Veel vragen over de uitvoerbaarheid van de wet

Niemand lijkt te verwachten dat de Jeugdwet van Van Rijn in de Eerste Kamer sneuvelt. Als dezelfde partijen die in de Tweede Kamer voor stemden dat ook in de senaat doen, kan hij rekenen op 54 van de 75 zetels.

Wat niet uitsluit dat de senatoren aanstaande dinsdag lastig kunnen doen bij de wetsbehandeling. Zij zijn er immers vooral om die te toetsen op uitvoerbaarheid en hebben daar veel vragen over. Aan het debat zijn al drie vragenrondes en een hoorzitting met deskundigen voorafgegaan.

De Eerste Kamer heeft minder middelen dan de Tweede om de staatssecretaris tot aanpassingen te dwingen, maar kan wel toezeggingen eisen, bijvoorbeeld wat betreft het waarborgen van privacy van probleemgezinnen waarover de gemeente straks veel weet.

Van Rijns eigen PvdA heeft hem gevraagd waarom hij niet kiest voor een alternatief: de gemeenten slechts de gedeeltelijke zeggenschap geven over de jeugd-ggz, en de volledige financiering bij de verzekeraars laten. Sommigen voorzien dat de PvdA in de senaat – net als bij het debat over het woonakkoord waarbij Adri Duivesteijn eind vorig jaar tegen dreigde te stemmen – opnieuw de zwakste schakel is.

Senatoren zijn niet gebonden aan het regeerakkoord of in de Kamer gemaakte afspraken, toch zullen coalitiepartijen, D66, ChristenUnie en SGP niet graag een wet afschieten die tot een bezuiniging leidt. Het gat dat dan ontstaat, zullen ze immers zelf weer moeten dichten.