduceerd, verzameld, verhandeld en gedeeld kunnen worden. Hun leuze luidt: meer informatie is altijd beter.

Heel lang heeft dit uitgangspunt van oneindige groei – met het bruto binnenlandse product (BBP) als enige maatstaf voor de beoordeling van het overheidsbeleid – ook hier de boventoon gevoerd. Maar zorg om de opwarming van de aarde heeft er toe geleid dat er kritische vraagtekens worden gezet bij groei als het enige richtpunt van economische bedrijvigheid. Er wordt gedacht over alternatieve modellen.

Informatietechnologie kent daarentegen nog geen alternatieve modellen. Hooguit worden we op oplossingen voor individuen gewezen – niet voor het collectief. Zo zal ‘digitale ontwenning’ onze realiteitszin opkrikken, zullen sommige apps ons ‘bewuster’ maken en worden we aangemoedigd te kamperen op plekken waar geen elektronische speeltjes zijn toegestaan.

Maar dit biedt geen samenhangend intellectueel alternatief voor het huidige model van ‘meer informatie is altijd beter’.

De reden is eenvoudig: ‘krimptheoretici’ schermen met het schrikbeeld van de opwarming van de aarde. Dat is de ultieme ramp waarmee ze ons denkproces een andere richting kunnen geven. Alleen, het visioen van zo’n ramp ontbreekt in de informatiediscussie. Daar maken we ons alleen druk om personen (te veel afleiding, te weinig concentratie) – niet om collectieven.

Toch hoef je geen genie te zijn om in te zien wat in dit geval het juiste equivalent van de opgewarmde aarde is: de geleidelijke verdamping van de democratische geest uit ons politieke systeem.

Deze verdamping vindt plaats terwijl wij, op basis van een naïef geloof in Big Data, ruimten afsluiten die voorheen open stonden voor het publieke debat. Waarom zouden we nog een rommelige discussie over alternatieve doelen voeren als we op basis van gegevens het beste middel kunnen kiezen?

En waarom ook zouden we ons bekommeren om burgers die het politieke proces liever over laten aan technocraten? Die op hun beurt maar al te graag op microniveau prutsen en knutselen, maar die zelden belang hechten aan de systeemveranderingen op macroniveau?

Ja, het verzamelen en analyseren van data biedt reële voordelen. Maar misschien zijn deze voordelen, net als bij een dikke auto of een immer loeiende airco, de prijs niet waard. De personalisatie van een zoekopdracht wijst ons in twee in plaats van vijf seconden de dichtstbijzijnde pizzeria. Maar deze drie seconden tijdwinst vergen een dataopslag ergens op de servers van Google – en na Snowden weet niemand wat er precies met die gegevens gebeurt.

Silicon Valley biedt een geweldig en handig product. Maar verstikt dit geweldige product het democratische systeem, dan moeten we wellicht onze verwachtingen temperen. En moeten we accepteren dat die twee extra zoekseconden – net als een kleinere, tragere auto – weleens een redelijke prijs voor een fatsoenlijke toekomst zouden zijn.

Het probleem is niet het gebrek aan controle over persoonlijke gegevens. Het probleem is dat moderne politieke systemen, gewapend met zoveel gegevens, lijken te denken dat ze wel buiten hun burgers kunnen. En dat die burgers zich vermaken met de digitale overvloed aan ‘content’ en intussen al te graag het domein van de politiek de rug toekeren.

Edward Snowden heeft het democratisch tekort bloot gelegd. Wij moeten nu een oplossing bedenken. Hackers en advocaten zullen ons niet redden: het Snowden-debat heeft denkers nodig die evengoed raad weten met codering en staatsrecht als met economie en politiek.