Amsterdam Fashion Week (slot): schuifelen op moeilijk schoeisel

Winde Rienstra is een Nederlandse modeontwerper die ook graag schoenen ontwerpt. Dat wil zeggen: ze maakt objecten die om voeten heen zitten, maar waar niet noodzakelijkerwijs op te lopen valt.
De modellen die haar nieuwe collectie zondagavond toonden tijdens Amsterdam Fashion Week konden niet anders dan schuifelen op hun torenhoge, uit tientallen laagjes kurk opgebouwde hoeven. En dan moesten ze aan het eind van de show nog op ronddraaiende plateautjes plaatsnemen ook.

Zeer onprettig om naar te kijken, en het maakte de show veel te lang; een half uur voor negen outfits, terwijl gebruikelijk is er in tien minuten minstens dertig te laten zien. En de van dikke wol gebreide kledingstukken en lange, niet al te geraffineerde jurken waren niet bijzonder sterk. Om een paar van die laatste zaten puntige, houten constructies; je moet er niet aan denken dat model in zo’n een jurk haar evenwicht had verloren.

Zeker zo lang was de de eerste grote catwalkshow van Dorhout Mees, het merk van Esther Dorhout Mees, een ontwerper die na jaren voor grote merken als Tommy Hilfiger te hebben gewerkt in 2010 een eigen merk begon. Na een film met kwijnende modellen in een bos volgde een eindeloze stoet bosnimfjes (bos, was het thema) in vaak nogal identieke jurken met asymmetrische halslijnen en rechte broeken met transparante uitsparingen aan de achterkant. Ook in deze show moeilijke, zelfgemaakte, hoge schoenen; ditmaal van kunststof waarop een houtnerf was aangebracht. Inderdaad, uit de 3D-printer, een uitvinding die de mode niet altijd een goede dienst bewijst.

Dit soort trage presentaties die pretenderen conceptueel en of diepzinnig te zijn maar in feite bar weinig te zeggen hebben, doen afbreuk aan de Amsterdam Fashion Week, dat zich in tien jaar vooral heeft ontwikkeld tot een platform voor Nederlands talent. Er zijn merk die elk seizoen terugkomen, zoals Sis, de vrolijke, commerciële tweede lijn van Spijkers en Spijkers, die de modeweek maandagavond afsloot. Maar de meeste merken laten zich niet lang niet elke keer zien. Geeft niks, zolang het gebodene maar kwaliteit heeft.

Die kwaliteit kwam deze twintigste editie vooral van ervaren modemakers. De meeslepende show met straat- en feestmode van Aziz Bekkaoui op de openingsavond was meteen een van de hoogtepunten. Maar ook de eerste show van Atelier MariaLux was sterk. Maria Lux is het drie jaar oude label van Lilian Driessen, een ontwerpster die jarenlang verbonden was aan onder meer Viktor & Rolf en Diesel. Haar pakjes en jurken zijn draagbaar, maar geraffineerd: jasjes vallen mooi los, en de kledingstukkenn vallen op door bijzonder vouw- en borduurwerk.

De show van mannenmodeontwerper Francisco van Benthum, sinds vorig seizoen na jaren afwezigheid terug op de modeweek, werd ondanks voetbalsjaals, graffitiprints en een oproep Amnesty International te steunen nooit fel of emotioneel, maar zijn op het Russische constructivisme gebaseerde kleren waren zorgvuldig gemaakt, stijlvol en modieus; met name met zijn bedrukte sweatshirts van wit leer zit Van Benthum midden in de internationale trend voor najaar 2014.

Edwin Oudshoorn zette zijn gasten aan tafel met een glaasje champagne en liet zien hoe hij het afgelopen jaar is gegroeid. Zijn verfijnde, romantische ‘kunstschaatsjurken’, geborduurde Schotse ruiten en korsetcreaties waren Nedercouture op z’n best.
Meer zulke mode in minder dan de vijf dagen die de modeweek nu telt, en Amsterdam Fashion Week wint een hoop aan energie en overtuigingskracht.

Eerder, in een kortere versie, gepubliceerd in NRC Handelsblad. Fotografie: Peter Stigter. Foto boven: schoenen van Dorhout Mees.

Winde Rienstra

Dorhout Mees

Atelier MariaLux

Francisco van Benthun

Edwin Oudshoorn