Lang niet alle gemeenten zijn er klaar voor

Hard bezig zijn ze, de gemeenten. Aangespoord door de Tweede Kamer die vorig jaar een systeem van voortgangsrapportages afdwong. Maar er is nog veel te doen. Uit de laatste rapportage van de commissie die de voortgang controleert, bleek dat gemeenten in slechts een kwart van de 41 samenwerkingsregio’s goede afspraken hadden gemaakt met aanbieders van jeugdhulp. De reden voor die slechte score is dat nog steeds onduidelijk is hoeveel geld gemeenten krijgen om zorg in te kopen. Terwijl de zorgaanbieders juist in de problemen komen omdat ze niet weten of er volgend jaar nog werk is voor hun personeel. Uit de novemberrapportage van de commissie bleek dat in 28 regio’s gemeenten en aanbieders ‘extra inspanningen’ moesten plegen om te komen tot goede afspraken. In twee regio’s was de situatie ronduit slecht: in Zeeland omdat betrokken partijen het oneens zijn over te maken afspraken, en in de jeugdzorgregio rond Leiden en Alphen aan den Rijn omdat daar de onduidelijkheid over de budgetten het grootst is.

Die budgetten zijn onzeker omdat de jeugdzorg zo versnipperd is. De ongeveer drie miljard euro die er in omgaat – landelijk, provinciaal en gemeentelijk – gaat naar de gemeenten, met een korting van 15 procent. Precies berekenen hoeveel elke gemeenten afzonderlijk krijgt, is zeer ingewikkeld, en nog niet afgerond. Het bedrag dat per gemeenten is toegezegd in december 2013, kan in mei weer anders zijn. Daarom heeft het Rijk nu toegezegd dat de budgetten in mei maximaal slechts 5 procent lager zullen uitvallen. Gemeenten kunnen dus eindelijk afspraken maken met zorgaanbieders. Een complicatie is dat gemeenten in 2015 ook klaar moeten zijn voor twee andere grote decentralisaties (zorg en werk) en – binnenkort – verkiezingen hebben.