Ook de jeugd-ggz moet naar de gemeenten

De politieke wens om iets te doen aan de versnippering van de jeugdzorg leeft in Den Haag al lang bij vrijwel alle partijen. In 2010 stelde – demissionair – minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) voor de jeugdzorg simpeler en lokaal te maken. Maar hij maakte een uitzondering voor de psychische hulp in de jeugd-ggz. Hij wilde niet dat die zou worden ‘losgeknipt’ van de geestelijke zorg voor volwassenen.

Een parlementaire werkgroep die zich tegelijkertijd over de jeugdzorg boog, vond echter dat Rouvoets plannen niet ver genoeg gingen. De gemeenten moesten óók verantwoordelijk worden voor jeugd-ggz. Dat is overgenomen in de plannen van de nu verantwoordelijke staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, PvdA). In oktober vorig jaar stemde een meerderheid van de Tweede Kamer in met zijn Jeugdwet.

Opvallend is dat Rouvoet inmiddels voorzitter is van Zorgverzekeraars Nederland. Als belangenbehartiger van alle zorgverzekeraars pleit hij voor hetzelfde als toen hij minister was: de jeugd-ggz moet in handen van de verzekeraars blijven.

De Jeugdwet is overigens maar een van de vele decentralisatieoperaties van dit kabinet. Van Rijn wil ook de verantwoordelijkheid voor de langdurige zorg overhevelen. Daarnaast moeten gemeenten inwoners met een arbeidshandicap helpen bij het vinden van werk. De decentralisaties gaan alle gepaard met een forse bezuiniging.