De Jeugdwet en de bezwaren Versnippering van taken en geld

Jongeren krijgen te laat hulp, van te veel verschillende hulpverleners. De Eerste Kamer behandelt dinsdag de nieuwe Jeugdwet, die de bureaucratie in de jeugdzorg moet verminderen. Experts zijn kritisch.

Door Elsje Jorritsma en Emilie van Outeren

De Jeugdwet, die per 1 januari 2015 moeten ingaan, is de wet die alle problemen in de jeugdzorg moet oplossen. Dat zijn er nogal wat: hulp aan kinderen in nood die laat (of niet goed) op gang komt, probleemgezinnen die een stoet aan niet-samenwerkende hulpverleners over de vloer krijgen, opvoedproblemen die gemedicaliseerd worden, een uit z’n krachten gegroeide bureaucratie, waardoor hulpverleners meer tijd kwijt zijn met formulieren dan met mensen.

Dit zijn bekende problemen waar de politiek al eindeloos lang mee worstelt. De belangrijkste oorzaak: versnippering van taken en geld. Bij de jongen die niet naar zijn ouders luistert, komt Bureau Jeugdzorg langs, als ook zijn ouders niet meewerken komt de raad voor de kinderbescherming, en als zoonlief ook iets had gestolen treedt het volledige justitieapparaat in werking. Mocht er een diagnose passen op het gedrag van het kind, dan kan hij ook terecht komen bij de jeugd-ggz. Kortom: Is dit een lastpak (Bureau Jeugdzorg), een ADHD’er (jeugd-ggz) of een jeugddelinquent (justitie)?

Als er dan ook nog bezuinigd moet worden, loont het in deze structuur om problemen door te schuiven: dan wordt een andere organisatie verantwoordelijk, en die betaalt ook de rekening. Deze beruchte perverse prikkel heeft volgens de regering geleid tot een sterke stijging van de aantallen kinderen in de jeugd-ggz.