Dat krijg je als je een

schandaal

onthult

Harrie Timmerman zal nooit iemand aanraden klokkenluider te worden. Het is slecht voor je gezondheid en je inkomen. „Ik heb vanaf het begin het gevoel gehad dat ik mijn kop voor niks heb geofferd.”

In 1984 sterft Rob Ovaa. De munitie-expert van de landmacht komt om als tijdens een oefening een kapotte mortiermijn ontploft. Maatschappelijk werker Fred Spijkers krijgt van Defensie de opdracht de vrouw van Ovaa het slechte nieuws te brengen. En erbij te vertellen dat het Rob Ovaa’s eigen schuld was.

Wie wil functioneren beweegt mee. Je voert je werk uit zoals dat van je gevraagd wordt. Zegt de baas: we gaan links, dan ga jij mee.

Oók als dat tegen de regels ingaat.

Oók als een ander daarvan de dupe wordt.

Maar heel soms staat er iemand op. Iemand die weigert de orders uit te voeren. Wat de consequenties ook zijn.

De Amerikaanse inlichtingendienst NSA heeft 75.000 werknemers, maar er was er maar één die het afluisterschandaal naar buiten bracht. Edward Snowden vond dat iedereen moest weten dat de overheid burgers afluistert. Wat beweegt die ene mens? Wat maakt hem anders dan de rest?

Een zoektocht naar het DNA van de klokkenluider.

Op de begane grond van het huis van Fred Spijkers (67) kun je je op drie plaatsen bewegen: in de smalle keuken, in de zithoek, en rondom de pc in de hoek. De rest van het huis ligt bezaaid met papier, tot wel anderhalve meter hoog. Op de grond, in de vensterbank, op de eettafel. Printjes, rapporten, brieven – opgestapeld en gesorteerd, met geeltjes ertussen. Op zijn slaapkamer, zegt Fred, staan nog „129 boodschappentassen” met papier.

Het zijn de dossiers van de zaak Ovaa. De zaak die zijn leven is geworden, zegt hij. „Kijk om je heen. Ik zit er middenin.”

Spijkers wist dat er vaker ongelukken gebeurden met defecte mijnen. Hij wist dat de dood van Rob Ovaa niet zijn eigen schuld was. Daarom weigert hij de weduwe voor te liegen. Het kost hem zijn baan: Spijkers wordt ontslagen, hij zou volgens Defensie een persoonlijkheidsstoornis hebben.

Een jarenlange juridische strijd volgt. Tot Defensie in 2002 buigt: zij zaten fout, er was sprake van misleiding. De klokkenluider krijgt 1,6 miljoen euro schadevergoeding en de belofte dat zijn persoonlijke dossier wordt opgeschoond. Maar tot op de dag van vandaag heeft Spijkers geen toegang tot zijn volledige dossier. Hij zegt bij verschillende inlichtingendiensten te boek te staan als een ‘politiek psychiatrisch patiënt’. Zolang dit niet is rechtgezet weigert Spijkers zijn schadevergoeding aan te spreken.

Waarom weigerde Fred Spijkers destijds mee te bewegen? Waarom ging juist hij tegen de orders van zijn werkgever in?

Omdat dat zijn karakter is. Hij kán niet anders, zegt hij. „99,9 procent van de mensen zal niets gezegd hebben, die kiezen voor een huisje-boompje-beestje-bestaan.” Hij niet. Liegen doe je niet, en al helemaal niet als het gaat over leven en dood. Dat weet hij al van jongs af aan. „Klokkenluider word je niet”, zegt Fred Spijkers, „het zit in je.”

Ieder jaar wenden vijftig nieuwe klokkenluiders zich tot de Expertgroep Klokkenluiders, een organisatie die melders van misstanden ondersteunt. Ze doen er onderzoek naar de integriteitsmeldingen en geven de melders therapie. De klokkenluiders zoeken elkaar ook op. Zo is er om het jaar een ontmoeting op de landelijke Dag voor de Klokkenluider in Culemborg. Een paar weken geleden was er weer zo’n dag.

Tientallen klokkenluiders liepen er rond: mannen – want dat zijn ze bijna allemaal – van middelbare leeftijd. Sommigen netjes in pak, anderen juist in fleecetrui en spijkerbroek. De meesten expert in hun vakgebied.

Wie klokkenluiders aanspreekt, krijgt meestal direct te horen met welk „schandaal” ze te maken hebben gehad. Ze beschrijven ‘hun’ zaak nauwkeurig, met veel details, en uiteindelijk komen alle verhalen uit op het onrecht dat hen is >> >> aangedaan: doordat ze de klok hebben geluid, zijn ze nu hun baan kwijt. Maar, zeggen ze ook allemaal: ze zouden het zo weer doen.

We interviewden vier klokkenluiders uitgebreid. Ook zij zijn mannen van middelbare leeftijd en vaak expert binnen een team of bedrijf. Niet zo gek, zegt hoogleraar bestuurskunde Mark Bovens: een expert twijfelt niet zo snel aan zijn gelijk – in tegenstelling tot een jonge, net aangetreden werknemer. Die meldt een misstand wellicht minder snel. Bovens deed onderzoek naar klokkenluiders. „Oudere werknemers hebben hun hypotheek afbetaald en zitten tegen hun pensioen aan. Zij kunnen de gok wagen.”

Daarnaast, zo blijkt uit de gesprekken, zijn de klokkenluiders toegewijd – zeker als het om werk gaat. Eén klokkenluider had bij zijn ontslag nog 1.100 overuren en 400 vakantie-uren tegoed.

Journalist Marcel van Silfhout van de Nederlands-Vlaamse Vereniging van Onderzoeksjournalisten heeft in zijn carrière met minstens dertig klokkenluiders te maken gehad. Hem viel op dat dit vaak „zeer eigenwijze, koppige” mensen zijn. „Recht in de leer” ook, en introvert. „Klokkenluiders zijn meestal geen makkelijke mensen”, zegt Van Silfhout. „Ze zijn veeleisend, en hebben een groot rechtvaardigheidsgevoel.”

Het zijn juist deze eigenschappen, denkt Van Silfhout, die maken dat zíj de klok luiden. „Om de waarheid te willen zien, moet je rechtlijnig zijn.”

Tegelijk is dit een van de oorzaken waarom klokkenluiders in hun organisatie zelden worden gehoord. Van Silfhout: „De reactie is vaak: ‘ah joh, doe niet zo moeilijk’. Hierdoor wordt een klokkenluider nog meer getriggerd en krijg je verbitterdheid. Die wordt door het bedrijf vertaald als: hij draaft door. Dan krijg je een arbeidsconflict waarbij de klokkenluider, met zijn goede bedoelingen, de dupe is.”

Ook bij de vier geïnterviewde klokkenluiders is de reden om de misstand te melden in de eerste plaats een principieel besluit. Zij steken niet zozeer hun nek uit omdat iemand leed wordt aangedaan – nee, de eerst genoemde reden is steeds dat dit ‘de enige optie’ was voor de klokkenluiders.

„Ik kon niet anders”, zegt iemand.

„Ik ben niet iemand van de bocht.”

„Ja is ja bij mij, nee is nee.”

Ze zijn daarbij, zeggen de vier, niet gevoelig voor groepsdruk. Klokkenluider Floor Drost weigert zelfs een nette broek aan te trekken, wanneer dat van hem verwacht wordt. „Waarom zou je jezelf beter voordoen dan je bent?”

Bij Drost – die in 2004 de schaduwboekhouding van bouwbedrijven onthulde – komt zijn rechtlijnige karakter voort uit zijn jeugd. Hij groeide op in een oud-gereformeerd gezin in Rhenen. Een belangrijke les van zijn vader was dat je jezelf nooit in een chantabele positie moet manouveren. ‘Beter kort pijn dan lang zeer’, zei vader Drost vaak.

Die les heeft Floor Drost onthouden toen hij erachter kwam dat zijn schoonvader, directeur van een groot bouwbedrijf, hem een frauduleuze boekhouding in bewaring had gegeven zonder dat Drost dit wist. Drost maakte kopieën van de stukken en confronteerde zijn schoonvader ermee. „Als iemand een fout maakt, moet je hem eerst de gelegenheid geven zijn fout te herstellen”, zegt Drost. Dat deed zijn schoonvader, waar hij voorheen goed mee overweg kon, niet. Dus gaf Drost de stukken aan justitie.

Het was het enige juiste om te doen, vindt hij nog steeds, ondanks de gevolgen van zijn beslissing. De betrokken bouwbedrijven kregen slechts boetes. Drost raakte zijn handelsbedrijf kwijt en heeft zijn kinderen uit zijn eerste huwelijk nooit meer gezien. „Maar ik heb een schoon geweten”, zegt hij. Drost is nu verhuizer.

Zijn orthodox-christelijke opvoeding heeft meegespeeld bij het aankaarten van de misstand. Hij weet dat hij ná dit leven verantwoording moet afleggen voor de keuzes die hij heeft gemaakt. Dáár gaat het hem om: dat voor de poorten van de hemel zal blijken dat hij in deze kwestie eerlijk heeft gehandeld.

Fred Spijkers is niet christelijk, maar aanhanger van de antroposofie. „Ieder mens heeft in zijn leven een opdracht”, zegt hij. „Ik ben niet voor niks hierin terechtgekomen.” Af en toe bidt hij.

Harrie, jij bent veel te eerlijk

Een andere klokkenluider, Harrie Timmerman is niet gelovig, hanteert wel bijbelse principes. ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet’ – volgens dat principe is Timmerman opgevoed, en zo staat hij nog steeds in het leven. ‘Harrie, jij bent veel te eerlijk’, zeiden collega’s altijd tegen hem. Zo wil Timmerman zijn. Goudeerlijk.

Timmerman luidt de klok in 2004. Hij is dan nog gedragskundig adviseur bij de politie en werkt voor het cold case-team in Groningen. Het is zijn taak te voorspellen onder welke omstandigheden een verdachte zal bekennen. „Dat deed ik vrij goed.”

Teamleiders bij de politie zijn het niet >> >> altijd eens met hem en zijn werkwijze. Dat levert conflicten op. „Dan dacht men een moordenaar gepakt te hebben, maar zette ik vraagtekens. Dan zei ik: ‘Als jullie doorzetten, ga ik weg’. Als je mij advies vraagt, en je doet er niks mee, moet je mij niet vragen.”

Timmerman hoort in 2004 wat er fout ging in de Schiedammer parkmoord, waarbij Cees B. is veroordeeld voor de moord op een tienjarig meisje. Timmerman weet dat Cees B. op grond van DNA-sporen nooit de dader kan zijn. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) blijkt dit opzettelijk niet in hun rapport te hebben gemeld. Timmerman kaart dit intern aan, maar krijgt geen gehoor.

Daarom gaat hij praten met journalisten. „Je weet dat je dan het zwarte schaap voor je collega’s wordt”, zegt Timmerman. „Maar ik had het gevoel: dit kan mijn geweten niet verantwoorden. Ik wilde in de spiegel kunnen kijken en niet hoeven denken: wat staat daar een grote klootzak.”

Het was hem niet zozeer om Cees B. te doen, die onterecht vastzat. „Mijn doel was ervoor te zorgen dat het NFI correct werkt. Wij konden zelf een zaak niet oplossen omdat het NFI niet de waarheid op papier had gezet. Het ging me minder om die ene persoon. Een goed werkend rechtsysteem was mijn voornaamste drijfveer.”

Zodra de korpsleiding er lucht van krijgt dat Timmerman met journalisten praat, wordt zijn contract voortijdig beëindigd. Voor Timmerman wordt de stress te veel. Hij wordt opgenomen in het ziekenhuis en komt op de hartbewaking te liggen. „Drie nachten, toen was mijn bloeddruk redelijk normaal. Door zoveel stress had ik bijna een hartaanval gekregen. Mijn arts zei: als je dit nog eens gebeurt, dan kan het je je leven kosten.”

Zijn hoge bloeddruk is de laatste druppel om het verhaal nu echt te gaan vertellen. In een uitzending van Netwerk doet hij zijn verhaal. Uiteindelijk geeft het NFI haar fout toe en wordt Cees B. vrijgelaten.

Een klokkenluider, zegt Timmerman, heeft „een enorm groot rechtvaardigheidsgevoel” nodig, en „de overtuiging dat je gelijk hebt”. Die overtuiging had Timmerman. Hij heeft zijn beslissing om de klok te luiden niet eens met zijn vrouw overlegd. „Zo zeker was het voor mij. Ik kón niet anders. Het is geen moed, het moet van mezelf.”

Toch zal hij nooit aanraden de klok te luiden. Het is slecht voor je gezondheid en je inkomen, zegt Timmerman. „Ik heb vanaf het begin het gevoel gehad dat ik mijn kop voor niks heb geofferd.”

Iedereen is zijn baan kwijt

Ook de honderd klokkenluiders die zich de afgelopen twee jaar bij de Expertgroep Klokkenluiders hebben gemeld, is het slecht vergaan. Velen kregen te maken met hartproblemen of depressie. Bijna allemaal zijn ze hun baan kwijtgeraakt. „De mensen die ons waarschuwen voor gevaar, worden ontslagen en vervolgd”, zegt Henk Stil, adviseur van de Expertgroep. „Zo is het op dit moment geregeld in dit land.”

Volgens Stil hangt de wijze waarop een bedrijf wordt geleid samen met of er een klokkenluider opstaat. Steeds meer Nederlandse managers, zegt hij, zijn niet in staat met kritiek om te gaan. Ze zijn erop gericht hun doelen te halen, en zien kritiek van een werknemer als ongewenste ruis. „Dan krijg je dus dat ze hun zin gaan doordrukken. Dat is de basis voor het feit dat er langzaam maar zeker misstanden kunnen ontstaan. De klokkenluider die opstaat, wordt het bedrijf uitgewerkt en heeft er de rest van zijn leven last van.”

Ook voor Erik Jan Meijboom had het klokkenluiden grote gevolgen. Hij werd „depressief en angstig” toen hij na het maken van een integriteitsmelding werd geschorst. Meijboom onthulde dat kinderen in het Wilhelmina Kinderziekenhuis in Utrecht meer kans hadden om na een hartoperatie te sterven.

Dat kwam door een slecht functionerende collega. Meijboom, nu lid van de Onderzoeksraad Integriteit Overheid, heeft soms nog steeds last van de zaak van zeventien jaar geleden. „Laatst viel er een brief door de bus. Het eerste wat ik dan denk, is: het zal toch niet het ziekenhuis zijn?”

Betere bescherming voor klokkenluiders is op komst. De Eerste Kamer buigt zich over het opzetten van een ‘Huis voor Klokkenluiders’. Hier kan iedere werknemer straks melding doen van een vermeende misstand. De meldingen worden vervolgens door het Huis onafhankelijk onderzocht, en de melder krijgt ontslagbescherming.

Voor Fred Spijkers komt het te laat. Hij is „sterk getraumatiseerd”, volgens artsen. De eerste weken na het klokkenluiden viel hij negen kilo af. „De druk is zo hoog geweest, dat is voldoende om de eerste de beste berkenboom op te zoeken. Twijfel is er dagelijks: hoe eindigt dit?” <<