Bezuinigen op jonge gehandicapten

De Wajong geldt al jaren als een probleem: volgens deskundigen is de regeling ‘ontploft’. Heeft het kabinet nu dé oplossing gevonden?

Nederland is al jaren „topscorer” met zijn uitkeringen voor jonge gehandicapten. Geen ander land heeft zo’n bijzondere uitkeringsregeling als de Wajong, zegt Frans Nijhuis, hoogleraar inclusieve arbeidsorganisaties in Maastricht. Wie achttien wordt en gehandicapt of bijvoorbeeld chronisch ziek is, krijgt levenslang een uitkering die rianter is dan de bijstand: 75 procent van het minimumloon, ook als je samenwoont met een partner of ouders die werken.

Maar daardoor, zeggen politici en experts al jaren, is de regeling „ontploft”. Er zijn nu bijna 240.000 gehandicapten met een Wajong-uitkering en als er niets verandert, zijn dat er in 2040 rond de 400.000.

De regering-Rutte I had al plannen om er stevig op te bezuinigen, Rutte II gaat ermee door – al is het minder ingrijpend dan in de eerste plannen de bedoeling was.

Deze week werd duidelijk wat het betekent voor de Wajongers. Ze worden allemaal herkeurd en wie deels kan werken, krijgt een lagere uitkering: 70 procent van het minimumloon.

Maar wie ná 1 januari 2015 volwassen wordt en een aandoening of stoornis heeft, krijgt het moeilijker. Alleen wie volledig arbeidsongeschikt is, krijgt dan nog een Wajong-uitkering. De anderen moeten naar de bijstand.

Er zullen dan jarenlang twee groepen Wajongers zijn: de ‘oude’, van wie een deel kan werken en dat vaak ook doet, en de ‘nieuwe’, die niet – en nooit – kunnen werken. Uiteindelijk, maar pas na lange tijd, zullen er veel minder Wajongers overblijven. De ‘oude’ groep gaat op een dag met pensioen.

Toch zullen er elk jaar nog steeds zo’n 25.000 jongeren met een handicap zijn die zich melden omdat ze hulp nodig hebben, zegt Fred Paling, lid van de Raad van Bestuur van Uitkeringsinstantie UWV. Maar de groep die uiteindelijk een Wajong-uitkering krijgt, zal dan – zo verwacht Paling – tien keer zo klein zijn als het aantal dat tot nu toe in aanmerking kwam voor zo’n bijzondere uitkering.

De groei van de afgelopen jaren, blijkt bijvoorbeeld uit rapporten van het Centraal Planbureau, kwam mede door betere diagnostiek: vooral jongeren met een stoornis in het autistisch spectrum kregen steeds vaker een Wajong-uitkering. Nog belangrijker was het dat gemeentes sinds 2004 zelf verantwoordelijk werden voor de bijstandsuitkeringen: ze hielden meer geld over als ze jongeren doorverwezen naar de Wajong, betaald door het Rijk.

Volgens sommigen gingen gemeenten met een vergrootglas op zoek naar aandoeningen bij mensen die zich meldden voor de bijstand. Maar volgens René Paas, voorzitter van de koepel van sociale diensten Divosa, was het anders: „Je komt niet zomaar in de Wajong. Kennelijk zaten er vroeger nog veel mensen in de bijstand die niet de voorziening kregen waar ze recht op hadden. Dat is treurig. Pas toen gemeenten een financiële prikkel kregen, gingen ze ernaar kijken.”

De groei van de Wajong had ook te maken met de arbeidsmarkt, zegt hoogleraar Nijhuis. „Die is complex geworden. Je moet in een team kunnen werken en flexibel zijn, wat je onmogelijk kunt verwachten van deze groep.” En in veel bedrijven worden de laagste loonschalen niet meer gebruikt. Nijhuis: „Dat betekent dat beter opgeleide en vaardige medewerkers worden opgezadeld met eenvoudige taken.”

Vorig voorjaar maakten vakbonden, werkgevers en het kabinet er afspraken over in het sociaal akkoord: er zouden 125.000 banen bij komen voor gehandicapten, bijvoorbeeld door die eenvoudige taken weer aan lager betaalde werknemers te geven. In de cao’s, vindt Rutte II, moeten er nu ook weer afspraken komen over de laagste loonschalen.

Voor werknemers met een handicap is dat een „winstpunt”, zegt Nijhuis. „De aanzuigende werking van de regeling verdwijnt pas echt als gehandicapten de kans krijgen op de arbeidsmarkt te participeren. Want dat wíllen ze. Een uitkering is ook een soort uitsluiting.”

Maar het is nog lang niet zeker of het lukt. De extra banen zijn er nog lang niet en de komende jaren zijn het UVW en de gemeenten elkaars concurrenten om Wajongers aan werk te helpen – en voor bedrijven zal het niet altijd duidelijk zijn bij wie ze zich moeten melden.

Nijhuis verwacht dat er ook flinke inspanningen nodig zijn om bedrijven ervan te overtuigen dat het voordelig en efficiënt kan zijn om taken anders te verdelen over de werknemers. „Anders zal de groep die volledig arbeidsongeschikt is, nog groter worden.”

Zo’n 5 procent van de werkgevers heeft nu een Wajonger in dienst. „Dat is een stijging ten opzichte van een paar jaar geleden”, zegt Paling van het UWV. „Maar 95 procent heeft dus nog géén Wajonger.” Werkgevers hebben volgens Paling de neiging om te zeggen: dit is mijn vacature en dit is wie erbij past. „Ze moeten creatief nadenken over hoe ze Wajongers zo goed mogelijk kunnen inzetten.”

En dan moeten gehandicapte werknemers zich nog zien staande te houden. Paling denkt dat dat vooral moeilijk zal zijn voor mensen met een verstandelijke beperking of een gedragsprobleem (of allebei). „Dat zijn de mensen aan wie je niks ziet en die voortdurend allerlei vragen krijgen van collega’s. Ze lopen er steeds tegenaan dat dingen niet gaan.”