We moeten weten waaróm die data zijn verzameld

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron.
Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

Journalistiek gezien, is dit geen stuk met ‘nieuws’ over Ronald Plasterk. Er staat niets in dat u niet weet. Namelijk: de minister kwam deze week in het nauw toen duidelijk werd dat ‘zijn’ Nederlandse inlichtingendiensten de gegevens van bijna twee miljoen satelliettelefoongesprekken hebben verzameld. Het gaat om dataverkeer uit gebieden waar Nederland betrokken is bij militaire acties, zoals Afghanistan. De meta-informatie maakt duidelijk wie met wie belt en ook wie welke site bezoekt.

Het politieke vraagstuk is niet zozeer ontstaan doordat deze dataverzameling met Nederlandse satellietschotels geschiedde, maar doordat Plasterk vorig jaar oktober nog meende dat Amerika erachter zat. Hij heeft de Kamer toen verkeerd ingelicht. De vraag is nu natuurlijk of hij dat bewust deed, of dat Plasterk niet beter wist: de kiezer – vertegenwoordigd door de Kamer – stelt vertrouwen in de minister, en dat vertrouwen zou door valse voorlichting zijn geschaad, maar de minister heeft op zijn beurt ook weer vertrouwen in zijn ambtenaren – en het is niet duidelijk of dit vertrouwen is geschaad doordat Plasterk moedwillig iets heeft verzwegen, of doordat hij niet beter wist. In het laatste geval betreft het een vergissing.

Zonder dit vertrouwen in en van de minister gebeurt er politiek weinig tot niets: het is voor een mens onmogelijk de handel en wandel van duizenden medewerkers na te gaan en te accorderen. Zelfs als deze werkkracht hiërarchisch is geordend – en er op elk niveau één verantwoordelijke is die rapporteert. En de kiezers hebben geen zin Plasterk elke dag te moeten contoleren.

Kan een minister alles weten?

Nu ben ik geen fan van Plasterk. Het is een ijdele man (klik voor de lol op internet eens op het filmpje ‘Plasterk aan de slag voor GeenStijl’), maar vooral een politicus zonder echte ideologische ruggengraat. Ik probeer ook niet af te dingen op Plasterks ministeriële verantwoordelijkheid. Maar valt te verwachten dat een minister alles weet? En zo ja: als blijkt dat hij iets verkeerd ‘wist’, en het daarna herstelt door middel van een brief, is hij dan niet juist lovenswaardig in plaats van laakbaar bezig?

Dit is – naast een aansprakelijkheidsvraag – vooral een vertrouwensvraag.

Als je vertrouwen stelt in iemand, stel je geloof in iemand, ook buiten het domein van je kennis. Dit heeft twee kanten: ten eerste heeft het betrekking op de kennis die je van iemands persoon hebt (een vriend van je heeft nog nooit je auto geleend, dus je kunt niet zeker weten hoe hij daarmee omgaat, maar op basis van wat je van zijn persoonlijkheid weet, vertrouw je hem je auto toe). Ten tweede: je stelt van tevoren vertrouwen in de kennis van die persoon en wat hij zegt.

Het is jouw vriend die je vertelt over de bestemming van zijn reis, met jouw geleende auto, en op basis van die informatie – en je inschatting van zijn karakter – bepaal je of je je auto hiervoor uitleent. En als je zijn reisdoel niet kent, vertrouw je op zijn inschatting. En als je iemand vertrouwt, ga je niet tijdens de rit controleren wat hij doet door om foto’s van de omgeving vragen.

Net zoals een kiezer vertrouwen heeft in Plasterks persoonlijkheid en wereldbeeld, stelt de uitlener zijn auto ter beschikking aan lener.

Wat is wel en niet waar?

Bij Plasterk zijn twee dingen anders: hij wist wellicht ook niet aan wie hij ‘zijn’ auto had geleend, of wat de bestemming van de reis was. Maar het grootste probleem dat bij Plasterk ontstaat, is dat niet alleen vooraf of tijdens maar ook achteraf niet na te gaan is wat er wel en niet waar is aan de berichtgeving. Hoogleraar informatierecht Nico van Eijk verwoordde het zo: ‘Aan wie moeten we vragen wie allemaal wisten dat wij die informatie verzamelden? Aan wie moeten we vragen wat ermee werd gedaan? Wie was er verantwoordelijk voor?’

Sinds de opkomst van Julian Assange’s ‘open- informatiemodel’ en de onthullingen van Edward Snowden weten we dat overheden veel meer informatie vergaren dan ze naar buiten brengen. Dat is een complex vraagstuk, want veel van deze informatie wordt in het (vermoede veiligheids-)belang van de burger of militairen verzameld.

Er is een commissie, in de Tweede Kamer, de Commissie-Stiekem, bestaande uit de fractieleiders van alle partijen, die wordt ingelicht over dit soort geheime zaken. Een recente evaluatie leek nog te suggereren dat de commissie goed functioneert. De ontwikkelingen rondom Plasterk lijken op het tegendeel te wijzen: óf de commissie wist dat Nederland (in nationaal of militair belang) de data verzamelde, en dan hebben de fractieleiders van de klagende partijen kilo’s boter op hun hoofd; óf de fractieleiders wisten dit niet, en zijn oprecht verbaasd, maar dan wist Plasterk het waarschijnlijk ook niet – want de commissie-Stiekem bestaat om te horen wat de minister weet.

In het laatste geval helpt het niet zoveel Plasterk te ontslaan. De vragen blijven staan: wie was werkelijk verantwoordelijk voor de aanvankelijk verkeerde informatieverstrekking? Die deed zijn werk niet goed. En wie gaf de opdracht? En waarom?

Dat weten we nog steeds niet.

Volgens mij was Plasterks brief aan de Kamer vooral bedoeld om wat betreft het eerste punt, de informatieverstrekking, het vertrouwen in de politiek te herstellen, in plaats van deze verder af te breken. Maar de tweede vraag is nog steeds onbeantwoord.

Moeten we dat wel doen?

Als er privacygevoelige informatie wordt vergaard, kun je je afvragen: moeten we dat wel doen? Als het om de levens van Nederlandse militairen gaat, kan ik me voorstellen dat het antwoord daarop – voor zowel een socialistische als een liberale politicus – ‘ja’ is. En dat ‘ja’ ook het antwoord zal zijn op een verzoek deze data voor de veiligheid van militairen te analyseren.

De centrale vraag is: hoe valt dit proces ooit te controleren? Wat zijn de controlemomenten vooraf, tijdens en achteraf? Wat Ronald Plasterk vooral deed, was erop wijzen dat dit allemaal onduidelijk is. Dat is juist onderdeel van de openheid en de transparantie waar iedereen nu om schreeuwt.

Dat was het. Niets meer, niets minder.

Zoals gezegd: het punt van dit stuk was dat er niets in staat dat u niet weet. Dat geldt voor de meeste artikelen die tot nu toe over Plasterk zijn geschreven. En dat is nu juist het grote probleem.