Achter het front van de wetenschap

Er zijn weinig zaken die de mensen zo ter harte gaan als het krijgen van kinderen. Maar wat weten we daar nu helemaal van?

Afgelopen week werden een paar ontdekkingen gepubliceerd die onze kennis aanzienlijk vermeerderen. Zo is bijvoorbeeld een geheel nieuw mechanisme ontdekt in het ontstaan van miskramen. Een bevruchte eicel blijkt eerst ‘toelatingsexamen’ te moeten doen voor hij zich als embryo in de baarmoeder kan nestelen. Het baarmoederslijmvlies accepteert alleen embryo’s die voldoende signaalstoffen uitscheiden – waarmee de embryo’s ‘aantonen’ dat ze ‘gezond’ zijn: met weinig DNA-afwijkingen. En op pagina 7 van deze bijlage beschrijft Sander Voormolen de verrassende ontdekking dat bij koeien en waarschijnlijk ook bij mensen moedermelk voor dochters anders van samenstelling is dan voor zonen. Fundamentele nieuwe kennis op een cruciaal gebied. Misschien moet nu zelfs de babymelkpoederindustrie in actie komen.

Ruim een week geleden bleek ongeveer een vijfde van het totale Neandergenoom terug te vinden in modern menselijk DNA. Iets langer geleden hoorden we dat eeneiïge tweelingen genetisch helemaal niet perfect identiek zijn. En dat ook volwassenen beschikken over het beroemde ‘bruine vet’, dat actief warmte kan produceren.

In allerlei grote en kleine dingen verandert de wetenschap het beeld van onszelf. Knap! Maar iedere keer is ook duidelijk hoe weinig we eigenlijk wisten? Waarom duikt er ineens nieuwe kennis op over jongens- en meisjesmoedermelk? Kennis groeit niet zoals een olievlek zich verspreidt: langzaam en gestaag en vanuit één punt alles bedekkend. De verspreiding is meer als die van een snel oprukkend leger dat verder maar hoopt dat de toestand in het achterliggende, veroverde gebied onder controle zal blijven. We denken dat we weten hoe dat daar ongeveer in elkaar zal zitten. Maar we hebben geen tijd en geld om te kijken.

Ondanks de enorme wetenschapsproductie in de wereld is er nog héél véél nooit echt uitgezocht.