Als je denkt in problemen, begin je nergens aan

Casper Reinders (43) was in 2012 horecaman van het jaar, zijn nachtclub Jimmy Woo bestond tien jaar in 2013 en dit jaar opent hij een nieuwe brasserie op het Leidseplein, zijn tiende zaak in Amsterdam. „Ik heb geen patsertenten.”

Tekst Rinskje Koelewijn, foto Andreas Terlaak

Gezelschapsdier

„Drie keer per week moet ik uit. Soms zou ik ook liever thuis op de bank zitten en een jointje roken, maar uitgaan is mijn werk. Ik heb negen zaken in de stad, ik zal toch af en toe moeten kijken hoe het ervoor staat. En als ik dan toch op pad ben, kan ik me net zo goed vermaken, ik ben een gezelschapsdier. Binnen no time zit ik met tien man om de tafel en is het gezellig. Uit mezelf zou ik niet zo snel naar een club gaan. Ik drink liever wat bij Ludwig, mijn bar in de Reguliersdwarsstraat. Of eet een hapje bij Rose’s Cantina, mijn restaurant. Met de dagelijkse leiding bemoei ik me niet. Ik haal panden binnen, zorg dat er geld is, bedenk het concept, regel de verbouwing. En zodra het loopt, zet ik een stap opzij. Ik zou bij god niet weten hoeveel personeel ik heb: 300 man? 350? Ze zijn een soort familie van me. Zij zitten avond aan avond met hun handen in mijn kassa’s.”

Homo-straat

„De Reguliersdwarsstraat was tien, twintig jaar geleden dé homo-uitgaansstraat van Nederland. Toen ik er mijn eerste zaak begon, was de straat dood. Een ondernemer [Sjoerd Kooistra] had alle horeca opgekocht. In tent 1 was het happy hour om zeven uur, in zaak 2 om acht uur. Zag je de hele meute stappers om het uur verkassen. Bij mij is geen zaak hetzelfde. Elke heeft een eigen sfeer en inrichting. Nu ik vijf zaken in de straat heb, en de straat weer leuk is, zie je dat het mensen gaat irriteren. Ineens hebben ze een oordeel over je, dat je je zakken loopt te vullen ofzo. Veel horecajongens denken dat ze kunnen beginnen waar ik nu ben, met een huis op Ibiza en goedlopende bedrijven op toplocaties. Maar ik heb er kneiterhard voor moeten werken.”

Masseuse

„Een ondernemer moet een bord voor zijn kop hebben. Ik kom uit een ondernemersfamilie. Mijn moeder had tot mijn zesde een bloemenzaak, mijn vader zorgde voor mijn broer en mij. Later heeft mijn moeder haar zaak verkocht en is mijn vader een ICT-bedrijf begonnen. Ondernemers werken meer uren, voor minder geld, met meer risico. Ik denk er nooit over na wat er allemaal mis zou kunnen gaan. Laatst was ik bij de masseuse. Ze zegt: ‘Jij hebt nooit knopen in je rug’. Dat klopt. Als je denkt in problemen, begin je nergens aan.”

Ibiza

„Ik wilde mijn kind laten opgroeien in de zon. Op Ibiza is het nu een graad of zeventien. Twintig als je windstil in de zon zit. Mijn vrouw zit er permanent. Ik zit veertig procent van de tijd daar en de rest in Amsterdam. Maar als ik er ben, ben ik voor honderd procent vader. Mijn zoon [James Rod] gaat naar de Franse internationale school. Hij spreekt vloeiend Frans, daar ben ik heel trots op. Ik heb heel veel met Frankrijk. Met de auto’s, de kunst, de winkels, de kleding. Ik heb het altijd erg gevonden dat ik geen woord Frans spreek. Als hij zes is, wil ik dat hij op rugby gaat. Ik vind het leuk als hij iets anders doet dan wat alle andere kinderen al doen.”

Trucje

„Vijf jaar geleden wilde ik stoppen met de horeca. Ik was al aan het afbouwen, verkocht mijn zaken. Ja, waarom? Misschien omdat het een trucje werd? Ik ben meer een conceptenman, dan een horecaman. Drie jaar geleden dacht ik ook dat ik ging stoppen, maar vervolgens heb ik tien nieuwe zaken geopend. Ik heb een manier gevonden waarop ik nog meer zelf kan bouwen. Ik ben me meer gaan toeleggen op het concept en op de inrichting. De Jimmy Woo heb ik nog met Eric Kuster [interieurontwerper] ingericht. Nu doe ik alles zelf. Hier, dit tafelblad... Gemaakt van een oude fabrieksvloer uit Frankrijk. Die boa constrictor aan de muur haalde ik uit Duitsland. Die geluidsdempers op de muur... oude leren turnmatten.”

Ouwe zooi

„Ik hou van opsmuk, van rariteiten, van alles door mekaar. Als kind verzamelde ik al antiek. Papoeaspullen, maar ook kunst en wat ik maar ouwe zooi noem. In mijn zaken komen bovengemiddeld veel vrouwen. Ik heb geen patsertenten. Ik denk dat vrouwen zich prettig voelen in de sfeer die ik er met al die spulletjes neerzet. De meeste heteromannen houden van een glad en glimmend interieur, minimalistisch. Ik niet. Zo’n zeventiende-eeuws damasten wandkleed met pauwen, dat vind ik nou sexy. Ik ben nu bezig met een grote zaak aan het Leidseplein. Ik zie zo’n pand en weet binnen een seconde de sfeer: New York-style Franse brasserie. Ik bedenk het concept, de inrichting en wat voor soort keuken er moet komen. Ik bemoei me niet met de menukaart. Ik proef natuurlijk wel wat de anderen bedenken. En dan zegt mijn intuïtie of het goed is of niet.”

Deurbeleid

„Er is geen hoge drempel om mijn zaken binnen te komen. Maar blijkbaar vinden mensen van wel. Zal vast komen door Jimmy Woo. Ja, daar hebben we een deurbeleid. Ik moet altijd een beetje lachen om al het commentaar daarop. Want juist door ons beleid is de club zo succesvol. ‘Ik ben geweigerd’, zeggen mensen. ‘Hoe laat stond je voor de deur?’, vraag ik dan. Op zaterdagavond twee uur? Ja, dan kom je niet meer binnen. Dan zitten we vol. Tachtig procent van de klachten kan ik zo pareren. En inderdaad: als je dronken bent, of agressief, of doorgesnoven of alle drie, dan laten we je er niet in. Met Badr Hari was er in 2012 een incident. Die kwam er bij ons dus ook al maanden niet in. ”

Eekhoorn

„Ik heb het concentratievermogen van een eekhoorn. Op mijn zesde werd ik voor straf uit de welpen gezet. Ik had een raam ingegooid ofzo. Ik ben van mavo, havo, vwo naar hbo gegaan. Je ziet het er niet meer aan af, maar ik deed op hoog niveau aan waterpolo, trainde twaalf keer in de week. Een vriend van me zegt steeds dat ik weer meer moet sporten. Ik ben twintig, dertig kilo te zwaar. Maar de sportschool vind ik saai. Paddle tennis is leuk, een combinatie van squash en tennis. Maar dat kan alleen op Ibiza. Eigenlijk ben ik een ex-topsporter die nooit heeft afgetraind. ”

Onderwereld

„Ik ben een man van de grote stad, ik hou van actie en rumoer. Amsterdam is eigenlijk ook een dorp. Ik heb wel eens een club geprobeerd te openen in New York. Bij de eerste mensen die ik daar de hand schudde, wist ik: foute boel. Onderwereld. Maffia. In Amsterdam bestaat dat niet. Ik ken geen collega hier die wordt afgeperst of lastig gevallen. Nul.”

Tatoeages

„Ik kan ’s ochtends wakker worden met zin om een tatoeage te zetten. Mijn armen zijn vol, mijn rug moet nog vol. Doe het nou niet, zei mijn vrouw toen ik er een voor haar wilde laten zetten. Toen nam ik er twee. Ik zei: als je nog een keer zegt dat ik het niet moet doen, zet ik er drie. Voor mijn zoon wilde ik er een op mijn voet. Dat vond ze ordinair. ‘Doe het dan in je nek. Kijk, hier zit-ie. Achter mijn oor. ‘J.R.’ Van James Rod, mijn zoon. Een echte oude rockernaam.”

Wildeman

„Ik heb nog nooit gesnoven. Daar ben ik trots op. Ik drink ook niet. Ja thee, de hele dag door. Een keer per jaar drink ik wel, en dan breek ik meteen de boel af. Van drank word ik een wildeman. Ik headbang mezelf een gebroken neus, of word in mijn onderbroek afgevoerd. En als ik dan de volgende dag wakker word, weet ik weer: beter van niet.”