Bomvol informatie maar niet zo reflectief

Boek //

The Snowden Files

Wanneer Edward Snowden zijn hotelkamer in Hongkong verlaat, zet hij een glas water met daarnaast een tissue achter de deur. Op het tissue maakt hij een vlek van sojasaus. Bij terugkomst kan hij dan zien of er iemand in de kamer is geweest: is er water op de vlek gekomen dan is die van vorm veranderd.

Luke Harding, verslaggever van The Guardian, weet hoe je een verhaal moet vertellen. Zijn gisteren verschenen The Snowden Files barst van de beeldende details. Tegelijk: een boek met alle spectaculaire feiten over de onthullingen die de journalistiek en politiek nu ruim een half jaar in hun greep hebben, is moeilijk te verpesten.

Het boek opereert meer in de breedte dan de diepte. Toegang tot Snowden kreeg Harding niet; de journalisten met wie Snowden contact opnam, Glenn Greenwald en Laura Poitras en vele collega’s, lijkt hij wel te hebben gesproken. Maar voor het grootste gedeelte baseert hij zich op de digitale knipselmap en het schijnbaar getrouw nareizen van alle locaties waar het verhaal zich afspeelt. We weten dus nog steeds niet hoe Snowden de 60 à 70.000 documenten naar buiten smokkelde (usb-sticks ?). We weten nog steeds niet wie opdracht gaf tot het afluisteren van Angela Merkels telefoon, als het Obama niet was. Harding komt niet met grote nieuwe dingen, maar de vele bijzonderheden over mensen, locaties en gebeurtenissen maken dat de krantenverhalen gaan leven; je ziet de verfilming al voor je.

We krijgen het hele panorama. Snowdens lotgevallen wisselt Harding af met hoofdstukken over wat zich op krantenredacties afspeelt, met heldere, maar beknopte portretten van de geheime diensten, met overzichten van de reacties wereldwijd en typeringen van de verhouding tussen pers en politiek in het Verenigd Koninkrijk en de VS.

Hardings boek barst van de informatie, maar het mist reflectie. Hij verdiept zich bijvoorbeeld niet in het waarom van de datahonger van de geheime diensten en de bedrijfscultuur, de illusie elk risico uit te sluiten met totale controle. Evenmin gaat het over het digitale exhibitionisme van de consument, versus de verontwaardiging over privacyschending bij de burger. The Snowden Files leest als de spreekwoordelijke thriller, maar het vergelijken met werk van Kafka en Le Carré, zoals The New York Times deed, is te veel eer. Dit boek wordt voortgestuwd door adrenaline, een sterk rechtvaardigheidsgevoel en journalistiek triomfalisme – niet door achtervolgingspaniek, morele ambiguïteit en weemoedige berusting in het menselijk tekort. Ook is Harding erg van het overstatement. Aan superlatieven en ‘momenten die de wereld voorgoed veranderden’ geen gebrek.

Dat neemt niet weg dat dit spannende, eerste journalistieke overzicht een must is voor wie de ontwikkelingen rond de NSA volgt. Zeker totdat de rest van de stapel Snowden/NSA-boeken verschijnt, onder meer het boek van Greenwald zelf.